Opinie, Politiek, Markt
5 juli 2016

Succes onafhankelijk Schotland hangt af van olieprijs

Rob de Wijk: "54 procent Schotten schijnt voor eigen staat te zijn"

Na de Brexit is de discussie over de onafhankelijkheid van Schotland weer hoog op de agenda gekomen. Schotland wil in de EU blijven en hoopt dat de Schotten na het opbreken van het Verenigd Koninkrijk kunnen toetreden tot de Europese Unie. Spanje is altijd tegen een Schots lidmaatschap geweest. Want als Schotland lid mag worden, dan mag Catalonië dat ook. Maar nu het Verenigd Koninkrijk op weg naar de uitgang van de Unie is, kan Schotland moeilijk geweigerd worden. Dat brengt mij tot de vraag hoe levensvatbaar de onafhankelijke staat Schotland is.

Het antwoord is simpel: dat hangt af van de olieprijs. Met de export van whisky alleen redden de Schotten het niet. Het onafhankelijkheidsstreven dat uiteindelijk heeft geleid tot het referendum van december 2014 was gebaseerd op de premisse dat de olie-inkomsten het land drijvende zouden houden. Maar sindsdien is de wereld veranderd. Na het klimaatverdrag van Parijs lijkt het streven naar het einde van de fossiele economie in een hogere versnelling te zijn gekomen. Bovendien wordt onder meer door de stagnerende economie van opkomende landen als China en de aanhoudend lage groeicijfers van de westerse economieën, de vraag naar olie gedrukt waardoor de prijs de komende jaren naar verwachting lager zal zijn dan enkele jaren geleden. Die prijs wordt tevens gedrukt door de Amerikaanse schalierevolutie en door de olie die door de normalisering van de betrekkingen met Iran op de markt komt.
“Met de export van whisky alleen redden de Schotten het niet”

Dit is allemaal slechts nieuws voor Schotland. Die problemen waren bekend. Berekeningen van het Institute for Fiscal Studies laten al jaren een alarmerend tekort zien tussen inkomsten en uitgaven. Op grond van de slechte staat van de overheidsfinanciën concludeerden experts dat een onafhankelijk Schotland niet levensvatbaar zou zijn. Die conclusie werd voor een belangrijk deel van tafel geveegd door voorstanders van onafhankelijkheid. Zo stelde Gordon-MacIntyre-Kemp van Business for Scotland dat de oorzaak van de economische ellende de weigering van Londen was om met oliegelden een sovereign wealth fund naar Noors voorbeeld te stichten. Bovendien zette hij vraagtekens bij de rekenarij van Londen. Die zou wel eens ten nadele van Schotland kunnen zijn uitgevallen.

Alex Salmond, toenmalig leider van de Schotse nationalistische partij, zag de toekomst ook zonnig in. Want Schotland zou een ‘arc of prosperity' met Ierland en IJsland vormen; twee landen die enkele jaren daarvoor overigens feitelijk failliet gingen. Eind vorig jaar stelde Tory-minister Nick Boles dat de voorspellingen van het onafhankelijkheidskamp tot een Schots bankroet zouden hebben geleid en dat de nieuwe natie al aan het infuus van het IMF zou hebben gelegen. Alle voorspellingen over de olie en gasinkomsten bleken niet te kloppen. De schuld zou met 50 miljard pond zijn opgelopen.

Toch heeft de Schotse eerste minister Nicola Sturgeon wederom gezinspeeld op een vertrek uit het Verenigd Koninkrijk nu Engeland voor een Brexit heeft gekozen. Inmiddels schijnt 54 procent van de Schotse kiezers daar nu een voorstander van te zijn. De grote vraag is of hier nu hetzelfde gaat gebeuren als tijdens de aanloop naar de Brexit: een campagne op basis van ideologische aannames, leugens en het negeren van economische feiten. De bevolking kan het niet beoordelen en politici maken daar handig gebruik van.  Inmiddels is er paniek in het leave-kamp ontstaan omdat ze geen idee hebben van hoe de Brexit moet worden aangepakt. Dit kan zich nu in Schotland gaan herhalen.

Vorige week meldde Gary Shilling, president van investeringsbedrijf A. Gary Shilling & Co, dat de olieprijs in de richting van de 10 tot 20 dollar per vat zal gaan. Zo bezien is de Schotse onafhankelijkheid regelrechte zelfmoord, maar het zou mij niet verbazen als ook dit feit gewoon wordt genegeerd.

Rob de Wijk is directeur van het The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) en professor Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Leiden. In zijn column gaat hij in op de energievoorziening in het licht van de internationale verhoudingen.