Opinie, Politiek, Klimaat
18 december 2018

Kan de industrie wel én geen schade ondervinden van CO2-tax?

Frans Rooijers: De combinatie van heffing en subsidie laat zien dat er ruimte is om de energie- of CO2-prijzen voor de industrie te verhogen zonder verlies aan concurrentiepositie

Naast de inkomenseffecten van het klimaatbeleid voor huishoudens, zijn de kosten voor de industrie het hete hangijzer om tot een effectief klimaatbeleid te komen. De industrie roert zich heftig om elke kostenstijging te vermijden om daarmee de concurrentiepositie niet te schaden. Toch worden studies uitgevoerd naar de effecten van een CO2-heffing in diverse varianten, om te bekijken hoe groot de effecten zouden zijn en voor welke specifieke bedrijven.

Voor het ministerie van EZK hebben we onlangs een studie gedaan naar de effecten van een minimumprijs voor CO2 als die niet alleen voor de elektriciteitssector, maar ook voor industriële bedrijven wordt ingevoerd. Daaruit komt naar voren dat de effecten beperkt zijn, maar dat sommige industrieën wel degelijk effecten zullen merken op hun concurrentiepositie. Anderzijds hebben we voor WISE en Greenpeace een studie gedaan naar een andere variant, waarbij de inkomsten volledig worden teruggesluisd, en dan zijn de effecten geringer.

Beide conclusies zijn waar, maar voor de oppervlakkige lezer niet eenvoudig met elkaar te verenigen. Ondanks dat we helder uitleggen in de samenvatting waardoor de verschillen ontstaan, ontstaat er bij sommigen een beeld dat we steeds wat anders concluderen, zelfs ingegeven door de opdrachtgever.

We zijn niet opgewassen tegen twitteraars die meteen reageren op een kop van een artikel en ons gelijk in een hokje stoppen

Dit is voor onderzoekers een lastig issue. Het is zeker niet zo dat beide conclusies met elkaar in tegenspraak zijn. In beide gevallen heeft de CO2-heffing primair een beperkt schadelijk effect, maar dat effect is te compenseren door volledig terug te sluizen en door de heffing minder hoog te maken. Het heeft dus alles te maken met de scope van de analyse. Natuurlijk proberen we altijd een goede scope te hanteren, maar een opdrachtgever is lang niet altijd geïnteresseerd in een analyse van de hele wereld. EZK was vooral geïnteresseerd in de directe effecten, maar die kunnen sterk verminderd worden als de heffing meer wordt afgestemd op het beleid in de ons omringende landen en/of als de opbrengsten van de CO2-heffing worden aangewend voor een subsidiepot voor duurdere CO2-reducerende maatregelen. Die combinatie van heffing en subsidie laat zien dat er ruimte is om de energie- of CO2-prijzen voor de industrie te verhogen zonder verlies aan concurrentiepositie omdat de energie-intensieve industrie in de ons omringende landen hogere energiekosten kent dan de Nederlandse industrie.
En daarmee wordt het beeld genuanceerder. Zouden we daarom dan maar geen studies moeten doen die niet de secundaire en tertiaire effecten meenemen? Dat zou niet lukken. Hoe wij dat oplossen is door duidelijk de scope te vermelden in onze onderzoeken, ook in onze samenvattingen, om degene die het leest een helder beeld te geven van de reikwijdte van de conclusies. Maar daarmee zijn we niet opgewassen tegen twitteraars die meteen reageren op een kop van een artikel en ons gelijk in een hokje stoppen.
In onze advisering proberen we voor- en nadelen maximaal te combineren, bijvoorbeeld in de studie Noodzakelijk beleid Klimaatakkoord. Daarin is niet alleen een heffing, maar ook een terugsluis opgenomen waardoor de industrie betaalt voor CO2-reductiemaatregelen, en de nadelige effecten gering zijn. Want dat is de juiste manier om een effectief klimaatbeleid te voeren: krachtige instrumenten die leiden tot CO2-reductie en tegelijkertijd compenseren van ongewenste effecten die daardoor ontstaan.

https://www.ce.nl/publicaties/2187/effecten-van-co2-beprijzing-in-de-industrie

https://www.ce.nl/publicaties/2188/analyse-van-het-invoeren-van-een-co2-minimumprijs-voor-de-industrie

https://www.ce.nl/publicaties/2203/noodzakelijk-beleid-klimaatakkoord-een-maatschappelijke-afweging

 

Frans Rooijers is Directeur van CE Delft