Opinie, Markt, Klimaat
7 september 2017

Koppeling Europees en Zwitsers emissiehandelssysteem

Jos Cozijnsen: CO2-handel de wereld over, tegen wil en dank

Op 16 augustus zijn de besprekingen tussen Zwitserland en de Europese Commissie afgerond en is er een voorstel gepubliceerd om de 2 emissiehandelssystemen aan elkaar te koppelen. Het voorstel kan aan het eind van 2017 worden goedgekeurd en voor 2020 in werking zijn.  Door de koppeling kunnen Europese en Zwitserse bedrijven (en door de ‘Economische Vrije Zone' ook Noorse, IJslandse en Liechtensteinse) de emissierechten van beide systemen gebruiken om aan hun CO2-verplichtingen te voldoen. Koppeling leidt tot een groter gelijk speelveld voor bedrijven en flexibiliteit en tot lagere gezamenlijke kosten. Dat maakt het makkelijker strengere CO2-doelen af te spreken in het kader van het Parijsakkoord.

 

Voorwaarden en voordelen

Voorwaarden voor koppeling zijn voor de EU: het gelinkte systeem moet net als het EU ETS verplicht zijn met een absoluut CO2-plafond, zodat bedrijven in beide systemen vergelijkbare inspanningen moeten plegen. Er moet vergelijkbare milieu-integriteit gelden: dus geen dubbeltelling, goede monitoring en verificatie en handhaving van de regels. De emissieregisters worden aan elkaar verbonden. Een ‘Joint Committee' overziet de koppeling en bespreekt geschillen.

Over het algemeen zijn de voordelen van koppeling: lagere kosten, meer flexibiliteit en marktliquiditeit, stabielere CO2-prijs, groter gelijk speelveld en meer internationale samenwerking.

 

Het Zwitserse emissiehandelssysteem omvat 54 bedrijven: cement, farmaceutica, raffinaderijen, papier, stadsverwarming, staal en andere bedrijven met hoge CO2-emissies. Totaal is 5.63 miljoen ton emissierechten beschikbaar.

Dat neemt jaarlijks af met 1,74% tot 4.91 miljoen ton in 2020: een reductie van 13% vergeleken met 2013, toen het systeem begon. Bedrijven mogen ook binnenlandse CO2-credits van projecten gebruiken. Het Zwitsers systeem erkent ook deels buitenlandse CO2-credits inclusief bos-credits, mits aan kwaliteitseisen wordt voldaan.
“Men is afgestapt van het streven naar één mondiale CO2-markt”


De koppeling is voor de EU vooral van principieel en politiek belang. Het geeft ervaring voor mogelijke koppelingen in de toekomst met Californië en andere staten, Zuid-Korea, Nieuw-Zeeland en China.

Voor Zwitserland is een direct voordeel dat bedrijven meer flexibiliteit krijgen, een liquide markt kunnen gebruiken en met ‘price disclosure', zaken die eerder ontbraken. Een belangrijk gevolg voor Zwitserland is dat het nu ook de CO2-emissies van de luchtvaart binnen het eigen land onder het eigen emissiehandelssysteem gaat brengen.

 

Verschil in ambitie

Het moeilijkste onderdeel van koppelingsonderhandelingen is vaak het verschil in ambitie: landen hebben vaak verschillende CO2-doelen en andere beschermingsconstructies. In dit geval erkent Zwitserland buitenlandse CO2-credits en bos-credits, en de EU doet dat vooralsnog niet. Daar hebben partijen een afspraak over gemaakt: het ene systeem kan strenger zijn dan het andere, maar de emissierechten blijven uitwisselbaar. In de onderhandelingen zal men wel afspraken maken over aanscherping en bijvoorbeeld zaken als vergelijkbare boetes en indien gewenst minimum veilingprijzen.

 

Niet één mondiale CO2-markt, maar koppeling van vergelijkbare systemen

Tien jaar geleden gingen experts en ook ik ervan uit dat er één mondiale CO2-markt zou moeten komen met één CO2-prijs. Van dit streven is men afgestapt. Dat is niet haalbaar en ook niet nodig. Het Parijsakkoord is ook in tegenstelling tot het Kyotoprotocol ‘bottom-up' in plaats van ‘top-down'. Wel is essentieel dat dezelfde boekhoudregels gelden: ‘a ton is a ton'. Ik denk dat we steeds meer systemen gekoppeld zien worden, met steeds meer vergelijkbare regels en wel met dezelfde accountingeisen en -kosten voor bedrijven.

Al is er altijd kritiek op de ambitie van emissiehandel te geven: die hangt echter meer af van de CO2-doelen dan van de systemen. Daarom is er internationaal steeds meer interesse: het maakt doelen voor regeringen makkelijker haalbaar. Juist dit weekend bestond het International Carbon Partnership ICAP 10 jaar. En via het Partnership for Market Readiness worden 17 ontwikkelingslanden geassisteerd bij ontwikkeling van hun systemen. Vooruitlopend op afspraken onder het Klimaatverdrag werken landen aan Clubs of Carbon Markets, om onderlinge ervaring op te doen met scherpere regels tegen dubbeltelling.

Koppeling CO2-markten belangrijk voor scherpere CO2-doelen

In het kader van het Parijsakkoord gaan landen over een paar jaar onderhandelen over strengere nationale CO2-verplichtingen en afspraken maken over de kwaliteit van CO2-credits van projecten die gebruikt mogen worden. Het feit dat Zwitserse bedrijven voor een deel al binnenlandse CO2-credits van projecten en boscredits uit het buitenland mogen gebruiken geeft hen lagere kosten en meer flexibiliteit. Voordeel voor de EU is dat hiervan kan leren en dit kan gebruiken bij de aanscherping van de CO2-doelen. Voor een strenger doel voor 2030 zullen buitenlandse credits nodig zijn.  Het CO2-doel van de EU voor 2050 zal "negatief" moeten zijn: dat wil zeggen meer reducties realiseren dan dat er emissies waren. Dat kan betaalbaar door de mondiale CO2-markt.  Een kostenreductie van meer dan 50%, zo hebben de Wereldbank en Ecofys berekend!

Jos Cozijnsen is zelfstandig adviseur emissierechten. Meer informatie over hem vindt u op www.emissierechten.nl. Op Twitter is hij actief onder @timbales.