Dunkel- én Wasserflaute maken invullen toekomstige gasvraag urgent

Coby van der Linde: "Het claimen van buitenlandse aanvoer voor een deel van de gasvraag door het sluiten van een lange termijn importcontract is zo gek nog niet"

Terwijl de kantoortijgers nog nagenieten van de lange lome zomer, maken boeren, schippers en industrie in het achterland zich steeds meer zorgen om het watertekort. Al deze zomer moesten producten en halffabricaten die met binnenschepen landinwaarts worden gebracht steeds lichter beladen de tocht aanvaarden. Door het uitblijven van regen - die nam een afslag zuidwaarts en leverde veel overlast op in Italië - lijken de problemen voor vervoer over water deze herfst alleen maar groter te worden. Het is nog lang wachten op het smeltwater in het voorjaar (sic), als dat er al komt, want ook sneeuw viel er nog niet veel.

 

Het resultaat is dat met meer schepen geprobeerd wordt om de goederen op de bestemde plaats te brengen, waardoor drukte ontstaat op de veel smallere en ondiepe vaarwegen. De grote vraag naar binnenschepen zorgt bovendien voor een flinke stijging van de tarieven. Volgens Evofenedex moest al een bedrag van ongeveer 380-400 miljoen euro aan alternatief vervoer worden betaald. Vooral de hoge volume-goederen, zoals kolen, bouwmaterialen, cement, diervoer en chemische producten hebben veel last van de ontstane situatie omdat vervoer per trein en vrachtauto het probleem nauwelijks kan oplossen. In een aantal gevallen zijn de kosten van vervoer al hoger dan de waarde van de goederen. Op sommige Duitse rivieren is vervoer voorbij bepaalde punten al niet meer mogelijk, zelfs niet als ze maar voor een derde beladen zijn. In Duitsland zorgt de lage waterstand in het stelsel van rivieren en kanalen ook voor tekorten aan stookolie in sommige gebieden en wordt al een beroep gedaan op de strategische voorraden om consumenten te bedienen. Immers de winter staat voor de deur en de vraag naar warmte moet nog beginnen.

 

In Nederland is er nog weinig oog voor de problemen in ons buurland, hoewel het tekort aan cement en bouwmaterialen ook hier gevoeld wordt en de voorraden van sommige producten zich in ons land opstapelen omdat vervoer naar het achterland zo moeilijk is geworden. Gelukkig bestaan er ook verbindingen per pijpleiding die ervoor zorgen dat gas, olie en olieproducten en grondstoffen voor de chemische industrie naar belangrijke afnemers kan worden vervoerd. Maar indien de eindproducten niet langer naar de eindverbruikers vervoerd kunnen worden of in veel geringere mate, dan zullen ook hier flessenhalzen ontstaan. We zijn getuige van de spreekwoordelijke kink in de kabel in een zeer geoptimaliseerd complex systeem van goederen en energievervoer, waar een bepaalde mate van redundantie kan zorgen voor levering- en voorzieningszekerheid.

Met de buurlanden om verschillende redenen in het leveringszekerheid-nauw rijst de vraag hoe het in Nederland gesteld is met de leveringszekerheid

Met het seizoen van de kans op ‘Dunkelflaute' (windstil en donker zodat zon- en windenergie niet of weinig kunnen bijdragen aan de stroomproductie gedurende dagen achtereen) voor de deur, komt daar dus de ‘Wasserflaute' bij, die mogelijk consumenten in het donker en de kou kan zetten. De beleidsmakers moeten zo langzamerhand zenuwachtig worden bij het samenkomen van zoveel aanvoerpech. Wat gaan ze doen om te zorgen dat een van de pijlers van het energiebeleid niet verder in het gedrang komt en voorkomen dat er straks sprake is van ‘Politikflaute'? 

 

Nu al loopt de vraag naar aardgas op. Deze stoplap van de stroomsector wordt steeds belangrijker, naarmate kernenergie verder afgebouwd wordt en het gesprek over een verbod op kolengestookte centrales begonnen is. Nordstream II, wat een extra aanvoerroute van Russische gas naar de Duitse markt moet vormen, speelde juist in op de extra vraag die verwacht wordt als gevolg van de ingrepen in de stroom- en energiemix. De tegenstand tegen deze directe verbinding neemt echter niet af, terwijl het om een voor Duitsland strategische verbinding gaat.

 

Met de buurlanden om verschillende redenen in het leveringszekerheid-nauw komt, rijst de hoe het in Nederland gesteld is met de leveringszekerheid. Het besluit om de gasproductie af te bouwen naar nul in 2030 zal ook in Nederland de overheid en het bedrijfsleven dwingen serieus na te denken over leverings- en langere termijn voorzieningszekerheid als importen stijgen. Daar hebben we als Nederland heel weinig ervaring mee omdat we tot voor kort altijd en al meer dan vijftig jaar konden rekenen op de productie van het Groningenveld. En met ons de Duitse, Belgische en Franse klanten van het L-gas. Deze klanten blijven steunen op de Nederlandse leveringszekerheid omdat de stikstoffabriek waarmee hoogcalorisch gas omgezet kan worden naar gas van Groningen kwaliteit of L-gas in Nederland staat.

 

Het is dus Nederland dat moet nadenken hoe we dit comfort kunnen bieden aan alle L-gas klanten. Bovendien is de gasmarkt van vandaag die van post-2022 niet. De periode van een ruime internationale gasmarkt is dan voorbij, zo waarschuwde Fatih Birol bij de presentatie van de IEA WEO 2018 vorige week in Den Haag. In buurlanden worden nu al de problemen in de stroomsector opgelost door een groter beroep te doen op de import van aardgas en internationaal absorberen de groeiende importen van China en andere Aziatische landen alle nieuwe LNG aanvoer. Dat maakt de importen uit Rusland voor de EU dan weer aantrekkelijker.

Zonder nieuwe lange termijn importcontracten voor de periode na 2022, leggen we de voorzieningszekerheid in handen van de korte termijn markt

Nederland voegt zich bij het gezelschap van gas importerende landen, met dat verschil dat de verantwoordelijkheid voor de leverantie van L-gas naar de buurlanden ook tot onze verantwoordelijkheid behoort, ook omdat zij tot 2030 het gas (kwaliteitloos) hebben gecontracteerd. In een recente studie van IHS Markit werd duidelijk dat Nederland de omslag in het denken van producent naar gasimporteur nog moet maken op het gebied van voorzieningszekerheid. De meeste buurlanden voorzien in de gasvraag door een mengeling van gas gekocht op korte termijn markten en lange termijn importcontracten (die overigens veel korter en flexibeler zijn dan vroeger). Daarmee leggen ze in ieder geval een claim op een deel van de benodigde buitenlandse aanvoer van gas naar hun markt.

 

Uit de studie blijkt ook dat Nederland na 2022 geen lange termijn importcontracten meer zal hebben. Dat is vreemd omdat het huidige handelshuis van Groningen gas, Gasterra, jaren invulling heeft gegeven aan deze pijler van het Nederlandse energiebeleid en het logisch zou zijn als het dat blijft doen. Zonder nieuwe lange termijn importcontracten voor de periode na 2022, lijken we de voorzieningszekerheid in handen te leggen van de korte termijn markt. Gezien de ervaring in andere markten, zo blijkt uit de studie, is het claimen van buitenlandse aanvoer voor een deel van de vraag door het sluiten van een lange termijn importcontract zo gek nog niet. Dat zijn we verplicht aan Groningen dat Nederland een reputatie schonk van betrouwbare gasleverancier in binnen- en buurland en omdat we niet meer willen terugvallen op Groningen om onze ‘Politikflaute' op te lossen.

 

Coby van der Linde is directeur van het Clingendael International Energy Programme (CIEP)