Nul komma één procent

Joris Wijnhoven: "Afspraak 14% duurzaam in 2020 raakt uit zicht"
Als het CBS de jaarlijkse productiecijfers van schone energie gaat bekendmaken, kijken we daar bij Greenpeace uiteraard dagen reikhalzend naar uit. De voortekenen waren niet bijster hoopgevend: er was al bekend dat in 2016 1,6% meer schone stroom was opgewekt (12,7% tegen 11,1%). Als dáár al geen grote slagen gemaakt worden, weet je dat het in andere sectoren waarschijnlijk nog kariger is. Als je dan ook nog eens méér energie gaat gebruiken, weet je dat je onderaan de streep per saldo weinig groene groei overhoudt. Uiteindelijk bleef de teller dus steken op 5,9%: 0,1% groei. Nul-komma-één-procent.

Hoe reageer je daarop als milieuclub? Je primaire reactie is: mijn hemel, wat gaat het traag. In dit tempo duurt het letterlijk 2.800 jaar om van de fossiele brandstoffen af te komen. Die tijd hebben we uiteraard niet.
“Een verdrievoudiging van het tempo waarmee we windparken op zee bouwen is een aardig begin”

Tegelijk weet je dat het net iets te gemakkelijk is om mee te huilen met de wolven in het bos. Want: de windparken op zee die we in 2013 in het Energieakkoord afspraken worden pas vanaf 2019 opgeleverd, wind op land ligt achter, maar er zit ook nog een en ander in de pijplijn en zon blijft gestaag doorgroeien. Geothermie is nog teveel pionierswerk om echt aan te tikken. Bovendien valt een deel van de slechte cijfers te verklaren uit een afname van biomassa, precies de bron waar wij het meest kritisch over zijn. Los van de inhoudelijke redenen die best te verklaren zijn, heb je ook geen zin om mee te werken aan een stemming van ‘zie je wel, wat we ook doen, het heeft toch geen zin'.

Maar toch.

Zelfs als je alle bovenstaande relativeringen meeweegt, is een groei van 0,1% tamelijk beschamend. Het Energieakkoord dateert alweer van 2013 en de 14% schone energie die we daarin overeen kwamen, dreigt zo zoetjes aan buiten bereik te raken. Dat is niet te verteren, omdat die ambitie al niet bijster spectaculair was en sowieso niet genoeg om ontwrichtende klimaatverandering te voorkomen. De Nationale Energie Verkenning van eind 2016 was al reden tot bezorgdheid, want die voorspelde al dat de groei van wind op land flink achterblijft. Daar komt nu bij dat onze energieconsumptie nota bene groeit. Op die manier wordt de extra groene energie gewoon opgesoupeerd.

In het politieke debat is de afgelopen maanden een soort zelfgenoegzaamheid geslopen. Omdat iedereen, inclusief het bedrijfsleven, roept dat klimaatverandering een belangrijk issue is bij de formatie (pure winst, daar niet van) lijkt de indruk te ontstaan dat dat allemaal wel gaat lukken. Nou, niet dus. Het vrolijke optimisme van Rutte over de economische kansen van de omslag naar schone energie werkt aanstekelijk, maar het CBS drukt ons snoeihard met onze neus op de feiten. Daarom toch maar even wat conclusies voor de formatie:

Eén: het tempo van onze investeringen in schone energie moeten omhoog. We moeten op een andere schaal gaan denken. Een verdrievoudiging van het tempo waarmee we windparken op zee bouwen is een aardig begin.

Twee: onze goede voornemens zijn kennelijk niet dwingend genoeg, het energiebeleid vraagt om een stevigere verankering. Voer dus zonder dralen een klimaatwet is, met dwingende doelen.

Drie: als we er niet in slagen de groei van onze energieconsumptie te beperken, blijven we dweilen met de kraan open. De tijd van verleiding is wat dat betreft voorbij, er zijn harde normen nodig voor gebouwen, fabrieken en het verkeer.

Geachte dames en heren onderhandelaars: als we de Europese degradatiezone van duurzame energie willen verlaten, zal er écht uit een ander vaatje getapt moeten worden.

Joris Wijnhoven is Campagneleider klimaat en energie bij Greenpeace. Op Twitter is hij actief onder @JorisW_GP