Opinie, Politiek, Markt, Klimaat
16 november 2018

Transitie naar aardgasvrij lukt niet zolang het niet betaalbaar is

Lot van Hooijdonk: De Rijksoverheid moet zorgen dat het betaalbaar wordt en gemeenten moeten lokaal voorbeelden geven en bewoners bijstaan

Een rekening van 10.000 euro voor een hoop gedoe waar je niet op zit te wachten; dat is hoe veel mensen vrezen dat de transitie naar aardgasvrij wonen eruitziet. Een nieuwe pannenset om op inductie te koken vinden veel mensen nog acceptabel, maar de investering voor een warmtepomp of -net en isolatie van dak, muren en vloer is vaak lastiger te overzien.

 

Logisch natuurlijk; het is een groot bedrag voor een investering die ook nog eens door de overheid wordt ‘opgedrongen'. De transitie naar aardgasvrij zal dan ook niet lukken zolang het niet betaalbaar wordt. Het is niet realistisch en al helemaal niet wenselijk om huiseigenaren met enorme kosten op te schepen. Ook is het schadelijk voor de acceptatie van deze grote verandering.

 

Maar wie gaat deze omvangrijke aanpassing dan wél betalen? Particuliere investeringen in isolatie verdienen zich terug door een lagere energierekening. Hetzelfde geldt voor zonnepanelen of een warmtepomp. Alleen gaat dat meestal niet in enkele jaren, maar in enkele tientallen jaren. Binnen die periode verhuist de bewoner meestal wel een keertje, waardoor hij de investering niet zelf terug kan verdienen.

Koppel de investering aan het huis, niet aan de persoon

De investering zou dus gekoppeld moeten worden aan het huis, en niet aan de persoon. Het is immers een verbetering van het huis. Op die manier draait de eerste bewoner niet op voor de volledige dertig jaar, maar slechts voor de periode dat hij er woont. De volgende bewoner draagt eveneens z'n steentje bij.

 

Schaalvergroting maakt de transitie eveneens betaalbaarder. Hier zijn de overheden en energieleveranciers aan zet. Een warmtenet aanleggen voor een hele woonwijk is per huis een stuk goedkoper dan wanneer alle huiseigenaren dit afzonderlijk doen, op verschillende momenten. Door aan te sluiten bij bestaande werkzaamheden en natuurlijke momenten te kiezen voor vervanging, kunnen de extra kosten verder worden beperkt. De duurzaamheid van een huis zal op de woningmarkt een steeds belangrijker rol gaan spelen, waardoor de investering voor huiseigenaren zal lonen omdat ze hun huis aantrekkelijker maken voor toekomstige verkoop.

 

De grote uitdaging is om ervoor te zorgen dat investeringen in dertig jaar zijn terug te verdienen. Probleem daarbij blijft dat niet iedereen het geld heeft liggen om nu zo'n investering te doen, en vervolgens jaren te wachten op de verdiensten. Alle betrokken partijen moeten daarom hun verantwoordelijkheden nakomen. De Rijksoverheid moet zorgen dat het betaalbaar wordt en gemeenten moeten lokaal voorbeelden geven en bewoners bijstaan. Als de overheden op deze manier de voorwaarden scheppen, is het aan de bewoners om uiteindelijk het besluit te nemen.


Lot van Hooijdonk is wethouder duurzaamheid, mobiliteit en milieu voor GroenLinks in de gemeente Utrecht. Op Twitter is ze te volgen via
@lotvanhooijdonk.