Opinie, Politiek, Klimaat
5 april 2017

Discussie kolencentrales moet voorbeeld nemen aan Borssele-convenant

Frank van den Heuvel: "Voorkom loopgravenoorlog als rond de splitsing"

Discussie kolencentrales moet voorbeeld nemen aan Borssele-convenant

In 2003 ging het kabinet Balkenende II (CDA-VVD-D66) van start. Omdat D66 nodig was voor een meerderheid, mocht deze partij drie punten inbrengen. Dat deed ze ook: meer geld naar Onderwijs, wat punten op het gebied van ‘bestuurlijke vernieuwing' en kerncentrale Borssele dicht. Het eerste punt was geen probleem, het tweede werd geparkeerd in een commissie en een minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en het derde punt werd lastiger.

Al snel zag staatssecretaris Van Geel van het ministerie van VROM, waaronder de Kernenergiewet ressorteerde, dat Borssele sluiten geen goede optie was. EPZ had voor de kerncentrale een oneindige vergunning, kernenergie was integraal onderdeel van de energiemix in Nederland en er was nooit iets misgegaan in Borssele. Kortom: lastig. Uiteindelijk wisten de drie politieke partijen en de betrokken bedrijven (Essent en Delta (aandeelhouder EPZ) en EPZ) elkaar te vinden in het zogenaamde ‘Borssele-convenant'.  Privaatrechtelijk en politiek werd in 2006 afgesproken dat Borssele open zou blijven tot 2034. Delta en Essent zouden additioneel investeren in duurzame energie en EPZ zou de eeuwigdurende vergunning inleveren en zorgen dat Borssele tot de 25% veiligste kerncentrales ter wereld zou blijven behoren. Leveringszekerheid, verduurzaming, betaalbaarheid, eliminering van politieke grilligheid werden in één convenant geregeld. Top. Zo moet de polder werken.
Het andere dossier van die tijd, de splitsing van productie en distributiebedrijven, liep anders. Het was meer dan tien jaar strijd en loopgraven met stilstand op andere, belangrijkere, dossiers, tot gevolg. Zoals verduurzaming.
Sinds enkele jaren loopt nu de discussie over drie nieuwe, moderne kolencentrales. Deze staan op de Maasvlakte en in de Eemshaven en zijn minder dan twee jaar open. Nu sluiten zou kapitaalsvernietiging betekenen, maar ook kwetsbaarheid voor de baseload. Voor het vertrouwen in de politiek, die deze centrales enkele jaren geleden nadrukkelijk wilde, zou sluiting van deze kolencentrales slecht zijn. Het dreigt een nieuwe strijd te worden. Het nu demissionaire kabinet VVD-PvdA kwam er niet uit en heeft het onderwerp doorgeschoven naar het nieuwe kabinet. Het nieuwe regeerakkoord kan er niet omheen om de plannen voor deze drie centrales mee te nemen in de energieparagraaf, of GroenLinks nu wel of niet meedoet. Om deze slepende kwestie niet weer vier jaar in een loopgravenoorlog te doen belanden, is het goed dat de partijen aan tafel tot een bevredigende oplossing komen. Dat betekent niet partijen maximaal tegemoet te komen, maar optimaal. Naar het model van het Borsseleconvenant van 2006 moeten betrokken energiebedrijven (Essent, Engie en Uniper) nu met de politiek rond de tafel om afspraken te maken over de kolencentrales voor een periode van twintig jaar; of een andere periode die partijen overeenkomen.


Welke grove lijnen kunnen op dit punt in het regeerakkoord? De overheid bevestigt dat er de komende 15-20 jaar geen beleid zal komen dat de energiebedrijven dwingt hun kolencentrales te sluiten. De drie bedrijven, eigenaar van de kolencentrales, zeggen toe dat ze, binnen redelijke financiële grenzen, met behulp van technologie de uitstoot minimaliseren. Verder wordt afgesproken dat een bepaald bedrag of een percentage van de winst van de kolencentrales ingezet wordt voor verduurzaming van de energiehuishouding. Evenals afgesproken in het Borssele-convenant kunnen middelen van dit duurzaamheidsfonds besteed worden aan projecten van het desbetreffende energiebedrijf en een ander deel aan projecten van allerlei organisaties, ondernemingen en lokale/ regionale initiatieven die aan afgesproken condities voldoen. Het pluspunt van een aard- en nagelvast convenant is dat partijen over en weer weten wat ze van elkaar mogen verwachten. Wanneer de energiebedrijven zeker weten dat er de komende twintig jaar niet gemorreld wordt aan het convenant en geen plotselinge sluiting van de kolencentrale dreigt, zijn ze meer bereid te investeren in maatregelen die uitstoot beperken. Hoe slimmer de centrales gerund worden, hoe meer middelen voor duurzame energie er vrijgespeeld kunnen worden.

Een solide Maas-Eems-Convenant kan veel onrust wegnemen, waardoor kabinet en parlement, maar zeker ook betrokken energiebedrijven en milieubeweging, de loopgraven kunnen verlaten en serieus kunnen gaan werken aan energietransitie. Als een enkele partij het gelag betaalt zou de overeenkomst een soort Verdrag van Versailles worden en dat pakt nooit goed uit.

Frank van den Heuvel is werkzaam op het gebied van Public Affairs en als toezichthouder. Van 2004 tot 2011 was hij hoofd Corporate Affairs bij Delta.