Opinie, Politiek, Klimaat
12 mei 2016

Brits energiebeleid gericht op minder uitstoot verdient aandacht

Pieter Boot: "Denk je na over een nieuwe aanpak, dan is om je heen kijken ook nuttig"

De SER Borgingscommissie van het Energieakkoord organiseerde onlangs een belangrijk debat over wat het hoofddoel van het energiebeleid in de komende jaren moet zijn. Gaan we weer voor een trits zoals in het Energieakkoord - besparing, hernieuwbaar, industriële kansen - of kiezen we net als het Verenigd Koninkrijk voor een centraal doel van broeikasgasemissiereductie, geborgd door een Klimaatwet?

 

Mijpalen

De overheersende indruk was dat een centraal doel wellicht het beste is, maar dat dit goed geborgd moet worden, bijvoorbeeld door een Klimaatwet. Ook moet nagedacht worden over ‘mijlpalen', zoals een bepaalde hoeveelheid te realiseren wind op zee in 2030. Omdat je van zo'n technologie anders de beoogde kostenreductie door grootschalige aanpak niet realiseert. Met zo'n aanpak zouden we het VK volgen en niet landen als Duitsland of Denemarken waar de industriële kansen veel zwaarder wegen.

 

Het VK is het eerste land ter wereld waar zo'n Klimaatwet bestaat, nu al meer dan 7 jaar. Alle reden eens te kijken hoe deze daar functioneert en of men het anders zou doen als de wet nu zou worden ingevoerd.

“Betrokkenen stellen dat zo’n Klimaatwet echt verschil maakt”

De Britse Klimaatwet kent drie cruciale onderdelen: een vastgelegd lange termijndoel (minimaal 80 procent reductie van broeikasgasemissies in 2050 ten opzichte van 1990), een onafhankelijke adviescommissie die de langetermijnoriëntatie centraal stelt, en een procesaanpak (de Commissie stelt voor 10-15 jaar vooruit een koolstofbudget van 5  jaar voor, de regering mag daar alleen beargumenteerd vanaf wijken). Betrokkenen stellen dat zo'n wet echt verschil maakt: het koolstofbudget zou zwakker zijn en als het tussendoel niet gehaald zou worden zou de regering zich er minder druk om maken. Het Parlement heeft uiteraard het recht het advies van de Commissie  of het voorstel van de regering niet over te nemen. Dan wordt het behalen van het langetermijndoel moeilijker, maar dat mag in een democratie.

 

Er zijn ook onderdelen van de wet die men nu wellicht anders zou doen en die ook voor Nederland belangrijk zijn. Ik noem er drie. Om te beginnen heeft de wet een ingewikkelde constructie over emissies die ook onder de Europese emissiehandel (ETS) vallen. Ook in het voornemen tot een Klimaatwet van PvdA/GroenLinks is dat een aandachtspunt.

 

Scharnierpunt

Een nationale wet zal ook betrekking hebben op emissies die onder ETS vallen, zoals de eigen brandstofmix een primair nationale verantwoordelijkheid is. Maar getalsmatig is er voor industrie en elektriciteitsproductie het afrekenmechanisme van ETS. In het VK worstelt men daarmee. Inhoudelijk is de elektriciteitsproductie het scharnierpunt van de energietransitie, broeikasgasemissiereductie is er relatief eenvoudig en goedkoop, voor het einddoel in 2050 telt het mee, maar voor de tussendoelen alleen de aan het VK toe te rekenen getallen van ETS. Achteraf zou men overwegen gewoon de feitelijke nationale emissies van elektriciteit en industrie mee te tellen.

 

Ten tweede de ‘mijlpalen' waar in de SER over werd gesproken. Men constateert dat een algemeen tussendoel van broeikasgasemissies over 10 - 15 jaar goed werkt, maar te weinig zekerheid biedt voor investeerders. Om die te bieden zou het zinvol zijn ook specifieke subdoelen mee te geven, bijvoorbeeld de emissie per eenheid elektriciteitsproductie in een bepaalde periode.

“Broeikasgasemissiereductie is het meest urgente en omvattende probleem”

Een derde punt is meer voor Nederland van belang dan dat men er in het VK erg mee zit. De Britse wet heeft zowel betrekking op klimaatmitigatie (tegengaan van verandering) als adaptatie (bestrijden van gevolgen). In Nederland hebben we het belangrijkste onderdeel van de adaptatie allang krachtig aangepakt door het werk van de Deltacommissaris. Dat ga je waarschijnlijk niet opnieuw wettelijk regelen.

 

Harder en beter

We zouden hiernaast nog op twee punten moeten letten. Het Britse doel is minimaal 80 procent reductie in 2050. Men kijkt of dat na Parijs niet aangescherpt moet worden. In 2014 is 36 procent reductie gerealiseerd en in 2027-32 moet dat 57 procent zijn om een kosteneffectief pad te bewandelen. Maar Nederland had in 2010 nog maar 2 procent reductie gerealiseerd, in 2014 mede dankzij een zachte winter 15 procent en bij het huidig beleid komt daar vooralsnog niet veel meer bij. We moeten dus veel harder aan de slag om hetzelfde te bereiken. En verder heeft het VK de facilitering van een groene industrie wel erg verwaarloosd. Dat zouden we beter moeten kunnen.

 

Als je nadenkt over een nieuwe aanpak is het nuttig ook om je heen te kijken. Weinig EU landen hebben voor een overheersend doel van energiebeleid van broeikasgasemissiereductie gekozen, maar inhoudelijk is er veel voor te zeggen: dat is immers het meest urgente en omvattende probleem. Betaalbaarheid en betrouwbaarheid blijven uiteraard aandachtspunten, maar verbetering daarvan staat niet voorop.

 

Schouders

Kiezen we voor die aanpak, dan is het VK ons voorgegaan en is het zinvol van de ervaringen daar te leren. Een Klimaatwet maakt echt verschil. De wijze waarop vooral de elektriciteitsproductie meetelt en die waarop belangrijke onderdelen van de energietransitie tussentijds worden vastgelegd en afgerekend zouden slimmer kunnen: het zijn beleidsonderdelen waarbij we op de schouders van de Britten kunnen gaan staan.

 

Pieter Boot is Hoofd sector Klimaat, Lucht en Energie bij het Planbureau voor de Leefomgeving