Opinie, Politiek, Markt
10 augustus 2016

De zuidelijke gascorridor kent dus ook de doorvoerland risico’s

"Het is inmiddels wel heel ongezellig aan de oostelijke en zuidoostelijke grens van de EU geworden"

 

In de vakantie maak je meestal je wereld bewust even kleiner. Dat was geen sinecure deze keer. Het ene na het andere verontrustende bericht stroomde binnen. Er is overal veel politiek gedoe en ook de economie levert in veel landen kopzorgen op. Zo ook in de EU. De daarmee gepaard gaande onzekerheid levert meestal hernieuwde aandacht op voor voorzieningszekerheid van energie. In februari van dit jaar werd het Winterpakket gelanceerd waarin zowel preventie als mitigatie werden bepleit. De versterking van de pijpleidingverbindingen tussen lokale gasmarkten, diversificatie van het aanbod en intensievere (maar tamelijk verwarrend georganiseerd) samenwerking op het gebied van crisis preventie en mitigatie. De diversificatie van het aanbod, waar CIEP binnenkort een uitgebreide studie over publiceert, geeft te denken gezien de recente gebeurtenissen in Turkije en tegen de achtergrond van de al gespannen relatie met Rusland.  

 

Vergrootglas 

De wens tot diversificatie van de gasimporten wordt vooral ingegeven door de import-afhankelijkheid van Rusland. Het Russische aandeel in de import van gas door de EU is heel stabiel, maar ongelijk verdeeld over de lidstaten. Dat laatste, de asymmetrische afhankelijkheid van Russische gasimporten, heeft de relatie met Rusland sinds het toetreden van de Oost-Europese landen verder gecompliceerd. Daar is het getouwtrek in en over Oekraïne bij gekomen. De mindere voorzieningszekerheid is in de afgelopen jaren vooral veroorzaakt door een groter doorvoerrisico naarmate het conflict tussen Rusland en Oekraïne escaleerde. Dit risico werd door een Russische-Europees consortium gemitigeerd met het aanleggen van een nieuwe pijpleiding door de Oostzee, Nordstream I, door het uitbreiden van de LNG-terminal capaciteit in de EU-kuststaten, en het omkeerbaar maken van de stroomrichting van gas (van west naar oost) in enkele cruciale EU-deelmarkten. Plannen voor een tweede Nord Stream pijpleiding moeten de gestrande plannen voor South Stream (via de Zwarte Zee van Rusland naar Bulgarije) en TurkStream (via de Zwarte Zee naar het Europese deel van Turkije) vooralsnog vervangen. Maar de politiek in de EU is nog niet erg gecharmeerd van de plannen voor een tweede Nord Stream van het nieuwe consortium met Gazprom. Het laat zien dat de gashandel tussen de EU en Rusland enorm is gepolitiseerd en dat de EU de facto liever structureel afhankelijk blijft van een, naar het zich laat aanzien, langdurig labiel doorvoerland als Oekraïne. De kiene lezer over dit deel van Centraal Europa zal begrijpen dat het nog lang zal duren voordat de hervormingen in het land resultaten zullen opleveren die daadwerkelijk zorgen voor verkleining van het doorvoer risico. Nordstream I heeft bijgedragen aan het kleiner maken van de risico's op een onderbreking van de doorvoer van gas, maar er is geen EU-politicus die dat hardop zal (durven) zeggen.

“In het huidige politiek onzekere klimaat is de ruime internationale gasmarkt een prettige bijkomstigheid”

Zuidelijk alternatief 

Verder spant de EU zich al jaren in voor het ontwikkelen van een Zuidelijke corridor, die gas uit Centraal Azië en wellicht later het Midden-Oosten (Noord-Irak, misschien Iran) via Turks grondgebied naar de zuidoostelijke EU-gasmarkt kan brengen. Het relatief kleine beetje gas dat van Azerbeidzjan via deze route naar Italië gaat stromen staat in schril contrast met de jarenlange en intensieve inspanningen van de EU om flinke, alternatieve, niet-Russische gasstromen via Turkije aan te boren. Nog afgezien van de beschikbaarheid van dergelijk gas voor de Europese markt, die lang niet zo aantrekkelijk is voor buitenlandse producenten als vaak gedacht wordt, komt daar nu de snel slechter wordende relatie met Turkije bij. De zuidelijke gascorridor kent dus ook de doorvoerland risico's. In de dynamiek van de recente Turkse politieke ontwikkelingen worden bovendien de Turks-Russische banden snel aangehaald. Een dergelijk coalitie moet de Brusselse adem even doen stokken. Het is inmiddels wel heel ongezellig aan de oostelijke en zuidoostelijke grens van de EU geworden.  Het veel geprezen nabuurbeleid, om maar niet te spreken van de energiegemeenschap, lijkt in rap tempo de pijp uit te gaan.

Tot tien tellen 

De vraag is natuurlijk of deze verslechterende politieke relaties op de korte termijn tot voorzieningszekerheidsproblemen gaat leiden. Op de korte en middellange termijn zal het aanbod van gas op de wereldmarkt ruim blijven. De tegenvallende gasvraag in Azië valt samen met een forse uitbreiding van het aanbod van LNG uit onder andere Australië en de Verenigde Staten. Dit gas is op zoek naar een markt. Bij gebrek aan beter, is de EU een goede markt van laatste keus en neemt de concurrentie toe. In het huidige politiek onzekere klimaat is de ruime internationale gasmarkt een prettige bijkomstigheid. Er bestaan voldoende aanbodopties zodat de markt vooralsnog kan zorgen voor de broodnodige mitigatie van deze politieke risico's. Voordat de internationale gasmarkt weer verkrapt en de lange termijn voorzieningszekerheid in het geding zou kunnen komen door gebrek aan infrastructurele capaciteit, is een pragmatische blik op de risico's van doorvoerlanden geen overbodige luxe. Pijpleidingenroutes die direct producent en markt verbinden zijn aantoonbaar minder risicovol gebleken en binden wederzijds economische belangen sterker aan elkaar. Nu (geo)politieke heethoofdenrij meer aan de orde lijkt, moet de markt, ook die voor pijpleidingen, de kans krijgen een stabiliserende werking uit te oefenen. 

 

Coby van der Linde is directeur van het Clingendael International Energy Programme (CIEP)