Een pleidooi voor Industriebeleid met hoofdletter I

Jan Paul van Soest: "Hoogste tijd om taboe op te heffen"

Soms werd er wel eens omfloerst over het I-woord gesproken. Het I-woord? Jazeker, met de I van Industriebeleid. Maar dat mocht natuurlijk jarenlang niet hardop gezegd worden. De trauma's van het RSV-drama, het OGEM-debacle, de twijfelachtige rol van EZ-topambtenaar-'industriepaus' Molkenboer, de teloorgang van Fokker en nog zo wat voorbeelden staan nog vers in het geheugen. Ze leidden, in politiek en overheid, tot de conclusie: dat nooit meer! Laat de overheid nooit meer falende bedrijven overeind houden of kansrijke bedrijven of sectoren aanwijzen. De markt moet het doen!
Nou ja, behalve natuurlijk als private banken dreigen om te vallen, dan is industriebeleid kennelijk wel geoorloofd, als het maar geen industriebeleid heet. O ja, en behalve als een nieuw politiek speeltje nodig is, het topsectorenbeleid. Maar dat is toch geen industriebeleid?

Typisch Nederlands wel: wat niet mag, mag toch, als je het beestje maar niet bij de naam noemt. Drugs mogen niet, maar coffeeshops tieren welig, en koffie is er niet te koop; in de Tweede Kamer vloeit de alcohol rijkelijk. Recyclebaar afval in de fik steken mag niet, maar ja, de afvalovens moeten wel vol, toch?

“De resource-intensity van onze bedrijven is hoog, en die moet drastisch naar beneden”

Het lijkt me de hoogste tijd dat taboe op het I-woord nu maar eens op te heffen, en vanaf nu weer open en bloot over industriebeleid te gaan spreken. Nee, deze keer niet door omvallende bedrijven te stutten of door 'government picking the winners' - dat leidt onvermijdelijk tot 'losers picking governments'. Industriebeleid moet uit de taboesfeer én moet op een nieuwe leest worden geschoeid.
Wat mij betreft zou dat deze leest kunnen zijn:
In toenemende mate zal de wereld de ecologische buikriem moeten aanhalen, omdat de grenzen van wat de planeet kan incasseren bereikt of overschreden zijn. Dat geldt onder meer voor klimaatverandering, door de emissies van CO2 en andere broeikasgassen. Het is niet op voorhand te zeggen welke specifieke producten of diensten of bedrijven of sectoren winnaars of verliezers in deze nieuwe emissiearme economie zijn. Maar er is in elk geval wél aannemelijk dat bedrijven die een lage footprint weten te combineren met een hoge toegevoegde waarde goede kansen hebben.
Lastig punt echter: de Nederlandse industrie heeft een bovengemiddeld hoge CO2-intensiteit, zo becijfert De Nederlandse Bank. Vermoedelijk is dat voor andere ecologische drukfactoren zoals stikstofuitstoot, biodiversiteitsverlies of dergelijke niet veel anders is: de resource-intensity van onze bedrijven is hoog, en die moet drastisch naar beneden om competitief te blijven in een wereld die steeds minder resources per eenheid toegevoegde waarde zal kunnen inzetten. Dat dit op langere termijn geldt staat als een paal boven water. Maar hoe is die slag te maken zonder op de korte termijn de concurrentiepositie in gevaar te brengen? Dat laatste is best lastig omdat veel industrieën in een internationaal speelveld zitten waarin eenzijdige kostenverhogingen niet goed kunnen worden doorgerekend. Interessant is echter dat de samenleving blijkbaar bereid is grote sommen geld op tafel te leggen voor milieumaatregelen die een veel slechtere kosteneffectiviteit hebben dan die van maatregelen in de industrie. De hamvraag is dus: hoe kan een deel van de middelen voor heel dure maatregelen buiten de industrie beschikbaar worden gemaakt om heel goedkope maatregelen binnen de industrie te realiseren? Dan wordt de Nederlandse industrie versneld CO2-extensief, en stijgt de kosteneffectiviteit van het Nederlandse klimaatbeleid als geheel. De vlag in top, trompetgeschal. Daarvoor slimme arrangementen bedenken is modern Industriebeleid met hoofdletter I, zoals we bedoelen in het Gemeynt-rapport De vierde industriële revolutie: transitie naar een CO2-arme industrie. Gezocht: beleidsmakers, industriëlen, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen die dáárover mee willen denken. Weg met het I-woord, leve planeetsparend Industriebeleid.

 

Jan Paul van Soest is Partner bij De Gemeynt