Opinie, Politiek, Markt
31 augustus 2017

Schaffen Brussel en Duitsland de groene stroommarkt af?

Sible Schöne, Hier Klimaatbureau: "Desastreus als certificatenmarkt verdwijnt"
De markt voor groene stroom ontwikkelt zich in positieve richting. Veel partijen stappen af van sjoemelstroom en kiezen voor geloofwaardige producten. Marktpartijen als Greenchoice en Qurrent groeien gestaag. Meerdere energiecoöperaties nemen initiatieven om op lokaal niveau vraag en aanbod te koppelen. Bedrijven als NS en Google zijn overgestapt en dragen via langjarige contracten bij aan de haalbaarheid van nieuwe projecten. En het grote windpark Krammer van 102 megawatt op en om de Krammersluizen van de coöperaties Zeeuwind en Deltawind kon mede financieel rondkomen door een langetermijncontract met een consortium van multinationals AkzoNobel, DSM, Google en Philips. De groene stroommarkt kan hiermee als volwassen worden beschouwd.

De Europese Commissie kijkt hier echter volstrekt anders tegenaan en vindt dat duurzame producenten dubbel subsidie krijgen. Kort gezegd bedraagt de subsidie op windstroom ongeveer 3 cent per kilowattuur. Daarbovenop zijn de groene stroomcertificaten (Garanties van Oorsprong, GvO's) ongeveer 0.2 - 0.3 cent per kilowattuur waard. De subsidie is dus ruim tien keer zo hoog als de meerprijs die de partij die groene stroom afneemt betaalt.
“De contracten van bijvoorbeeld Eneco met NS voor groene stroom kunnen dan de prullenbak in”
In bijvoorbeeld Duitsland worden de certificaten uit de markt gehaald en is nooit een serieuze groene stroommarkt ontstaan. Een aanpak die overigens vooral te maken heeft met het feit dat dit land tot voor kort werkte met een vaste terugleverprijs in plaats van een subsidie (feed-in tariff versus feed-in premium).

Om de dubbele subsidies te beperken stelt de Europese Commissie voor om bij gesubsidieerde stroom de GvO's niet langer te geven aan de producent maar aan de overheid als verstrekker van deze subsidie. De Commissie stelt bovendien voor dat de overheid deze GvO's moet veilen om een gedeelte van de subsidiekosten in de markt terug te halen. Voor Nederland is dit een weinig zinvol voorstel. Dat komt omdat bijvoorbeeld windparken op zee bij ons worden gebouwd door het bedrijf dat het minste subsidie vraagt. Zou dit bedrijf geen opbrengsten uit GvO's krijgen, dan was weer meer subsidie nodig. Het is broekzak-vestzak.

Maar een land als Duitsland reageert totaal anders. Dit land pleit ervoor deze GvO's niet te veilen, maar ze toe te kennen aan de partijen die de subsidiekosten (een opslag op de stroomprijs) betaalt. Op zich een logische gedachte. Maar het betekent wel het einde van de groene stroommarkt.

Voor Nederland zou het desastreus zijn als de markt voor groene certificaten verdwijnt. Nieuwe groene leveranciers als Qurrent, Greenchoice en Vandebron kunnen niet zonder. Ook de contracten van Eneco met bijvoorbeeld NS voor groene stroom kunnen dan de prullenbak in. Regionale initiatieven om groene stroom te leveren door coöperaties worden onmogelijk.

Wie betaalt de groene stroom?
De genoemde prijs van GvO's is afkomstig uit een onderzoek van CE Delft in opdracht van de beheerder van de CO2-Prestatieladder, SKAO, waarvan Hier Klimaatbureau het secretariaat voert. SKAO is een van de partijen die sterk heeft bijgedragen aan de groene stroommarkt. Daaruit blijkt dat GvO's van zon en wind uit Nederland ongeveer 0.25 cent per kilowattuur kosten, tien keer meer dan GvO's uit Noorse waterkracht.
“Duurzame elektriciteit wordt met name betaald door de kleinverbruikers”
De subsidie (SDE+) wordt gefinancierd vanuit een opslag op de gas- en elektriciteitsrekening. Een gemiddeld huishouden betaalt in 2017 € 62 voor de Opslag Duurzame Energie. Dit loopt op tot € 227 in 2023. Dat heeft minister Kamp berekend in de Nota Opslag Duurzame Energie prognose, die hij vorig jaar augustus naar de Tweede Kamer stuurde. Het gaat in 2023 om ongeveer 3 cent per kilowattuur en ruim 6 cent voor een m3 gas. In totaal betalen de gezinnen in 2023 een kleine 1.600 miljoen van de 2.550 miljoen subsidie (inclusief de 250 miljoen BTW). MKB-bedrijven (inclusief zorg, glastuinbouw) betalen het merendeel van de rest. Dat kan voor individuele ondernemers flink oplopen. Een bakker betaalt naar verwachting € 800 aan deze subsidieregeling.

De conclusie is helder: duurzame elektriciteit wordt met name betaald door de kleinverbruikers, zowel particulieren als kleinere bedrijven, instellingen en organisaties. Deze betalen het leeuwendeel van de ODE-heffing. De grote bedrijven die zich vergroenen met stroom uit Nederlandse wind en zon betalen minder dan 10 procent van de meerkosten van deze groene stroom. Door de vormgeving van het beleid subsidiëren de kleinverbruikers in feite deze bedrijven met hun vergroening. Dankzij de € 227 van de consument en de € 800 van de bakker kunnen bedrijven als de NS, Google en Philips stellen dat ze op groene stroom draaien. Wederom: de opstelling van Duitsland is op het eerste gezicht niet onlogisch.

Het is wel belangrijk om na te denken over de vraag waarom we überhaupt subsidie voor duurzame stroom betalen. De kostprijs van gas, kolen en wind ligt allemaal rond of net boven de 6 cent per kilowattuur. Er zit een paar tienden van centen per kilowattuur tussen (in het nadeel van wind), een bijna verwaarloosbaar verschil. Zo bekeken betalen de afnemers van geloofwaardige windstroom wel degelijk ongeveer de meerprijs van deze stroom.

 

De marktprijs van stroom ligt echter veel lager dan de kostprijs, rond de 3 cent per kilowattuur. Dat komt door een enorme overcapaciteit op de Nederlandse markt en de toename van weersafhankelijke en dus niet stuurbare stroom uit wind en zon. De verwachting is dat de stroomprijs nog verder kan dalen door de sterke toename van wind en zon de komende jaren.

Conclusie: we moeten niet de aparte markt voor groene stroom om zeep helpen, maar ervoor zorgen dat de financiering van de ODE-heffing veel evenwichtiger wordt. Omdat we steeds meer zon en wind gaan bouwen zal de overcapaciteit de komende jaren aanhouden. De marktprijs zal laag blijven. Vraag is hoe we daarmee omgaan.

Sible Schöne is Programma Directeur van HIER Klimaatbureau. Op Twitter is hij actief onder
@HIERisSible