Opinie, Klimaat
19 februari 2018

Inkomenspolitiek van bedrijven blokkeert klimaatbeleid

Donald Pols over eerlijk klimaatbeleid

Vorige week bracht CE-Delft in opdracht van Milieudefensie het rapport "indicatoren voor een rechtvaardig klimaatbeleid" uit. Milieudefensie pleit voor een eerlijk klimaatbeleid. Want als we niet eerlijk omschakelen, verspelen we draagvlak bij burgers en vertraagt de transitie.

Maar wat is eerlijk? Daarvoor heb je objectieve maatlatten nodig. Daarover zo meer.

 

Het CE-Delft rapport genereerde flink wat publiciteit. Soms was die heel feitelijk: "Laagste inkomens betalen het meest aan klimaatbeleid, Rutte III versterkt die ongelijkheid" (Volkskrant). Soms vrolijk sceptisch: "Wie het klimaat wil redden en met dezelfde maatregelen de armoede wil bestrijden, doet beide maar half" (Matthijs Bouman, FD). Maar soms ook nogal sceptisch "10 tekortkomingen in het rapport van CE Delft in opdracht van Milieudefensie" (Henri Bontebal, blog).

 

Waar ging het rapport over? Het zet op een rij hoeveel klimaatbelastingen worden betaald door verschillende groepen burgers en bedrijven. De energiebelastingen op gas en elektriciteit, de Opslag Duurzame Energie (ODE) en de CO2-prijs voor bedrijven, samen klimaatbelastingen genoemd. We hebben gekeken hoe eerlijk die klimaatbelastingen verdeeld zijn over groepen burgers en bedrijven. Volgens twee principes. Dat van de vervuiler betaalt en dat van draagkracht: de sterkste schouders zouden de zwaarste lasten moeten betalen.

 

Het principe van de vervuiler betaalt is algemeen erkend. Het staat in de Omgevingswet. Ook economen kunnen altijd goed uitleggen dat het een efficiënt en effectief principe is. CE Delft rekende uit hoeveel burgers en bedrijven nu voor CO2 vervuiling betalen. Dat kan vrij eenvoudig door klimaatbelastingen om te rekenen naar CO2-prijzen. Dan blijkt dat burgers veel betalen voor CO2 vervuiling en grote bedrijven heel weinig. Terwijl bij bedrijven het grootste reductiepotentieel ligt. De klimaatbelastingmaatregelen in het regeerakkoord maken die verhouding nog schever, berekende CE Delft voor ons.

 

Bij het draagkrachtprincipe is gekeken in welke mate burgers of bedrijven de kosten kunnen dragen. Voor burgers nam CE Delft hun besteedbaar inkomen als maat. Voor bedrijven hun omzet, na aftrek van belastingen. Dat leverde min of meer hetzelfde scheve beeld op: de meest kwetsbare inkomensgroep betaalt in 2021 4,2 procent van hun besteedbaar inkomen aan klimaatbelastingen. Terwijl dat voor de kwetsbare zware industrie gemiddeld 0,6 procent van hun netto omzet is.

Laat bedrijven evenveel betalen voor vervuilende CO2 en pas dan vervolgens bij burgers én bedrijven inkomensbeleid toe

Terug naar de commentaren. Het meest opvallende daarin was de focus op de inkomenseffecten van de klimaatbelastingen. Met het verwijt dat wij klimaatbeleid misbruiken voor inkomenspolitiek. Dat is halfslachtig volgens FD-columnist Matthijs Bouwman. Wat is daarop onze reactie?

 

Het klopt dat we aandacht besteden aan de inkomenseffecten van burgers. Want lagere inkomens betalen relatief meer klimaatbelasting én hebben minder toegang tot klimaatoplossingen. Een aardgasvrij huis bijvoorbeeld is zelfs voor heel veel huishoudens nog onbereikbaar, liet adviesbureau Ecorys ons zien. Dus ja, om snelheid te maken in de energietransitie moet je naar deze inkomenseffecten kijken. Anders kunnen mensen niet mee in de omschakeling en vertraagt die. Dat is geen inkomensbeleid, maar eerlijk klimaatbeleid.

 

Het zijn juist de grote bedrijven die telkens weer de inkomenskaart trekken. Immers, zo gauw het gaat over klimaatbelastingen, dan wordt gedreigd met vertrek. Want het ‘inkomen' van bedrijven komt dan in gevaar. Die agenda vindt iedereen zó logisch dat niemand het nog door lijkt te hebben. Juist grote bedrijven misbruiken telkens weer de klimaatagenda voor inkomenspolitiek.

 

Onze boodschap is simpel. Laat bedrijven evenveel betalen voor het vervuilende CO2 en pas dan vervolgens bij burgers én bedrijven inkomensbeleid toe. Bijvoorbeeld door die belastingopbrengst terug te geven aan burgers en bedrijven, voor klimaatoplossingen. Zo ben je klimaat- en inkomensbeleid niet halfslachtig aan het vermengen, om in termen van Matthijs Bouman's column te blijven, maar verbind je ze juist. Eerlijk klimaatbeleid dus.

 

Tot slot, de analyse van CE Delft laat zien dat de klimaatbelastingen uit het regeerakkoord de ongelijkheid vergroten. Het Klimaatakkoord kan dat herstellen. Onze agenda voor dat akkoord is daarmee duidelijk.

 

Donald Pols is directeur van Milieudefensie. Op Twitter is hij actief onder @DonaldPols