Opinie, Politiek, Klimaat
14 december 2017

Het spel en de knikkers van de energietransitie in 2017

Olof van der Gaag: “Werken aan een succesvolle doorstart”

Wat bracht 2017 voor de energietransitie? Met de verkiezingen, de slepende formatie en de discussie over een nieuwe energieakkoord was er veel aandacht voor het ‘spel', maar laten we eerst kijken naar de ‘knikkers': wat gebeurde er echt?

De Nationale Energieverkenning liet zoals elk jaar zien dat er nog gaten te dichten zijn, maar de groei van duurzame energie is spectaculair: de schamele 6% nu bedraagt 16,7% in 2023. Het Energieakkoord heeft daadwerkelijk voor een historische omslag gezorgd. Die verandering is vooral spectaculair voor elektriciteit: het aandeel duurzame stroom groeit van 12,5% nu naar 44% in 2023. Tegelijkertijd zijn de kosten met tientallen procenten gedaald en is er een serieuze kans dat bijvoorbeeld windparken op korte termijn subsidievrij te realiseren zijn. Wie had dat gedacht, tijdens de Kerstborrel vijf jaar geleden?

Over deze ‘elektriciteitstransitie' kun je dus zeggen: vooral doorgaan! Zorg dat de kosten rap blijven dalen. En zorg dat duurzame energie met afstand de populairste energiebron blijft, door de omwonenden serieus te nemen en de kans te geven om mee te doen; door lusten en lasten eerlijk te delen; en door te blijven zorgen voor werkgelegenheid en scholingskansen om aan de grote vraag naar bijvoorbeeld techneuten te voldoen. Met dit grote aandeel duurzame elektriciteit, wordt de ‘ongelijktijdigheid' van aanbod en vraag een serieus thema waar zowel technisch als beleidsmatig innovatie nodig is, bijvoorbeeld om vraagsturing, slimme netwerken, opslag en conversie verder te ontwikkelen.
“Gemiddeld worden er wekelijks nog duizend woningen aangesloten op het aardgas, terwijl er dagelijks duizend vanaf zouden moeten”

Een energietransitie is natuurlijk meer dan een elektriciteitstransitie. Dat merken ze niet alleen in Duitsland, dat merken we ook hier. De ‘warmtetransitie' krijgt gelukkig veel aandacht, maar nog te weinig actie. Gemiddeld worden er wekelijks nog duizend woningen aangesloten op het aardgas, terwijl er dagelijks duizend vanaf zouden moeten. Voor de ‘industrietransitie' geldt iets vergelijkbaars. De eigen voorstellen van de industrie behoren absoluut tot de positieve ontwikkelingen in 2017. Maar qua ‘knikkers' waren ook hier de resultaten nog bescheiden. De ‘mobiliteitstransitie' gaat moeizaam: de CO2-uitstoot van nieuwe auto's steeg bijvoorbeeld voor het 2e jaar op rij. Nederland ziet terecht graag strenge Europese uitstootnormen, maar die lijken er niet te komen. Om de doelen uit het Regeerakkoord te halen, is een norm nodig van 35 gram CO2 per kilometer in 2030. De Europese Commissie stelt bijna het dubbele voor. Hier moet de omslag dus komen van een doorbraak in de productie van bijvoorbeeld betaalbare elektrische auto's - of de politiek moet enkele taboes overwinnen.

Genoeg te doen dus voor het nieuwe kabinet en een nieuw Klimaat- en Energieakkoord. Het ‘spel' daarover houdt ons allemaal flink van de straat. Teveel, eigenlijk. Vorig jaar rond de Kerst hoopte ik dat we daar nu al verder in zouden zijn. Zoals het er nu naar uitziet, gaan we pas een jaar na de verkiezingen echt aan de slag. De veelbesproken ‘klimaatborrel' op 4 december met minister Wiebes gaf wel enkele indrukken maar nog geen actieplan. Wat mij opviel aan de minister: hij lijkt authentiek gemotiveerd om de ambitieuze doelen uit het regeerakkoord te halen. Hij lijkt ook echt liever te gaan voor -55% CO2 met omringende landen dan voor -49%. Een VVD-minister die binnen de EU pleit voor een coalitie voor snelle uitfasering van kolencentrales, dat had ik niet zien aankomen.

Hij lijkt volstrekt ondogmatisch en techniekneutraal in het bereiken van het doel. Er kleeft voor hem volgens mij geen enkel politiek prestige aan het veranderen van de tabel met ‘indicatieve reducties van megatonnen CO2' uit het Regeerakkoord, waar de hele energiesector uren naar heeft gekeken. Zoals bekend, is maximaal rendement per geïnvesteerde euro essentieel voor minister Wiebes. Het viel mij wel op dat hij voor een drieslag pleitte: naast snelle uitrol van bewezen, kosteneffectieve technieken zijn er grootschalige proefprojecten nodig. Ook komt er een inzet voor innovatie.

Als ik dit goed heb gezien, biedt dit een uitstekende basis voor een nieuw Klimaat- en Energieakkoord. Daar zou ik graag nog drie aandachtspunten aan toevoegen:

1.       Ook als we alles nog veel slimmer doen dan nu, blijft er een fors gat tussen doel en middelen. De minister ontkomt niet aan extra beleid. Dat hoeft zeker niet alleen subsidie te zijn: ik heb zelfs liever extra beprijzing en bindende normen of slimme manieren om schaal en dus kostendaling te realiseren.

2.       Management bij Excell is onvoldoende voor de maatschappelijke transitie die de energietransitie is. Slimme rekensommen zijn cruciaal maar onvoldoende. NGO's, vakbeweging, onderwijs, consumentenorganisaties horen er volledig bij. En het zijn veel MKB-ers die de transitie handen en voeten geven. Kijk voor het akkoord dus verder dan alleen de grote, klassieke bedrijven.

3.       Om eindelijk weer tempo te maken, helpt het enorm als al het denkwerk uit de ambtelijke verkenningen voor de transitiepaden wordt benut. Vind het wiel dus niet opnieuw uit en bouw voort op deze notities die doorgaans een uitstekende basis bieden waar veel betrokken ook al over hebben meegedacht.

Tenslotte riep de minister ons allen nog op om verder te kijken dan ons eigenbelang en vanuit het grotere belang te kijken wat je zelf kunt bijdragen. Dat lijkt mij een uitstekende Kerstgedachte die helpt om volgend jaar samen te werken aan een succesvolle doorstart van de energietransitie in Nederland. Ik verheug me daarop.

Olof van der Gaag is directeur bij de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE). Op Twitter is hij te volgen onder @olofvdgaag. De NVDE is een ondernemersorganisatie van ruim 1.000 bedrijven voor 100% duurzame energie