Terugval verbruik fossiele energie loopt niet zo’n vaart

Aad Correljé: "Huidige slum in energiesector wordt primair veroorzaakt door klassieke situatie van overaanbod"

De fossiele energiesector maakt zware tijden door. Lage rendementen, lage beurswaarden en lage groeicijfers plagen de bedrijven, die zich gedwongen zien om te herstructureren en te fuseren, of activiteiten af te stoten. In de media wordt deze situatie vaak gekenschetst als het begin van het einde van de sector en de betrokken bedrijven.

 

Stranded assets

NGO's, energie- en beleggingsdeskundigen, en zelfs de Nederlandse Bank, schetsen een beeld van een sector die de boot aan het missen is en in zijn maag zit met kapitale misinvesteringen in zogenaamde stranded assets; kolen, olie en gasreserves die nooit meer productief gemaakt kunnen worden. Simpelweg omdat een groot deel van die hoeveelheden fossiele energie nooit meer geproduceerd zal kunnen worden als er serieus werk gemaakt wordt van het beperken van de opwarming van de aarde. Met zulke toekomstbeelden beginnen zowel grote als kleine beleggers zich zorgen te maken over hun eigen financiële toekomst. Investeren in duurzaam dan maar?

 

Hoe logisch deze redenering ook klinkt, er zijn een aantal forse kanttekeningen bij te maken. Die gelden zowel de oorzaak van de huidige slum, de aard van de fossiele bedrijven en hun energiereserves, de dynamiek van de energietransitie en de ratio van de beleggers.

 

Klassiek

Om met de laag-conjunctuur in de energiesector te beginnen; die wordt primair veroorzaakt door een klassieke situatie van overaanbod, volgend op een periode van hoge prijzen en verwachtingen van schaarste. Hierbij speelt ook de snelle ontwikkeling van schaliegas en -olie in VS een rol. Tegelijkertijd is de toename van de energievraag gedempt door de economische neergang na 2008, de problemen in Europa, en de afname van de groeicijfers in de BRICS. Die opkomende landen worden nu geconfronteerd met institutionele en sociale barrières waarmee economische ontwikkeling nu eenmaal gepaard gaat. Maar, slechts in een zeer beperkt aantal landen speelt de opkomst van duurzame energie hierbij een rol van belang, en dan nog alleen in de elektriciteitsvoorziening
“Grootschalig terugdringen van gebruik fossiel is vooralsnog een droom die berust op een beperkte blik op een aantal landen”

Droom  

De realiteit van het serieus en grootschalig terugdringen van het gebruik van fossiele energie op wereldschaal is vooralsnog een droom die lijkt te berusten op een zeer beperkte blik op een aantal landen zoals Duitsland en Spanje. Daar heeft de politieke en economische constellatie het inderdaad mogelijk gemaakt dat er een ambitieus nationaal en regionaal stimuleringsbeleid gevoerd kon worden voor duurzaam opgewekte elektriciteit. Elders in Europa is men nog niet zo ver, om over de rest van de wereld maar te zwijgen.

 

Beperkt

Daarnaast zijn er natuurlijk de aansprekende voorbeelden van individuele prosumenten, die in de gelukkige omstandigheid zijn dat ze een huis bezitten waarmee het mogelijk is grotendeels in hun eigen elektriciteitsverbruik te voorzien; mogelijk zelfs met een hybride auto aan de oplader. Maar het aantal huizen dat werkelijk geschikt is voor zulke decentrale oplossingen is slechts beperkt. Grootschalige, centrale, duurzame opwekking zal toch noodzakelijk blijken om in de vraag te voorzien, waarbij natuurlijk ook aan opslag gedacht moet worden. Bovendien zijn het niet alleen huishoudens die energie verbruiken.

“Anders dan vaak gedacht wordt zit de waarde van die bedrijven natuurlijk niet in het goedje dat in de grond zit”

Mooi

Dat betekent in ieder geval dat het met de terugval in het verbruik van fossiele energie op wereldschaal zo'n vaart niet zal lopen. Als de huidige fossiele overcapaciteit verdampt is heeft zullen de prijzen weer gaan stijgen en zal er weer winst gemaakt worden. En dat is natuurlijk mooi. Want dat geeft die energieconcerns de mogelijkheid hun rol te gaan spelen in de energietransitie, in die landen waar de politieke en economische context dat inmiddels aantrekkelijk gemaakt heeft.

 

Anders dan vaak gedacht wordt zit de waarde van die bedrijven natuurlijk niet in het goedje dat in de grond zit. De echte waarde, zowel financieel als maatschappelijk, zit in de mogelijkheid om ‘goedjes' (olie, gas of stromen als wind, zonlicht of water) om te zetten in bruikbare energie op een manier die acceptabel is voor de verschillende afnemers. En wat daar essentieel voor is, is de kennis en de ervaring om de ingewikkelde technische systemen die uiteindelijk de energie in de gewenste vorm bij de verbruikers brengen te ontwerpen, aan te leggen en te managen. En op de schaal die we voorzien gegeven de energievraag gaat dat niet lukken met wat lokale energiecoöperaties hier en daar produceren.

 

Logisch

Wat nog belangrijker is, is dat die ingewikkelde technische systemen aan moeten sluiten bij het nationale en lokale beleid, bij de sturingsinstrumenten, bij de sociaal-politieke verhoudingen en bij de percepties van de energieverbruikers en de burgers in nogal verschillende landen. En, anders dan de bovengenoemde NGO's en energie- en beleggingsdeskundigen die zich blind staren op hun eigen omgeving, zijn deze bedrijven zich daar zeer wel van bewust. En mocht dat niet het geval zijn...? Tja, dan gaan ze inderdaad over de kop. Dus waar moeten beleggers wel op letten bij die bedrijven? Dat is hun vermogen om zich aan te passen aan lokale omstandigheden. Da's toch logisch...

 

 Aad Correljé is universitair hoofddocent Economie van Infrastructuren aan de TU Delft en verbonden aan het Clingendael International Energy Programme.