Klimaatneutraal-strategie EU Commissie verdient meer aandacht

Pieter Boot: Je moet even goed lezen om de reikwijdte ervan tot je te laten doordringen: Europa moet in 2050 klimaatneutraal zijn

Op 28 november presenteerde de Europese Commissie haar strategie voor een klimaatneutraal Europa in 2050. In Nederland kreeg deze weinig aandacht. Dat is onterecht. Zowel als streven, argumentatie en als stap naar besluitvorming is dit een belangrijk document.

 

In maart van dit jaar vroeg de Europese Raad de Commissie met een nieuw lange termijnbeeld te komen. Alles op alles werd gezet om deze voor het begin van de Conference of Parties in Katowice te publiceren en dat lukte net. Ieder mag er nu zijn zegje over doen zodat de Europese Raad er op 9 mei 2019 een besluit over kan nemen.

 

De lange termijn strategie stelt geen precieze doelen, maar bevat een ‘visie en gevoel van richting'. Je moet ook even goed lezen om de reikwijdte ervan tot je te laten doordringen: Europa moet in 2050 klimaatneutraal zijn. Niet 95 procent emissiereductie, nee: per saldo nul emissie. Dat is een bij uitstek politieke uitspraak (PBL heeft geholpen bij de onderbouwing ervan). De Commissie presenteert acht scenario's, waarvan er twee het doel halen, en ze geeft zeven bouwstenen die altijd nodig zijn. De ambitie wordt gehaald door hetzij een scenario met een verandering van levensstijl, extra inzet op een circulaire economie en extra veel energiebesparing, hetzij door een scenario dat meer gebruik maakt van biomassa en afvang en opslag van koolstof. In beide gevallen hoeft niet in grote mate op negatieve emissies na 2050 vertrouwd te worden. Interessant is na te gaan hoe de bouwstenen zich verhouden tot de discussies in ons land.

 

Een belangrijk verschil met de Nederlandse discussie is dat wij ons op 2030 concentreren en de Commissie op 2050. Het Europese 2030 doel is - 40 procent. Met het nu in gang gezette beleid zouden we volgens de Commissie in Europa - 45 procent kunnen halen. Het Europees Parlement en landen als Zweden en Nederland willen liever - 55 procent. Zolang Duitsland zich daar niet vierkant achter schaart, durft de Commissie die discussie niet aan. Voor een strategie is 2050 ook belangrijk. Dat doen wij in de Klimaatwet. Onze 95 procent reductie is lastiger te realiseren dan de Europese neutraliteit. Dat komt door het landgebruik. In Europa neemt het land door de vele bossen per saldo zo'n vijf procent van de uitstoot op. In Nederland zijn relatief weinig bossen en stoot het land door het inklinkende veen per saldo broeikasgassen uit. Wel laat het Commissievoorstel zien dat Nederland er echt niet alleen voor staat. Ook in onze nationale discussies kan die wisselwerking met het buitenland wellicht nog wat meer aandacht krijgen.

Globaal zal het energieverbruik in 2050 de helft moeten zijn van dat in 2005

De voorgestelde acties op zeven terreinen zijn globaal vergelijkbaar met die aan de Nederlandse tafels, maar anders georganiseerd en een vergelijking laat zien dat wij het soms lastiger zullen hebben.

 

Altijd zal er veel energiebesparing nodig zijn. Globaal zal het energieverbruik in 2050 de helft moeten zijn van dat in 2005. Dat is echt een grote verandering van de huidige trend: de afgelopen 25 jaar groeide het Europese BNP met de helft en kon het energieverbruik gelijk blijven, maar nam het niet af. Ten tweede neemt het elektriciteitsverbruik en dat van hernieuwbare energie toe. Het aandeel elektriciteit in het verbruik wordt meer dan tweemaal zo groot, waarvan 80 procent hernieuwbaar en 15 procent kernenergie. Hier heeft Nederland het waarschijnlijk lastiger: zonder kernenergie zouden we bijna alle elektriciteit hernieuwbaar moeten krijgen. Dat maakt de systeemopgave nog groter. De decarbonisatie van elektriciteit gaat ook relatief snel en wordt de ruggengraat van schone warmte, vervoer en industrie - zowel direct als indirect door het maken van schone brandstoffen of gassen.

 

Het derde element is het slimme transport, om te beginnen in de steden. Zonder het betalen voor de externe kosten - ook in scheep- en luchtvaart - zal dat niet lukken, stelt de Commissie. In binnenlandse en korte afstand zeescheepvaart ziet zij ook mogelijkheden voor elektrificatie. Voor de industrie wordt ingezet op innovatie, die tegelijkertijd op klimaatneutraliteit en de circulaire economie is gericht. Door meer hergebruik hebben we minder ruwe grondstoffen nodig, maar ze blijven noodzakelijk. Daarom is ook de afvang en opslag van koolstof (CCS) vereist. De Commissie constateert dat de verwachtingen rond CCS in het verleden hoger gespannen waren dan nu, maar voor de energie intensieve industrie ziet zij geen alternatief. De vijfde bouwsteen bestaat uit biomassa en de opname van CO2. Het aandeel biomassa in het energieverbruik zal toenemen, het is afhankelijk van het scenario hoeveel. Landgebruik is daar de bepalende factor. De Commissie voorziet dat de Europese landbouw voor nieuwe meer duurzame grondstoffen kan zorgen en de netto koolstofopname verder kan vergroten. Hier heeft Nederland dus een relatief lastige positie. De laatste bouwsteen bestaat uit de infrastructuur die de opties moet verbinden.

Samenvattend sporen de bouwstenen van de Europese lange termijnstrategie aardig met die van een mogelijk Nederlands klimaatakkoord

De Commissie voorziet een toename van de investeringen om dit alles te realiseren, maar op de keper beschouwd valt deze wel mee: de investeringen om een economie met netto nul-emissies te realiseren bedragen 2,8 procent van het BNP tegen de huidige twee procent. Dit is heel globaal in lijn met berekeningen die voor Nederland zijn gemaakt. Erg optimistisch is zij over de invloed van de transitie op de economische groei: die zou licht positief zijn, nog los van de vermeden kosten van klimaatverandering. Zorgen heeft zij wel over de sociale en regionale gevolgen. Over heel Europa gezien verwacht men per saldo weinig negatieve werkgelegenheidseffecten, maar wel meer in Centraal Europa, waar de energie- en auto-industrie een hoger werkgelegenheidsaandeel heeft.

 

Samenvattend sporen de bouwstenen van de Europese lange termijnstrategie aardig met die van een mogelijk Nederlands klimaatakkoord. Door ons lage aandeel kernenergie, de bodemgesteldheid en onze koolstofintensieve landbouw zal de transitie ons nog meer inspanning kosten dan elders. Ook zal de emissiedaling die in 2020-2040 gerealiseerd moet worden hier meer van ons vragen, omdat we in vergelijking met andere Europese landen nog minder daling hebben gerealiseerd. Anderzijds is de Nederlandse industrie er wellicht beter op voorbereid en is het voor ons makkelijker het transport te decarboniseren dan in dun bevolkte landen.

 

Pieter Boot is Hoofd sector Klimaat, Lucht en Energie bij het Planbureau voor de Leefomgeving