Opinie, Politiek, Markt, Klimaat, Wetenschap
17 oktober 2018

Rechtelijke uitspraak Urgenda is onterecht en dient het klimaat niet

Jos Cozijnsen en Martien Visser: "Gebrek aan internationaal perspectief lijkt kenmerkend te worden voor de Nederlandse aanpak van het klimaatprobleem"

Het was me het weekje wel. Eerst een alarmerend IPCC rapport. Vervolgens moet Nederland van de rechtbank haar CO2-emissie de komende twee jaar fors verminderen. We denken dat deze goedbedoelde rechterlijke uitspraak onterecht is en het mondiale klimaatprobleem helaas weinig verder helpt. 

 

Het is onterecht. De rechter wijst met het vingertje en zegt dat de Staat nu eindelijk eens het zekere voor het onzekere moet nemen. Ze wijst op het scenario van 2009 waarin de IPCC aangaf dat de 2°C gehaald wordt als industrielanden samen tussen 25 en 40 procent reduceren en ontwikkelingslanden beter dan business as usual. De rechter zegt de staat te matsen door het onderste getal te noemen. Maar de 25-40 procent was nooit bedoeld als bindende norm. Dat percentage is ook niet meer in recente IPCC rapporten terug te lezen. 

 

Ondertussen hebben Nederland en de EU het Klimaatverdrag en het Kyoto Protocol getekend. Voor 2020 is juridisch verplicht een CO2-doel van -20 procent. Dat zou in lijn zijn met 85-90 procent in 2050, wat nodig is om binnen de 2°C te blijven. Dus we hebben al een norm en een internationaal afgestemd verplicht CO2-doel. Daarom is het vonnis onbegrijpelijk: er wordt ten onrechte gezegd dat Nederland onrechtmatig handelt! De rechter had in onze ogen hooguit moeten eisen dat er een Klimaatwet komt om helderheid te verschaffen de invulling aan de politiek over te laten; en die Klimaatwet, die komt eraan. 

 

Snelle nationale actie helpt ook weinig of kan zelfs contraproductief zijn, door de verhoogde import. Nederlanders veroorzaken jaarlijks ruim 300 Mton CO2-emissies. Pakweg 40 procent tellen we niet mee in onze nationale statistiek: zoals het vliegverkeer, de internationale scheepvaart en de CO2- die we (netto) via onze importen in andere landen veroorzaken (die vallen onder andere internationale afspraken). Onze officiële CO2-emissie was daardoor vorig jaar slechts 193 Mton. De helft hiervan is onderdeel van het Europese systeem voor emissiehandel, het ETS. De andere helft, de non-ETS, wordt gevormd door miljoenen kleine CO2-bronnen zoals auto's, woningen, kleine industrieën, kantoren, kassen en het herkauwende vee. 

 

Het ETS is een succes. De elfduizend grootste bedrijven in de EU doen daaraan mee. Samen waren die bedrijven in 2005 goed voor 2300 Mton CO2-. Daarvan was in 2016 nog 1750 Mton over. Een daling met 25 procent. Natuurlijk, het ETS heeft haar eigenaardigheden. Maar uiteindelijk is het zoals met voetbal: het resultaat telt. Komende jaren gaat het emissieplafond structureel met ruim 2 procent jaarlijks omlaag. En bij aanscherping van het 2030 doel, gaat dat verder. 

 

Ook met non-ETS zijn we druk bezig. Auto's worden zuiniger, gebouwen worden beter geïsoleerd. Maar omdat de aantallen ondertussen zijn toegenomen, is de absolute daling beperkt. Scoren met de non-ETS blijkt een moeizaam en kostbaar proces. Dan het vliegverkeer, de scheepvaart en emissies in het buitenland door onze import.  Daar heeft deze uitspraak geen invloed op; NL en de EU streven wel naar scherpere doelen voor internationaal verkeer; buitenlandse actie (zoals ‘greening supply chains') blijft nog uit. 

De rechter wil dus impliciet dat de productie van de relatief efficiënte Nederlandse bedrijven wordt verlaagd

Het ETS bezorgt CO2-efficiënte bedrijven in de EU een voordeeltje ten opzichte van minder efficiënte collega's. Terwijl die laatste hun deuren moeten sluiten, kunnen de efficiënte bedrijven juist uitbreiden. Nederland voert al decennialang een relatief streng milieu- en energiebeleid. Als gevolg daarvan zijn de Nederlandse bedrijven in de EU relatief CO2-efficiënt. Dat pakte goed uit toen het ETS werd geïntroduceerd. Het had tot gevolg dat de Nederlandse productie sterk is gestegen, maar ook dat de CO2-emissie van Nederlandse ETS bedrijven minder is gedaald dan in andere delen van de EU. Maar omdat NL bedrijven efficiënter zijn levert dat netto een CO2-besparing in de EU op. Die extra CO2- in NL is dus goed besteed. Iets vergelijkbaars zien we in het klein in Duitsland: dankzij sluiting van inefficiënte bedrijven in voormalig Oost-Duitsland konden efficiënte West-Duitse bedrijven hun productie uitbreiden, terwijl er in geheel Duitsland toch een CO2-daling kon worden geregistreerd. 

 

De rechter heeft zich van bovenstaande beschouwingen weinig aangetrokken. In haar uitspraak refereert ze weliswaar uitgebreid naar de mondiale CO2-emissies, maar ze kijkt niet naar internationale afspraken. Dit gebrek aan internationaal perspectief lijkt kenmerkend te worden voor de Nederlandse aanpak van het klimaatprobleem. We wezen daar al eerder op. (http://www.energiepodium.nl/opinie/item/tegengaan-klimaatverandering-kan-niet-zonder-bescherming-tropisch-bos en http://www.energiepodium.nl/opinie/item/lessen-uit-scandinavie-we-hebben-een-zesde-klimaattafel-nodig). Ook vergeet de rechter de CO2-emissies door het vliegverkeer en de scheepvaart. Ze kijkt alleen naar de officiële Nederlandse CO2-emissie in ETS en non-ETS sectoren. Impliciet kijkt ze zelfs alleen naar de ETS sector. Immers, verlaging van CO2- in non-ETS is moeizaam, dus daar valt binnen twee jaar niets te bereiken. Suggesties als de herinvoering van de autoloze zondag en de winkelsluitingswet konden op weinig bijval rekenen, terwijl de snelheid op onze autowegen ook wel niet zal dalen naar 80 of 90 km/uur. Andere mogelijkheden om binnen twee jaar een tastbare verlaging van CO2- in de non-ETS sector te realiseren zijn er niet.

 

De rechter wil dus impliciet dat de productie van de relatief efficiënte Nederlandse bedrijven wordt verlaagd. Tegelijk blijft het Europese emissieplafond intact. Dit plafond begint ondertussen te knellen, gegeven de oplopende prijs voor CO2-rechten. Dus andere landen zullen direct gebruik maken van de in Nederland vrijgegeven CO2-ruimte. De Europese CO2-emissie zal door deze actie daardoor niet dalen. Met de sluiting van kolencentrales kunnen we dus wel bij de rechter scoren, maar het klimaat schiet er weinig mee op, zie de recent column van Pieter Boot op Energiepodium. http://www.energiepodium.nl/nieuws/item/hulp-eu-voor-ons-klimaatbeleid-essentieel-maar-nog-ongewis 

De rechterlijke uitspraak leidt tot bijzondere kronkels

Ook vermindering van industriële productie helpt niet. We passen namelijk onze consumptie niet aan. Dus zullen andere bedrijven, deels in de EU en deels daarbuiten, de wegvallende productie overnemen. Indien dit bedrijven zijn in de EU die onder het ETS vallen, treedt slechts verschuiving op van Nederland naar andere EU-landen. Wanneer de productie wordt overgenomen door bedrijven buiten de EU, neemt de mondiale emissie zelfs toe.  

 

Het lijkt er op dat de rechter de rol van de EU niet waardeert. Uit het voorgaande blijkt dat Nederland zich niet achter de EU verschuilt, maar met het ETS in de hand, ervoor zorgt dat de EU haar CO2-doel haalt. De internationale gemeenschap kijkt trouwens alleen naar de EU en niet naar afzonderlijke EU-landen. Dat komt omdat de EU als één Partij het Kyoto Protocol en het Parijs Akkoord heeft getekend. Hoe de EU-landen dat onderling verdelen moeten ze zelf weten. Een van de rechters bij het Hof vroeg daar op de voorgaande zitting nog naar. Door gebruik te maken van de Interne Markt haalt de EU haar CO2-doel betaalbaarder. Het is trouwens ook zo dat als Nederland zijn 2030-doel niet haalt, door bijvoorbeeld extra export naar Duitsland, ons land geen sanctie krijgt zolang de EU het maar haalt. 

 

De rechterlijke uitspraak leidt tot bijzondere kronkels. RWE kondigde aan een fonkelnieuwe  gascentrale uit de mottenballen te halen om België van elektriciteit te voorzien. Het alternatief is dat de Belgen zelf een extra gascentrale bouwen. Uiteraard is het beter voor het mondiale milieu wanneer je een bestaande gascentrale benut, dan wanneer je een nieuwe bouwt. Echter, daardoor gaat de Nederlandse CO2-emissie omhoog. Denk ook aan de geplande investering van BP om schonere vliegtuig- en scheepsbrandstof te gaan maken. Dat is hard nodig, maar de rechterlijke uitspraak kijkt alleen naar de extra CO2-emissie die dit officieel in Nederland veroorzaakt en niet naar de baten van schonere vliegverkeer en de scheepvaart, want buiten de target. 

 

Overigens kan Nederland ondanks deze rechterlijke uitspraak wel vrolijk doorgaan met de ontwikkeling van vliegveld Lelystad, want buiten de target. En ook kunt u in 2020 nog prima met een cruiseschip mee, ook buiten de target. Maar een nieuwe Tesla fabriek moet Noord-Nederland op haar buik schrijven. Jammer voor top-Dutch, maar het daarmee gepaard gaande energieverbruik valt toch echt binnen de target. Afijn. We zouden daar haast cynisch van worden. 

 

Wat de overheid met de rechterlijke uitspraak aan moet weten we niet. Minister Wiebes verwacht de 25 procent toch te halen, maar wil wel in cassatie tegen de uitspraak. Verder is het aan de politiek. Laten we hopen op wijsheid, zodat maatregelen worden genomen die echt bijdragen aan de vermindering van wereldwijde CO2-emissies. Rechter of niet. De boodschap van het IPCC was daarvoor te urgent.  

 
Jos Cozijnsen is zelfstandig adviseur emissierechten. Meer informatie over hem vindt u op www.emissierechten.nl. Op Twitter is hij actief onder @timbales

 

Martien Visser is lector energietransitie & netintegratie, Hanzehogeschool Groningen en manager corporate strategy bij Gasunie. Hij schrijft zijn column op persoonlijke titel. Zijn mening komt niet noodzakelijkerwijs overeen met die van de Hanzehogeschool of Gasunie. Op Twitter is hij actief onder @BM_Visser