Opinie, Politiek, Klimaat
3 april 2018

Poetin zet met buitenlandse politiek energie-export op het spel

Rob de Wijk over hoe de verzuurde verhouding tussen het Westen en Rusland vooral de export van Russisch gas dreigt te treffen

Het is opmerkelijk hoe Rusland dat voor zijn  inkomsten grotendeels van de export van gas naar Europa afhankelijk is, zijn buitenlandse politiek voert. Sancties van de VS en de EU vormen op termijn een regelrechte bedreiging voor de Russische staatsbegroting die voor ruim de helft afhankelijk is van de energie-export.

 

Na de oorlog met Georgië, de annexatie van de Krim in 2014 en beschuldigingen dat Rusland achter het neerhalen van de MH17 zat, worden nu overal in de westerse wereld Russische diplomaten uitgezet als vergelding voor de gifaanval in Salisbury. Na 2014 zijn er door de VS  en de EU sancties afgekondigd die niet al te hard bijten, maar die op termijn wel heel vervelend kunnen zijn. Zo is het verboden om westerse technologie aan Russische bedrijven te leveren om moeilijk winbare olie- en gasvoorraden te exploreren. Dit is een regelrechte bedreiging voor de Russische staatsbegroting die voor ruim de helft afhankelijk is van de energie-export. Dit is extra problematisch omdat de EU-landen de hoogste prijzen voor Russische gas betalen.

 

Dat Rusland om die inkomsten zit te springen is wel duidelijk. Afgelopen februari hebben de Russen noodgedwongen een reservefonds moeten opheffen waaruit begrotingstekorten konden worden betaald. Waarom? Omdat het fonds leeg was. Dit was het gevolg van de aanhoudend lage energieprijzen en overige sancties. Er is nu nog een reservepot over, maar die is oorspronkelijk bedoeld voor de Russische pensioenen. Het geeft te denken dat het Kremlin noodgedwongen heeft besloten die nu ook aan te spreken voor andere zaken. Daarmee wordt een opstand van de pensioengerechtigden geriskeerd. Maar Poetin heeft geen keus. De olie- en gasprijzen zullen voorlopig niet meer op 100 dollar per vat uit komen. Misschien gebeurt dat wel nooit meer als de energietransitie in het Westen op stoom komt.

Wat North Stream 2 betreft zijn nu alle ogen gericht op Denemarken

De verzuurde verhouding tussen het Westen en Rusland kan de export van vooral gas overigens nog harder treffen als oplopende spanningen er toe leiden dat definitief wordt afgezien van de North Stream pijpleiding waarmee Russisch gas om Oekraïne heen naar Duitsland moet worden getransporteerd. De regering Merkel staat, in tegenstelling tot de Europese Commissie, welwillend tegenover dit project, maar Duitsland zou vroeg of laat wel eens gedwongen kunnen worden om onder druk van andere EU-lidstaten het project op te geven. Dat zal zeker gebeuren als de spanningen tussen Rusland en het Westen verder oplopen. Interessant is dan de positie van het Verenigd Koninkrijk. Dat zou de kaart van North Stream 2 gemakkelijk kunnen spelen. Premier May hintte daarop in het Britse parlement naar aanleiding van de gifaanval in Salisbury. Maar haar positie is zwak omdat de Britten voor de Brexit hebben gekozen. Daardoor wordt de druk die de Britten op de EU kunnen uitoefenen steeds kleiner.

 

Wat North Stream 2 betreft zijn nu eigenlijk alle ogen gericht op Denemarken.

Feitelijk staan de Denen voor hun belangrijkste buitenlandpolitieke besluit sinds de Tweede Wereldoorlog: moet om geo- en veiligheidspolitieke redenen de bouw van de pijpleiding worden stopgezet zoals de EU en de Amerikanen willen, waardoor men op ramkoers komt te liggen met politieke voorstanders van het project in Duitsland, Rusland en het consortium achter de pijpleiding: het Duitse Uniper en Wintershall, Shell, het Oostenrijkse OMV, en het Franse Engie? En brengt men op deze manier de gasvoorziening in het noorden van Europa in gevaar, nu de gaskraan in Groningen wordt dichtgedraaid? Als Denemarken zijn kont tegen de krib gooit moet Rusland een andere route voor de pijpleiding vinden of hem afblazen. Door de gebeurtenissen in Salisbury is de kwestie extra urgent geworden en wordt de druk op Denemarken verder opgevoerd. Binnenkort moet een besluit over de bouw worden genomen. Als die negatief uitpakt is dat allereerst een enorme klap voor Poetin, die hij in belangrijke mate aan zichzelf te wijten heeft.

 

Rob de Wijk is directeur van het The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) en professor Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Leiden. In zijn column gaat hij in op de energievoorziening in het licht van de internationale verhoudingen.