Opinie, Klimaat, Wetenschap
4 mei 2017

De polder heeft van energie een planeconomie gemaakt

Frans Rooijers: "Overlegcircus probeert kool en geit te sparen"
Lange tijd had ik het idee dat we in Nederland een markteconomie hebben, waarbij de overheid regels maakt waar iedereen zich aan moet houden, en de markt alle producten en diensten kan leveren die niet verboden zijn. Maar dat is niet waar, in ieder geval niet voor de energievoorziening. We leven in een planeconomie waar de overheid, samen met belangengroepen, gedetailleerd uittekent hoe de energietransitie wordt uitgevoerd. Ze smullen ervan: Welke techniekjes moet ons landje stimuleren om zonder CO2-emissie toch nog veel energie te gebruiken én bestaande belangen maximaal te respecteren? Die vraag is het polderoverleg in pure vorm. Het gevolg is het sparen van kool en geit, in plaats van energie.

Op papier kunnen de energieplannen uit de polder allemaal kloppen, maar in de praktijk gebeurt er veel te weinig op het vlak van de energietransitie. Met heel veel moeite worden er convenanten afgesloten - bijvoorbeeld over een paar procent energiebesparing- terwijl we allang weten dat de energieprijs verhogen of een leveringsverplichting van CO2-vrije energie het beste werkt om de CO2-emissie te verlagen.

De Tweede Kamer, ministeries, brancheorganisaties en niet te vergeten adviseurs floreren bij dit overlegcircus. Ze vinden het leuk om aansprekende technieken een kontje te geven via een subsidie of aparte regel. Draagvlak, innovatie en kostprijsverlaging zijn vereist, en daar is subsidie voor nodig. Die verdelen de dames en heren graag. Na het nodige overleg komt er lijst met hoeveel euro's elke techniek krijgt (bekijk de Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE)-lijsten maar eens). Allemaal werkgelegenheid voor ons hoger opgeleiden, ja we zorgen goed voor onszelf. En wat levert het op? Subsidies en forfaitaire besparingswaarden zorgen onvoldoende voor CO2-reductie en innovaties (de warmtepomp is bijvoorbeeld na 20 jaar subsidiëren nog steeds veel te duur).

“Het aantal mensen in het overlegcircus nog steeds veel groter is dan in de uitvoeringscircuit”

Waarom wordt de markt van vraag en aanbod niet gebruikt? Omdat we enerzijds krachtig beleid willen, maar anderzijds er moeite mee hebben wanneer iemand als gevolg daarvan er op achteruit gaat, of een bedrijf moeite krijgt om te concurreren. Dus onderhandelen we net zo lang totdat iedereen tevreden is,  en de belangen van alle gevestigde partijen gediend zijn. In de polder geldt het argument dat ‘onze sector er op achteruit gaat' helaas als legitiem. Aan inhoudelijke weerlegging of afweging van het hogere belang wordt niet gedaan. Dit alles is een impliciete keuze van ons Nederlanders, waardoor het aantal mensen in het overlegcircus nog steeds veel groter is dan in het uitvoeringscircuit.

Waarom kiezen we niet voor een sterk afnemend CO2-plafond voor elke sector - met als gevolg een hoge CO2-prijs - waarbij we de schrijnende gevallen compenseren? Voor de gebouwde omgeving en voor de transportsector zou heel goed een eigen emissieplafond in het leven geroepen kunnen worden, zodat elke sector zijn eigen tempo kan hanteren. De inkomsten uit de CO2-handel worden dan gebruikt om de pijn te lenigen van de laagste inkomensgroepen en van de internationaal concurrerende industrie. Niet door cadeautjes te geven, maar door besparingsmaatregelen bij deze groepen uit te voeren op kosten van het collectief.

Voor deze aanpak is veel te zeggen, zeker als hernieuwbare energie daardoor goedkoper wordt dan fossiel+CO2-prijs. Dat zou pas een revolutionaire stap zijn, waarbij een Energieakkoord 2.0 overbodig wordt.


Frans Rooijers is Directeur van CE Delft