Opinie, Politiek, Klimaat
9 augustus 2016

Steeds meer consensus over klimaatpolitiek

Jan Paul van Soest: "Gas inzetten waar geen duurzame alternatieven zijn"

"Er ontstaat een vrij hoge mate van consensus over welke kant het op moet met het Nederlandse klimaatbeleid." Die positieve uitkomst van de Energiedialoog ziet Jan Paul van Soest, trekker van het zogenoemde GILDE-initiatief, waarin de gassector nadenkt over haar rol in de toekomstige energievoorziening.   

  

Gas op maat
Van Soest: "Binnen het GILDE-initiatief heeft een aantal prominente partijen in de gassector de afgelopen periode nagedacht over de wijze waarop zij een bijdrage kunnen leveren aan een duurzame energietoekomst. Belangrijk gezamenlijk uitgangspunt daarbij is de ‘gas op maat'-gedachte: gas daar inzetten waar geen duurzame alternatieven voorhanden zijn. De gasindustrie is op basis daarvan in gesprek gegaan met een groot aantal stakeholders om samen te bekijken hoe gas op maat in de praktijk vorm kan krijgen. Iedereen snapt dat het eenvoudig is te roepen dat gas er helemaal uit moet, maar het blijkt in werkelijkheid een hell of a job te zijn om dat te realiseren. Het besef daalt ook neer dat het niet helpt als we in het energiedebat permanent in tegenstellingen blijven denken, van groen versus fossiel. Het is zaak om te komen tot gezamenlijk perspectief over hoe gas het meest kan bijdragen aan de verduurzaming."

“Er is een duidelijk verschil met een jaar geleden, toen het besef van klimaatverandering nog niet overal was geland.”

Van Soest was gespreksleider bij een drietal dialoogsessies van de KVGN over de rol van gas in de gebouwde omgeving, in de industrie en bij de opwekking van elektriciteit. Hij is positief over de uitkomsten. "Er is een duidelijk verschil met een jaar geleden, toen het besef van klimaatverandering  nog niet overal was geland. Er was permanent kakofonie over de richting en het tempo van het klimaatbeleid: gaan we nu naar links, door het midden of naar rechts? Inmiddels blijkt er echter een vrij hoge mate van consensus te ontstaan, valt mij op, ook in die bijeenkomsten. We moeten met zijn allen serieuze stappen zetten richting 2050, vaart maken en alle opties benutten. Een andere rol voor gas hoort daarbij. Ik zie de houdingen en de inzet van de gassector echt verschuiven, zij wil bijdragen aan oplossingen om uiteindelijk te komen tot een klimaatneutraal energiesysteem."

 

Volgens Van Soest ontstaat er brede consensus over het feit dat aardgas in de gebouwde omgeving een steeds mindere rol zal spelen. In de industrie is dat lastiger, maar daar is nog veel te winnen op het gebied van hernieuwbaar gas, efficiencyverbeteringen, CO2-opslag etc.. "Er begint zich een interessant perspectief af te tekenen voor waterstof en groen gas en voor een andere rol van de gasindustrie in aardwarmte, warmtebenutting, warmte-infrastructuur, in het helpen van tuinders bij verduurzaming van hun energievoorziening, bij CO2-opslag in de industrie enzovoorts. Die bijdrage van de gassector, in een nieuwe rol, is absoluut noodzakelijk om de energietransitie in goede banen te leiden. Binnen het GILDE proberen we nu zichtbaar te krijgen wat de precieze bijdrage van gas gaat zijn in de komende tijd. Het is en blijft zeer nuttig om die inzichten te delen met andere betrokkenen in en buiten de energiewereld."

 

De gassector, verenigd in de KVGN, organiseerde voor de Energiedialoog een serie dialoogsessies met stakeholders over de energietransitie en de veranderende rol van gas daarin. Elke bijeenkomst ging over één van de vier energiefuncties zoals beschreven in het RLI-advies en het Energierapport: ruimteverwarming, proceswarmte in de industrie, elektriciteit en mobiliteit.