Opinie, Politiek, Markt, Klimaat
10 juli 2018

Goede werkgelegenheid must voor welslagen energietransitie

FNV-bestuurder Kitty Jong over dat een rechtvaardige transitie met fatsoenlijke banen niet van zelf goed komt

De rol van de vakbeweging in de hele discussie rond klimaat, duurzaamheid en energietransitie lijkt op het eerste gezicht wat wezensvreemd, althans dat is vaak de perceptie van de buitenwacht.  De FNV heeft echter in haar doelstellingen staan dat ‘zij zich de uitbouw van de democratische samenleving, en materiële en immateriële belangenbehartiging ten doel stelt. De FNV wil de bevordering van het recht van ieder op maatschappelijke participatie, op een gezond geestelijk en lichamelijk woon- en werkklimaat, en op een rechtvaardige verdeling van inkomen en vermogen.' Einde citaat.

 

Voor het realiseren van die doelstellingen is ook nodig dat wij ons als vakbeweging verhouden tot de vele aspecten die klimaat, duurzaamheid en de energietransitie met zich meebrengen. In algemene zin, want op een kale planeet zijn immers ook geen banen, maar zeker als het gaat om de gevolgen van de energietransitie op de maatschappij en op de werkgelegenheid. En dat is precies de reden waarom de FNV een van de founding fathers was van het Energieakkoord van enige jaren geleden, en waarom de FNV nu een positie claimt in het huidige klimaatakkoord.

 

Het vorige kabinet had een vooruitziende blik en vroeg de Sociaal Economische Raad een advies uit te brengen over de effecten die de energietransitie op de werkgelegenheid zou gaan hebben. De FNV heeft een belangrijke rol in de totstandkoming van het advies gespeeld. Het advies is in april van dit jaar uitgebracht. Het vormt de basis van de werkgelegenheidsparagraaf van de hoofdlijnen van het klimaatakkoord dat op 10 juli aan het kabinet is aangeboden. Tot zover het goede nieuws.

Werknemers met een vast contract in de bouw van windturbines op zee, zijn massaal ingeruild voor Oost-Europeanen met flutcontracten

In het jaar dat ik - vanuit mijn huidige functie - met het onderwerp bezig ben, overvalt mij met grote  regelmaat een gevoel van verbijstering over hoe weinig de factor werkgelegenheid tussen de oren zit van politiek, werkgevers, wetenschap en andere stakeholders die zich de met de energietransitie bezighouden. Op zijn best wordt het gezien als luxeprobleem, want in de huidige hoogconjunctuur is er toch vooral sprake van tekorten op de arbeidsmarkt. Dus, wat zeurt de FNV nou? Waarom bijt de FNV zich hierin vast? Het komt toch allemaal vanzelf wel goed?

 

Let me enlighten you. In de preambule van het Verdrag van Parijs staat opgenomen dat in het kader van de CO2-reductie een just transition moet plaatsvinden en dat er sprake moet zijn van decent jobs. Een rechtvaardige transitie dus en fatsoenlijke banen. En dat is minder vanzelfsprekend dan je zou denken. Dat komt niet vanzelf goed. De praktijk is bijvoorbeeld dat werknemers die met een vast contract actief waren in de bouw van windturbines op zee, massaal zijn ingeruild voor Oost-Europese werknemers met flutcontracten waarbij bovendien de veiligheid van de werkomstandigheden niet zo nauw wordt genomen. Kan iemand dit iets schelen?

En als je zonnepanelen op je dak wilt, komt er in veel gevallen een busje met vijf ZZP-ers aanrijden, die vervolgens - vaak ongezekerd en waarschijnlijk ook onverzekerd- het dak op stormen om binnen de kortste keren de panelen te plaatsen. Haast is geboden, want er moeten diezelfde dag nog drie huizen van panelen worden voorzien. Geen haan die er naar kraait.

 

De praktijk is ook dat we met zijn allen vinden dat de kolencentrales dicht moeten. Maar we verwachten wel dat de mensen in die centrales en in de op- en overslagbedrijven tot op het laatste moment gewoon hun werk blijven doen. Dat dit betekent dat die mensen de komende jaren geen gelegenheid krijgen om zich om te scholen en zich zo voor te bereiden op een nieuwe baan, dat interesseert maar heel weinig mensen. En over scholing gesproken. De praktijk is dat het onderwijs op dit moment nog maar heel weinig opleidingen in de aanbieding heeft die bijdragen aan een beter klimaat.

 

De missie van de FNV voor goede arbeidsvoorwaarden, veilige arbeidsomstandigheden en volwassen arbeidsverhoudingen krijgt maar mondjesmaat bijval. Er is echter tegelijkertijd één werkgelegenheidsaspect dat door iedereen wordt gezien als cruciaal voor het welslagen van de energietransitie en dat is het tekort aan werknemers. We hebben veel nieuwe werknemers nodig in de bouw, de installatietechniek en de ICT. Anders gaat die hele transitie gewoonweg niet door. Mijn eerder genoemde verbijstering heeft te maken het feit, dat niet wordt herkend en erkend dat die zaken - onze missie en de tekorten op de arbeidsmarkt - nauw met elkaar zijn verweven. Een goede en veilige baan met inkomenszekerheid en zeggenschap over je eigen werk, in een schone economie: zo'n baan verkoopt zichzelf. Maar dan moeten die banen wel tot stand komen, net als dat er aandacht moet zijn voor werknemers die tot op het laatst, voor ons comfort, het vuile werk blijven doen.

Zonder voldoende werknemers met een goede en veilige baan gaat de hele transitie gewoonweg niet door

 

Ik maak me niet zoveel zorgen over de planeet als zodanig, die redt zich wel. Waar het om gaat is dat we een klimaatbestendige en duurzame maatschappij tot stand brengen. Een inclusieve maatschappij met perspectief, een maatschappij waarin geen tweedeling ontstaat tussen de mensen die mee kunnen in de nieuwe ontwikkelingen en zij die noodgedwongen achterblijven. Een maatschappij waar jongeren een echte groene baan kunnen vinden met een inkomen waar je een bestaan van kunt opbouwen, en mogelijkheden voor groei. Die maatschappij komt een stuk dichterbij als de (h)erkenning over de rol van goede werkgelegenheid in de energietransitie breed wordt gedeeld. Dat is de missie van ons allemaal voor de komende jaren, willen we serieus werk maken van een beter klimaat.

 

Kitty Jong is vicevoorzitter van FNV