Opinie, Politiek, Markt, Klimaat
22 juni 2018

Ons bij energietransitie laten leiden door hype heeft geen zin

Hans van Cleef ervaart in Nederland een wel erg geestdriftige drang om het bestaande efficiënte energiesysteem in no time om te willen gooien naar een CO2-arme variant

Opvallend snel zakt de zon in de Chobe rivier. Talrijke vogels kwetteren om mij heen, terwijl nijlpaarden op de achtergrond zich knorrend beginnen klaar te maken voor hun dagelijkse uitstapje naar het land om te grazen. Op het moment dat ik deze column schrijf, zit ik op mijn terras voor de kamer van de lodge in Kasane, Botswana. Mijn vriendin en ik zijn gek op de rust, de natuur, dieren en de vriendelijke mensen in Zuidelijk Afrika. Dit jaar viel onze keuze op een drieweekse reis door de natuur van Zuid-Afrika en Botswana. En net als de vorige keren is het fantastisch.

 

Van een energietransitie is in deze landen weinig tot niets te merken. Bijna iedereen buiten de steden stookt en kookt op hout. In de steden bestaat de energiemix voor bijna negentig procent uit kolen. Veel van onze onderkomens hebben een dieselgenerator of gas voor het opwekken van de benodigde elektriciteit, en slechts een enkele - vaak verder afgelegen - lodge, bedruipt zichzelf met elektriciteit van zonnepanelen. Iedere keer als ik op het platteland naar de Afrikaanse energietransitie vraag, word ik met vreemde ogen aangekeken. Dat is hier geen issue. Kunnen we eten vanavond en, voor de rijkere Afrikaan, hoe kan ik mijn kinderen gezond opvoeden, en mogelijk later laten studeren. Dat zijn de vragen die hier spelen.

 

Een werkloosheid van rond de dertig procent en corruptie drukken behoorlijk op de dagelijkse gang van zaken in Zuid-Afrika. In Botswana lijkt het allemaal iets beter geregeld. Het zet je aan het denken. Wat als deze landen in wat rustiger vaarwater komen, de werkloosheid afneemt en de mensen meer economische voorspoed kennen? De overheid verstrekt hier gratis condooms, niet alleen om aids tegen te gaan, maar ook in de hoop de groei van de populatie wat in te dammen. Of, zoals een Zuid-Afrikaan tegen ons zei: ‘daar is reeds te veel mense in die wêreld, en dit styg net'.

 

Wat als deze Afrikaanse populatie wel blijft doorgroeien en dezelfde hoeveelheid energie gaat gebruiken als wij in het westen? Dan denk ik nog niet eens aan de desastreuze gevolgen van de groeiende bevolkingsomvang voor de natuur en de dieren, die nu al steeds meer zichtbaar worden. Het zal de Afrikaanse, en dus de mondiale CO2-uitstoot zeker geen goed doen. Onze westerse aanname dat de extra energievraag hier in Zuidelijk Afrika automatisch wordt ingevuld door hernieuwbare energie - zogenaamd omdat het kan, en men de stap naar fossiele brandstoffen daarom zal overslaan - lijkt ineens onrealistisch. Vooral omdat hout en -voor de steden - lokaal gewonnen kolen, goedkoper zijn.

Niet in blinde paniek toekomstige opties uitsluiten door met de techniek van nu ons huidige energiesysteem onnodig snel te verkwanselen

In Nederland lijkt de energietransitie daarentegen inmiddels een hype te zijn geworden. Ik ervaar een wel erg geestdriftige drang om het bestaande goedlopende en efficiënte energiesysteem in no-time om te willen gooien naar een CO2-arme variant. Begrijp me niet verkeerd. Ik ben voor de energietransitie en nog meer voor energiebesparing en -efficiëntie. We hebben ambitieuze doelstellingen en moeten - en zullen - in 2050 CO2-neutraal zijn om onze bijdrage aan het klimaatakkoord van Parijs te leveren. Maar over de manier waarop zijn de meningen nogal verdeeld. Dit blijkt mede uit geluiden die ik opvang over de onderhandelingen over het ophanden zijnde nieuwe energieakkoord dat medio juli wordt gepresenteerd door minister Wiebes. Zal er wel sprake zijn van een akkoord?

 

Het debat over de energietransitie is gepolariseerd. De aardbevingsproblematiek in Groningen wordt mijns inziens onterecht gekoppeld  aan de ‘van-gas-los'-discussie. Verder is elektrificatie - in plaats van CO2-reductie - ineens het hoofddoel geworden als we Ed Nijpels, de voorzitter van het Klimaatberaad, moeten geloven. We hebben nog 32 jaar. En dat betekent dat de energietransitie versneld moet worden. Ons huidige energiesysteem is niet houdbaar als we onze doelstellingen willen behalen. Het betekent echter niet dat we in blinde paniek toekomstige opties moeten uitsluiten door alleen met de techniek van nu ons huidige efficiënte energiesysteem onnodig snel moeten verkwanselen.

 

Met de techniek van nu kan erg veel en moeten we zeker versnellen. Maar dertig jaar geleden had nog niemand een mobiele telefoon, was de pc net uitgevonden, werd de eerste pinbetaling gedaan en wonnen we zelfs een serieuze internationale voetbalbeker. Of het met onze nationale voetbalploeg goedkomt, weet ik niet. Ik weet wel dat ook de komende dertig jaar de technologische ontwikkeling niet zal stilstaan. Methodes zullen efficiënter en goedkoper worden. De energietransitie zal versnellen en de kosten zullen dalen. Daarop wachten heeft geen zin, maar ons blind laten leiden door een hype evenmin. Ik kijk daarom met veel belangstelling uit naar het komende energieakkoord.

 

Terwijl de horizon hier rood begint te kleuren en er net een enorme nijlkrokodil langs zwemt, steekt men hier de braai aan, met hout. Onze vakantie zit er bijna op en gaan we terug naar Nederland. Met het vliegtuig, en nee, de CO2-uitstoot hiervan heb ik niet gecompenseerd met het kopen van CO2-rechten. Wel heb ik mijn vakantiegeld uitgegeven bij de lokale restaurants, de souvenirshop en aan het behoud van de natuur. Dit soort keuzes maken u en ik dagelijks. Keuzes waarbij ik hoop dat het best mogelijke resultaat wordt bereikt op de meest efficiënte manier. Een mooi uitgangspunt bij onze nationale energietransitie. Uitdagingen bestaan, problemen niet: ‘Hakuna Matata'.

 

Hans van Cleef is senior energie econoom bij ABN AMRO Bank, @ABNAMROeconomen. Op Twitter is hij actief onder @hansvancleef