Opinie, Politiek, Markt, Klimaat
2 juli 2018

Klimaatambities en maatregelen moeten grensoverschrijdend zijn

Jan Frederik Braun en Lucia van Geuns over het belang voor Nederland om met klimaatbeleid in te zetten op een gelijk internationaal speeldveld

Medio juli moet er een voorstel op hoofdlijnen over het Klimaatakkoord op tafel liggen. Hierin worden afspraken vastgelegd over de manier waarop we in Nederland het ambitieuze doel van 49 procent broeikasgasreductie in 2030 ten opzichte van 1990 willen gaan bereiken. Dit moet leiden tot een definitief Klimaatakkoord aan het einde van het jaar. Vervolgens moet Nederland net als andere landen in 2050 zo goed als CO2-neutraal zijn.

 

Met het Klimaatakkoord gaat de Nederlandse regering voor een ‘alle hens aan dek' pakket aan maatregelen. Hierbij is de ‘volledige' elektrificatie van Nederland het uitgangspunt: van het verwarmen van onze huizen tot emissieloze personenauto's en industriële processen. Tegelijkertijd stoppen we uiterlijk in 2030 met elektriciteitsproductie uit kolen, introduceren we een minimumprijs van CO2 voor de elektriciteitssector en er wordt er grootschalig ingezet op het afvangen en opslaan van CO2 (in lege gasvelden in de Noordzee en in de Rotterdamse haven).

 

Vooral voor de elektriciteitssector en industrie zijn de te nemen maatregelen een enorme uitdaging. Grote industriële vervuilers opereren in een mondiaal speelveld. Ambitieuze klimaatmaatregelen binnen Nederland kunnen de internationale concurrentiepositie van deze bedrijven serieus ondermijnen. De deelnemende partijen aan het Klimaatakkoord erkennen dat er zaken spelen waarbij de Nederlandse ambities afhankelijk zijn een internationale context.

 

In een brief aan de Tweede Kamer van 12 juni rapporteert minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) over de onderhandelingen van het Klimaatakkoord. Met betrekking tot elektriciteit stelt de bewindsman dat de partijen zich realiseren dat de indicatieve emissie reductieopgave van 20,2 Mton sterk verbonden is met de regionale en Europese elektriciteitsmarkt en daarmee met de ontwikkelingen die in buurlanden zoals Duitsland plaatsvinden. Anders dan Nederland zijn onze oosterburen echter niet van plan om een nationale minimumprijs van CO2 voor de elektriciteitssector in te voeren. Het mogelijke gevolg is dat Nederland nog meer goedkope maar vuile stroom, opgewekt met bruinkool, uit Duitsland gaat importeren dan nu al het geval is.

Nederland moet zich internationaal sterk maken voor het op transparante wijze rapporteren en reduceren van ‘directe’ en ´indirecte’ emissies

Met betrekking tot het uitwerken van afspraken aan de industrietafel stelt Wiebes in de kamerbrief dat voor alle partijen de internationale context waarbinnen de industrie opereert een aandachtspunt is. Daarom is aan deze tafel ook aandacht voor "het bevorderen van een gelijk speelveld" en wordt vanuit dat gegeven naar "concrete afspraken toegewerkt".

 

Een concrete afspraak waar Nederland zich internationaal sterk voor zou moeten maken is het op transparante wijze rapporteren en reduceren van ‘directe' en ´indirecte' emissies. Directe emissies zijn emissies die bedrijven door eigen activiteiten veroorzaken. Indirecte emissies betreffen activiteiten van andere partijen en emissies die eerder in de energieketen worden veroorzaakt. Nederlandse bedrijven en industriële grootverbruikers die internationaal concurreren veroorzaken een groot deel van hun indirecte emissies in mondiale waardeketens.

 

Nederlandse ondersteuning voor de gestandaardiseerde rapportagetool van de Task Force on Climate-Related Disclosures (TFCD) zou een gelijk speelveld sterk bevorderen. De Task Force heeft vier aanbevelingen voor de openbaarmaking van klimaatgerelateerde financiële gegevens opgesteld die gelden voor bedrijven en overheden. Het verschaffen van verdere informatie rondom deze aanbevelingen (governance, strategie, risicomanagement, statistieken en doelstellingen) stelt investeerders in staat om klimaat-gerelateerde risico's en kansen in te schatten. Unilever is een goed voorbeeld van een bedrijf dat reductiedoelstellingen voor zowel directe (100 procent in 2030) als indirecte (50 procent in 2030) emissies heeft gesteld. Over zijn CO2-uitstoot rapporteert Unilever op een transparante wijze en volgens gestandaardiseerde richtlijnen.  

 

De Europese Commissie en de regeringen van Canada, China, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Zweden verkennen momenteel de mogelijkheid om de TFCD rapportagetool te standaardiseren. Nederland moet zich hierbij aansluiten. In dezelfde context kan Nederland leren van de Franse klimaat- en energiewet uit 2015. Met Artikel 173 in deze wet is Frankrijk het eerste land ter wereld dat vermogensbeheerders en bedrijven verplicht om klimaatrisico en milieu- en sociale dimensies in hun bedrijfsrapportering te integreren.

 

Ed Nijpels, de voorzitter van het Klimaatberaad, stelde onlangs dat het einddoel van de Nederlandse klimaatambities niet ter discussie staat. Wat wel ter discussie staat is de snelheid waarmee dit doel bereikt moet worden. Wij voegen hieraan toe dat als Nederland ‘plankgas' haar klimaatambities wil kunnen omzetten, dan moet het bevorderen van een gelijk internationaal speelveld bovenaan de lijst van prioriteiten staan. Hierbij moeten zowel ambities als maatregelen in toenemende mate grensoverschrijdend ingezet worden.

 

Jan Frederik Braun is strategisch analist en Lucia van Geuns strategisch adviseur binnen het Programma Energietransitie van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (www.hcss.nl)