Opinie, Markt, Klimaat
8 februari 2018

Toekomst MENA-landen ook mét hogere olieprijs uiterst onzeker

Coby van der Linde over het vieren van een feestje zonder aandacht voor ‘gerommel'

Recentelijk was ik op een energieconferentie in Londen waar het Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA) centraal stonden. Het ging naast de geopolitieke verwikkelingen in het gebied, vooral over olie en gasmarkten en een laatste deel ging over de impact van nieuwe energie technologieën op zowel de binnenlandse energie mix in de landen als over de afzetmarkten van de olie en gas producerende MENA-landen.

De toon van de discussie was opvallend opgewekter dan ik op voorhand had gedacht. De recente stijging van de olieprijs (tot rond de $70 per vat) had een grote invloed op de stemming van de deelnemers. De bijdrage van de grote mate van naleving van de productieovereenkomst van OPEC-plus landen werd dan ook geroemd. Hier zat een publiek dat na vier jaar in een diep dal te hebben gezeten wel toe was aan een feestje en niet te veel herinnerd wilde worden aan binnenlands gerommel en aan de toenemende politieke spanningen tussen enkele landen in de regio.

 

Uit de WEO 2017 van het IEA leerden we al dat de vraag naar energie in MENA behoorlijk groeit. Vooral de elektriciteitsvraag is hoog, mede door de grote vraag naar koeling gedurende een groot deel van het jaar. Voor het opvangen van de piekvraag naar elektriciteit werd veelal in de olieproducerende landen in de regio een beroep gedaan op oliegestookte centrales. Deze wil men vervangen door meer gascentrales. Deze zijn efficiënter en schoner en gaan niet ten koste van de exportopbrengsten van olie. Recentelijk wordt er ook flink geïnvesteerd in zonne-energie.

 

Nu is zowel Noord-Afrika als het Midden-Oosten een netto-exporterend gas gebied, maar de onderlinge aardgashandel wil maar niet echt vlotten. De tekorten aan aardgas in bijvoorbeeld Saoedi-Arabië zullen niet gauw leiden tot een pijpleidingverbinding met Iran of Qatar. Liever bouwen ze een LNG terminal zodat ze kunnen tappen uit het groeiend aantal LNG aanbieders in de wereld in plaats van een langdurige en wellicht moeizame gasrelatie aan te gaan met buurlanden.

Ook in Noord-Afrika is de nabijheid van een producerend buurland geen garantie voor levendige aardgashandel. Enkel Egypte probeert met de gasvondsten het oude plan om een regionale markt (en daarbuiten) voor het gas op te bouwen, weer nieuw leven in te blazen. De conclusie na een middag luisteren is dan ook dat MENA voor gas vooral belang blijft houden bij een verdere ontwikkeling van de internationale gashandel zodat regionale conflicten geen rol hoeven te spelen in hun gasmarkten.

De vele projecties op de toekomst geven nog weinig richting

De discussie over olie was, zoals gezegd, opmerkelijk opgewekt. Dat is bijzonder want er valt over het herstel van de oliemarkt nog best wat op te merken. De recente prijsstijging van olie verliep parallel aan een verzwakking van de dollar, zodat de koopkracht van een vat olie nu ook weer niet zo veel hersteld is. Als je wat verder probeert te kijken dan valt op dat er een veelheid aan prognoses en scenario's van de vraag in de wereld is. Zet je die eens op een rijtje dan komt daar een uiterst onzeker beeld uit naar voren voor een regio als MENA. Immers, landen daar moeten veel investeren om het productieniveau en exporten te handhaven.

 

De investeringen in, wat we tegenwoordig, conventionele oliebronnen noemen zijn investeringen voor een flink aantal jaren, dus met een looptijd die dicht tegen de grens aan zit van 2050. Waarbij we veronderstellen dat in de wereld alle maatregelen zijn genomen om binnen de 20C grens te blijven in 2050. Tegelijkertijd moet er in MENA-landen veel werkgelegenheid gecreëerd worden voor een veelal jonge bevolking, en wil die de handelsbalans niet verslechteren door al te veel importen (bijvoorbeeld aardgas). Bovendien willen die landen dat er flink geïnvesteerd wordt in nieuwe energie technologieën. Een grote opgave dus, zie bijvoorbeeld Visie 2030 van Saoedi-Arabië om forse hervormingen door te voeren.

Zetten we alle projecties en scenario's bij elkaar, dan komt daar een uiterst onzeker beeld uit. Variërend van een oplopende vraag naar olie in de wereld van 130 miljoen vaten per dag in 2050 tot een afnemende vraag in de wereld naar 65 miljoen vaten per dag in het meest strenge klimaatscenario. Dat scheelt nogal een slok op een borrel. Dergelijke onzekerheid ziet er heel anders uit voor een schalie producent die veel kortere doorlooptijden heeft dan voor een conventionele producent die investeert voor decennia vooruit.

 

Voor MENA landen speelt nog mee dat ze geografisch niet zo goed gepositioneerd zijn voor het bedienen van de groeiende energievraag in Azië. Voor Afrika wordt wel een groeiende vraag naar energie voorzien, maar naast eigen productie zal ook concurrentie uit Brazilië en de VS de Noord-Afrikaanse producenten parten kunnen spelen. De Noord-Afrikaanse producenten zijn vooral goed gepositioneerd voor de Europese markt, maar daar is de groei van olie- en gasvraag zo langzamerhand heel onzeker geworden. 

Het dal van de lage olie en gasprijzen heeft MENA misschien nu achter de rug, maar dat heeft de dilemma's voor de toekomst niet veel kleiner gemaakt. Er moeten verschillende moeilijke afwegingen worden gemaakt ten aanzien van investeringen in de eigen energie-economie, het aanzwengelen van binnenlandse bedrijvigheid en de positie als exporterende landen. De vele projecties op de toekomst geven nog weinig richting. Dit was wellicht de reden dat de energieconferentie zich vooral op de nabije toekomst bleef richten en men de agenda wat links lieten liggen waar het om de verdere toekomst betrof. Zodat het feestje toch even een beetje gevierd kon worden.

 

Coby van der Linde is directeur van het Clingendael International Energy Programme (CIEP)