Succes maken van 'Parijs' vergt meer dan Katowice-regelboek

Coby van der Linde: De uitdaging is om een nieuw sociaal contract te bieden dat én de klimaatdoelstellingen én de toegenomen sociaaleconomische tegenstellingen adresseert

Met tranen in de ogen vertrokken de klimaatgangers uit Katowice. De vochtige ogen waren niet het resultaat van het klinkende akkoord waar sommigen op hoopten, maar van de smog die iedere winter over het stadje ligt. De luchtvervuiling in dit hart van het Poolse kolenland steekt zo af en toe Aziatische steden naar de kroon. Dat is ook Europa. En lang niet het enige voorbeeld waar woord en daad ver uit elkaar liggen. Wie enigszins bekend is met de Poolse energievoorziening en de sociaaleconomische worsteling van het land om afscheid te nemen van kolen, had tevoren kunnen weten dat het een moeizaam verhaal zou worden om in dit stadium van de onderhandelingen al aanscherping van de ‘Nationally Determined Contributions' (NDCs) te verwachten. De toespraak van de Poolse president Andrzej Duda waarin hij het ondenkbaar achtte dat de Poolse kolenreserves niet zouden worden geproduceerd, was een veeg teken dat wens en werkelijkheid nog ver uit elkaar liggen.

 

Het succes van Katowice is dat de deelnemende landen het eens zijn geworden over de boekhouding van de voorgenomen CO2-emissie reducties zodat in de toekomst deze nationale voornemens getoetst kunnen worden. Dat lijkt misschien magertjes, zeker vergeleken bij de euforie van Parijs, maar het is een cruciaal onderdeel van de onderhandelingen voor de komende jaren. In een wereld die steeds minder coöperatief blijkt, is men het wel eens geworden over de beloften en systematiek van de overeenkomst van Parijs. En dat wordt nog wat als blijkt dat eerdere berekeningen niet overeenstemmen met hetgeen steeds is beweerd en dat nationale administraties minder meten dan weten. In 2020 zal moeten blijken of aan de eerdere beloften kan worden voldaan en dan komt het spel pas goed op de wagen.

De verdelingsstrijd in landen is in enkele EU-landen al verknoopt met andere politiek-sociale dossiers, hetgeen het uiterste vraagt van politici

Wie een beetje de media de afgelopen tijd heeft gevolgd ziet dat de klimaat-discussie steeds verder politiseert. Nu het regelboek van Parijs zo goed als geaccepteerd is, wordt het menens. Menens in een verdelingsstrijd over de lasten en lusten tussen landen en menens in de verdelingsstrijd in landen. De verdelingsstrijd in landen is in enkele EU-landen al verknoopt met andere politiek-sociale dossiers, hetgeen het uiterste vraagt van politici. Zij moeten met een visie komen voor regio's en groepen in de samenleving, die al met de rug naar ze toestaan uit woede over het gebroken sociale contract van voorheen.

 

De uitdaging is om een nieuw sociaal contract te bieden dat én de klimaatdoelstellingen én de toegenomen sociaaleconomische tegenstellingen adresseert. Een ander alternatief is moeilijk te bedenken omdat het redelijke midden al behoorlijk is geërodeerd en de beweging naar de flanken van het politieke spectrum sterk is. Men is niet vergeten dat Europeanisering en globalisering, waar zoveel goeds van kon worden verwacht, in zeer ongelijke delen op de burgers is neergedaald. Er waren veel voordelen, zie de opkomst van de middenklasse in voorheen ontwikkelingslanden, maar de liberale voorlieden hadden er niet bij gezegd dat de voordelen vooral niet bij alle burgers terecht zouden komen. En dat wreekt zich nu.

 

In een sterk gefragmenteerd landschap van gepolitiseerde slachtoffer-identiteitsgroepen is het moeilijk om de gemeenschapszin die nodig is voor een sterk en schoon nieuw sociaal contract te ontwaren. Politici rest dan ook de schone taak om eerst weer aan de gemeenschap te bouwen zodat er een kans ontstaat om een nieuw sociaal contract te maken. Daarvoor moet niet alleen de mond aan het werk, maar vooral de oren. Blijven ze namelijk als marktkooplui hun eigen gelijk uitventen (heerlijk masculien woord trouwens) dan zie ik er niet veel van terecht komen. En burgers brallen en twitteren in toenemende mate met de politici mee. Er zitten gewoon nergens meer oren aan, zo lijkt het wel, behalve om de eigen briljante en scherpzinnige opmerkingen te horen. Dat gaat ‘m niet worden als we met zijn allen een structurele omslag moeten gaan maken.

Het sociale contract van de Belt & Road zal uiteindelijk in tranen eindigen, net als belofte van globalisering in westerse landen

En lukt het nationaal niet, dan heb ik een nog zwaarder hoofd in de internationale onderhandelingen. Want daar gaat het nog meer van dik hout zaagt men planken. De Poolse president zette met zijn opmerking de boel al op scherp in Katowice. Maar wat te denken van China? Niet op de voorpagina van kranten verschenen over de vermeende voortrekkersrol op het gebied van klimaat, maar een belangrijke speler. China trok in de afgelopen periode de aandacht door een bijzondere strategie. Door de afgeremde bouwlust van kolencentrales in China exporteren de staatsbedrijven nu hun expertise naar het buitenland. Via het Belt & Road programma (BRI) worden investeringen in kolencentrales in veel van de aangesloten landen gerealiseerd. Dat schiet niet op in het kader van het Parijse akkoord.

 

Nog afgezien van de financiële malaise die het in sommige landen veroorzaakt, kun je de volgende stap al bijna raden. China stuurt over een paar jaar een ‘schoonmaakploeg' om de CO2 emissies te mitigeren met andere Chinese technologie. Wat dat betreft hebben ze een goed voorbeeld genomen aan andere landen. Het binden van landen met leningen is een beproefd recept. Heeft het westen uitgevonden. Echter in het kader van de klimaatonderhandelingen is het wel cynisch dat relatief arme landen een ‘lock-in' aangeboden krijgen waarvan duidelijk is dat de lening langer loopt dan de kolencentrale klimaat technisch open kan blijven. Het sociale contract van de Belt & Road zal uiteindelijk in tranen eindigen, net als belofte van globalisering in westerse landen.

 

Momenteel leven we in een snoeiharde nul-som-spel-wereld. In zo'n wereld gaat dat nieuwe sociaal contract er niet komen, niet internationaal, niet Europees en niet nationaal. Het succes van Katowice is een regelboek, maar voor een succes maken van Parijs is meer nodig. Wie zet zijn oren aan, stopt met alleen zenden en investeert in een herstel van het vertrouwen in gemeenschappen, zodat we weer durven geven en nemen? Ook al gaat dat met kleine stapjes. Da's beter dan niks.

 

Coby van der Linde is directeur van het Clingendael International Energy Programme (CIEP)