Opinie, Klimaat
30 maart 2017

Een economie van trekkers en volgers

Coby van der Linde: "CO2-emissie Duitsland steekt bleek af bij opgewonden stemming Energiewende"
Vorige week werd de Berlijn Energie Transitie Dialoog 2017 gehouden, dit keer als onderdeel van het Duitse G20 voorzitterschap. De overvolle panels boden helaas (te) weinig nieuwe inzichten noch een reflectie op succesvolle en minder succesvolle paden in termen van CO2-reductie. Het was vooral veel terugkijken op de resultaten tot nu toe in de elektriciteitssector. Het feit dat iedereen in de energiewereld nu een Duits woord kent, Energiewende, bleek een terugkerende samenvatting. Er is echter reden genoeg om juist nu dieper na te denken over de samenhang in transitie tussen de verschillende sectoren.

Er zijn ontegenzeggelijk veel resultaten geboekt in Duitsland waarmee andere landen nu hun voordeel kunnen doen. De kosten van wind en zonenergie zijn door de Duitse trekkersrol flink gedaald. Inmiddels investeren anderen landen flink meer dan de Europese landen in deze nieuwe energietechnologieën. Dit dwingt ook tot nadenken over de kosten van het voortrekker zijn. In Duitsland nemen de investeringen in zon en wind relatief af ten opzichte van landen als China en de VS. Ook Nederland doet zijn voordeel met het volgen, we krijgen meer zon en windcapaciteit voor een geïnvesteerde euro dan Duitsland. Een dergelijk vraagstuk, de economie van trekkers en volgers, is van belang om te begrijpen hoe de sector zich verder zal kunnen ontwikkelen in dit deel van Europa. In mijn gedachten speelt nog altijd de vraag, indertijd door de hoofdeconoom van BP gesteld, of er een natuurlijk punt is waarop de steun van belastingbetalers en/of consumenten hun portemonnee te boven gaat. Dat lot trof uiteindelijk ook andere energietechnologieën. Deze vraag wordt belangrijk zodra men oude windcapaciteit moet gaan vervangen door nieuwe capaciteit en de markt niet in staat is deze investeringen zelf, zonder investeringssubsidies, voort te brengen. In Denemarken speelt al een dergelijk probleem en de vraag is hoe dat in Duitsland zal gaan. Ongelukkig genoeg werden de Duitse CO2-emissie resultaten bekend over 2016 op de openingsdag van de dialoog. Deze staken bleekjes af bij de opgewonden stemming over de Energiewende als succesvol model van verandering. Het is namelijk best ingewikkeld om in de juiste volgorde te sleutelen aan het energiesysteem zonder de maatschappelijke kosten flink op te jagen en de CO2-reductie doelen te frustreren.
“In Rotterdam wordt de hobbel weggenomen voor het benutten van restwarmte en CCS op zee”
Hobbels
Er is te weinig aandacht voor het de soort van energievraag die grote en complexe economieën hebben en de bijbehorende langjarige CO2-emissie reductiepaden. Het is duidelijk dat veel meer energievraag (mobiliteit, verwarming, industrie) in de toekomst geëlektrificeerd zal zijn. Maar de potentie om deze vraag deels te voorzien door schone moleculen kwam in Berlijn nauwelijks aan de orde.

Later die week kreeg dit vraagstuk in Rotterdam wél meer handen en voeten door initiatieven in en rond de haven op het gebied van een CO2 en een warmtenet. De innovatie hier is dat een aantal partijen een open en voor ieder toegankelijk net aanleggen, zodat de potentiële industriële aanbieders van warmte worden ontzorgd. Daarmee is een belangrijke hobbel weggenomen voor de individuele partijen in het havengebied om een stap te maken in het benutten van restwarmte en het opslaan van CO2 op zee. De doorbraak is niet zozeer een technologische maar een markt-organisatorische. Het lijkt erg op de geroemde herziening van de organisatie van de waardeketen in offshore wind in Nederland. Daarbij is het herschikken van de risico's en de baten een belangrijke voorwaarde voor het ontstaan van investeringskansen en/of het verkorten en minder diep maken van de vallei des doods. Juist de verbinding van de energietransitie met de industrie kan een belangrijke schakel zijn tussen het balanceren van vraag en aanbod van de verschillende soorten vraag en met het buitenland.

 

Coby van der Linde is directeur van het Clingendael International Energy Programme (CIEP)