Koerswending Saoedi Arabië niet risicoloos

Rob de Wijk: "De vraag is of het land niet te laat is"

Een kleine revolutie lijkt in Saoedi Arabië plaats te vinden: het land wil minder afhankelijk worden van de olie-export. Dat is logisch. Vergroening komt overal ter wereld op stoom; er ligt nu een klimaat akkoord dat vorig jaar in Parijs werd ondertekend. En de prijs van olie is zo laag dat het land voor het eerst sinds jaren moet lenen om de begroting sluitend te krijgen.

 

Dit wil niet zeggen dat het op korte termijn gedaan is met de verkoop van olie. De komende decennia blijven olie en gas een essentieel onderdeel uitmaken van de energiemix. De energietransitie gaat hard, maar zo hard gaat het nu ook weer niet. Dit inzicht leidde vorige maand overigens tot realiteitszin in de Tweede Kamer. Het oorspronkelijke idee van de PvdA om tot een verbod te komen op de verkoop van auto's met verbrandingsmotoren in 2025 ging van tafel en werd vervangen door een oproep aan het Kabinet om te streven naar het "louter verkopen van emissieloze nieuwe auto's in 2025".  

 

Toch toont het plan aan dat het nu menens wordt met de energietransitie en onderschrijft de stelling dat Saoedi Arabië inderdaad minder afhankelijk van de verkoop van olie moet worden. Om de economie om te schakelen wordt een investeringsfonds van $2.000.000.000.000 gesticht. Veel geld dus. Dat geld moet onder meer bij elkaar worden gebracht door de verkoop van aandelen van het staatbedrijf Saudi Aramco dat tussen de 1 en 10 triljoen dollar waard is. 

“Als dat proces niet goed wordt gemanaged is de kans groot dat er sociale onlusten ontstaan”

Saoedi-Arabië is niet het eerste olieland dat de economie op de schop neemt. Dubai ging groeien nadat in 1966 olie werd gevonden. Wie nu in dat land komt ziet, behalve een overgerestaureerd stukje, niets meer van het oude Dubai terug. Daar staat tegenover dat de architectuur soms adembenemend is. Zo adembenemend dat toen het in 2009 economisch slechter ging de bouwsector in de problemen kwam. Toch heeft het land zich ontwikkeld tot een toeristisch trekpleister en een centrum voor financiële dienstverlening. Dubai heeft een florerende ICT sector en is natuurlijk een belangrijke hub voor het vliegverkeer. Inmiddels is het land voor slechts 5 procent afhankelijk van de verkoop van olie. 

 

Een ander voorbeeld is Masdar City, een plan dat in 2006 is ontwikkeld en wordt gerealiseerd in Abu Dhabi. De stad moet het centrum voor de cleantech industrie worden. In 2010 trokken de eerste bewoners in de nieuwe stad die in 2015 voltooid moest zijn. Maar ook hier sloeg in 2009 de financiële crisis hard toe. In 2016 was nog slechts 0,12 km2 voltooid en werd er van uitgegaan dat de stad in 2030 klaar zou zijn. Aanvankelijk zouden auto's volledig uit de stad worden verbannen en zou al het vervoer door middel van geautomatiseerde Personal Rapid Transit systemen plaatsvinden. Maar ook hier werd een streep doorgezet. Te duur. 

 

Ik ben benieuwd hoe onder leiding van de ultra ambitieuze, jonge vice-kroonprins Mohammed bin Salman de transitie in Saoedi Arabië wordt aangepakt. Helemaal zonder risico is die transitie niet, want het koninkrijk is oerconservatief en de bewoners zijn gewend om door de overheid gepamperd te worden. Als dat proces niet goed wordt gemanaged is de kans groot dat er sociale onlusten ontstaan. Bovendien is het de vraag of het land niet te laat is. Er was een goede kans om de transitie in te zetten toen de olieprijs nog boven de 100 dollar per vat lag, maar die kans heeft men in Riyad niet gepakt.  

 

Rob de Wijk is directeur van het The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) en professor Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Leiden. In zijn column gaat hij in op de energievoorziening in het licht van de internationale verhoudingen.