Opinie, Markt, Klimaat
31 oktober 2016

“Lange termijn staat al decennia voorop bij gasproductie”

Gertjan Lankhorst, CEO GasTerra: “Groningenveld was zonder beleid allang leeg geweest”

Heeft het tempo van de Groningse gasproductie decennialang te hoog gelegen? Volkskrant-journalist Peter de Waard velt een keihard oordeel in zijn column (betaalmuur): "Producenten en verbruikers van grondstoffen kijken allebei op de heel korte termijn. Ze maken zich niet druk over het lot van toekomstige generaties. Ze bekommeren zich alleen om de winsten van dit jaar, volgend jaar en de jaren dat de bestuurders er nog zelf zitten. Maar de horizon reikt zelden verder dan een decennium... [Nederland] is bij uitstek een voorbeeld van een land dat zo snel mogelijk de gasbel te gelde maakt."

De geschiedenis van het Nederlandse gasbeleid laat een heel ander beeld zien. Sterker: de lange termijn staat al decennia voorop bij het bepalen van het productietempo. Dat daarbij het beleid in de loop van de tijd een aantal keren is bijgesteld, komt doordat inzichten over verstandig beleid in de loop der tijd kunnen veranderen. Bijvoorbeeld door nieuwe inzichten over de al dan niet vermeende schaarste van gas op de lange termijn.

Na de ontdekking van het gasveld van Slochteren in 1959 werd een aantal jaren nagedacht over de wijze waarop dit gas te gelde moest worden gemaakt. Er was nog geen gasmarkt, en de algemene aanname was dat binnen afzienbare tijd de energievoorziening vrijwel volledig op kernenergie zou draaien. Het gas zou dan niets meer waard zijn, dus het moest zo snel mogelijk worden vermarkt. Daarbij was er wel aandacht voor de toekomst, want in het jaarlijkse Plan van Gasafzet moest de binnenlandse voorzieningszekerheid voor tenminste 25 jaar worden gegarandeerd. Als er meer reserves waren, werd er toestemming verleend om exportcontracten af te sluiten. De Groningenproductie steeg al snel naar 80 miljard m3 per jaar (tegen maximaal 24 miljard nu, tenzij er een zeer lange, koude winter is).
“Als Nederland het productietempo van de jaren ’60 niet had gematigd, was het gas al voor de eeuwwisseling op geweest”
In de jaren '70 veranderden de inzichten drastisch. Vanwege de vermeende schaarste aan grondstoffen werd in de westerse wereld een beleid ingezet gericht op energiebesparing, diversificatie en ontwikkeling van eigen bronnen. In Nederland betekende dat onder andere dat het kleineveldenbeleid werd ingevoerd. De productie van Groningengas werd afgeremd ten gunste van de inzet van kleine velden. Dit heette de ‘balansfunctie' van het Groningenveld. Kleine velden konden, doordat Gasunie een taak kreeg om dit gas bij voorrang in te kopen, rendabeler worden gewonnen en het Groningengas werd gespaard. Het kleineveldenbeleid heeft eraan bijgedragen dat zo'n 1.500 miljard m3 gas is geproduceerd van buiten Groningen. Zonder dit beleid was het Groningengas al lang op geweest. Juist van de kant van economen is dit beleid dikwijls sterk bekritiseerd. Immers, goedkoper te produceren gas langer in de grond laten kan kijkend door een economenbril niet goed worden verklaard. Het CPB vond het kleineveldenbeleid onverstandig; er waren ook economen die het als een subsidie voor de kleine velden beschouwden. Hoe dan ook: absoluut niet een beleid waarbij voorop stond "dat er maar geld moest worden verdiend, voor de aandeelhouders van de olieconcerns of voor de staat", zoals De Waard schrijft.

In de jaren '90 werd de energiemarkt in Europa geliberaliseerd. Concurrentie moest leiden tot lagere gasprijzen. Inmiddels werd er in Nederland Noors en Russisch gas geïmporteerd, en het Verenigd Koninkrijk wees de weg naar de zegeningen van een vrije gasmarkt. Het Plan van Gasafzet werd in die context een onhoudbaar instrument, want er was geen partij meer die de hele gasvoorziening kon coördineren. Daarom werd een nieuwe vorm van sturing ingevoerd om te voorkomen dat het Groningenveld razendsnel zou worden leeg geproduceerd. In de Gaswet werd een plafond voor de toegestane winning van Groningengas ingevoerd. Voor de periode 2005-2015 lag dat op 425 miljard m3, voor de periode 2010-2020 werd het opnieuw op 425 miljard m3 vastgesteld.

Na de ernstige aardbeving bij Huizinge in 2012 werd de productie van Groningengas beperkt om de veiligheidsrisico's te verminderen. Het aardbevingsrisico  - volgens Peter de Waard "bewust of onbewust voor lief genomen" - leidde tot een flinke verlaging van de productie, en een productieplafond dat nu voor vijf jaar is vastgesteld.

Kortom: als Nederland het productietempo van de jaren '60 niet had gematigd, was het gas al voor de eeuwwisseling op geweest. Nu zit er nog altijd 700 miljard m3 in de grond. Het resultaat van beleid dat poogt bewust met de beschikbare reserves om te gaan. Er is altijd een plan geweest voor het tempo van de winning.

Dan de tweede helft van de 21e eeuw. Zal het gas dan schaars zijn? Steeds meer wordt duidelijk dat de wereldwijde gasvoorraden veel groter zijn dan in het verleden werd aangenomen. Nieuwe opsporings- en winningsmethoden leiden tot het inzicht dat er welllicht nog wel voor 250 jaar gas op de wereld is. Moderne transportmethodes leiden ertoe dat dit gas over de hele wereld kan worden getransporteerd. Maar tegelijkertijd leidt de zorg over de klimaatverandering tot de theorie van het carbon budget. Gasvoorraden zouden volgens dat denken in de niet al te verre toekomst geen waarde meer hebben, omdat ze in de grond moeten blijven. In die visie heeft gas in de tweede helft van deze eeuw helemaal geen waarde meer. Ook leven we in een wereld die snel duurzamer wordt, waarin geopolitieke spanningen toenemen en tal van nieuwe toepassingen van aardgas en groen gas in opkomst zijn.

Het verleden laat zien dat het denken over de toekomstige waarde van gas meerder keren drastisch is veranderd. Hoe we in de toekomst over die waarde gaan denken, is een vraag die nog beantwoord moet worden.

Gertjan Lankhorst is CEO van GasTerra