Opinie, Markt
9 februari 2017

Arme warmtenetten

Martien Visser: "Beleidsmatig hosanna, in de praktijk kommer en kwel"
Ik ben opgegroeid in Culemborg. Een wijk uit de jaren '70 met een warmtenet. Dat heeft mij een jeugdtrauma opgeleverd. Nooit konden wij sleetje rijden. Want overal waar warmteleidingen lagen smolt de sneeuw. Het warmtenet in Culemborg is ondertussen verdwenen. Er is alsnog een gasnet aangelegd. De afgelopen decennia ondergingen andere warmtenetten dat lot ook. Van recenter datum is de teloorgang van de warmtekracht. Treurnis alom voor warmte.

Maar warmtenetten zijn bezig met een revival. We willen namelijk huizen zonder aardgas. Dan zijn er niet veel mogelijkheden. Elektrisch verwarmen vergt enorme investeringen in woningisolatie en elektrische infrastructuur. Open haarden stinken. Groen gas is onvoldoende beschikbaar. Dus komen warmtenetten in beeld. Voorspeld wordt dat over ruim 20 jaar 50% van alle gebouwen in Nederland op een warmtenet is aangesloten.

De realisatie van die droom is nog ver weg. Want warmtenetten blijken duur. Het kabinet becijfert in haar IBO-rapport zelfs dat warmtenetten een van de kostbaarste maatregelen zijn om CO2 te besparen. Amsterdam ("Stad zonder Gas") stelt vast dat ze voor de uitbreiding van haar warmtenetwerk € 5-6 miljard tekort komt. Dat komt neer op een maatschappelijke kostenpost van € 800 per ton vermeden CO2. Niet iets om blij van te worden.

Forse kostenreducties zijn noodzakelijk, wanneer warmtenetten hun belofte willen waarmaken. Daar wil ik als lector in Groningen graag aan bijdragen. Maar er zijn nog meer beren op de warmteweg: de bronnen en de regelgeving.

Die warmtebronnen moeten uiteraard CO2-vrij zijn. Want anders helpen we het klimaat van de regen in de drup. Dus warmtenetwerken met aardgas als warmtebron, zoals Ypenburg, voldoen niet. Maar hoe duurzaam is restwarmte uit kolen- en gascentrales? Nog eventjes en we hebben zoveel windelektriciteit, dat die centrales grote delen van het jaar uit staan en dan produceren ze geen restwarmte. Gaan we die centrales dan vanwege de warmtevraag toch aanzetten? Lijkt me niet.
“Ik durf het haast niet op te schrijven, maar de technologische ontwikkelingen rond schaliegas in de VS kunnen ons helpen”

Restwarmte uit de industrie is eveneens niet zonder problemen. Het kleinere euvel is dat er maar 57 PJ (bron: CE-Delft) beschikbaar is. Nauwelijks voldoende voor 10% van onze gebouwen. Ernstiger is dat deze restwarmte het gevolg is van inefficiënte productieprocessen. Zodra bedrijven hun energie-efficiëntie gaan verbeteren, verdwijnt die restwarmte als sneeuw voor de zon. En bedrijven die niet efficiënter worden, zullen volgens de Energieagenda uit ons land verdwijnen. Dat laatste is trouwens altijd een risico. Midden in de stad Groningen stond tot voor kort een prachtige suikerfabriek, in potentie een ideale warmteleverancier. Nu resteert een kale vlakte.

Gelukkig hebben we nog warmte uit afvalcentrales, zult u denken. Maar ook die bron van warmte wordt kleiner. Want we gaan naar een circulaire economie met minder afval. Voorlopig compenseren we dat door afval te importeren, maar hoe lang nog?

Geothermie is wel een goede mogelijkheid. Geothermie is weliswaar relatief duur, maar de techniek staat nog in de kinderschoenen. Dat kan vast slimmer. Ik durf het haast niet op te schrijven, maar de technologische ontwikkelingen rond schaliegas in de VS kunnen ons daarbij helpen. We moeten de techniek dan wel gaan ontwikkelen. En laten we onze warmtesystemen in elk geval alvast ‘geothermie-ready' maken. Restwarmte vormt dan de transitiebrandstof.

Dan de regelgeving. Ruim 10 jaar na de eerste poging is er in 2014 eindelijk een warmtewet gekomen. Dat een jarenlange discussie geen garantie vormt voor een goed resultaat, is bekend. Dus zijn we al weer een tijdje bezig met aanpassingen. Dat blijkt lastig. Niet verwonderlijk, want de warmtewetgeving is complex geworden. Enerzijds beseffen we dat elk warmtesysteem uniek is en een lokaal monopolie vormt. Anderzijds willen we de spelregels van de (internationale) vrije energiemarkt toepassen. Dat laatste is eigenlijk onzinnig. Een korte blik op de minimale eisen die de Europese regulators stellen aan een goed werkende markt, leert dat dit voor warmtesystemen altijd een utopie zal blijven.

Toch moeten we daarmee doorgaan, vinden sommigen. Jarenlang hebben we consumenten immers verteld dat door keuzevrijheid hun energierekening omlaag gaat. Als je dan vervolgens die keuzevrijheid afpakt, dan volgt protest. Maar ja, denk ik, ook niet iedereen is blij met een windmolen voor het huis. Als we het klimaat willen redden, dan zullen we offers moeten brengen.

Door deze regelgeving ontbreekt voor warmte een regisseur die op basis van integrale afwegingen besluiten kan nemen en (laten) uitvoeren. Zou de restwarmte van Tata niet beter naar IJmuiden kunnen in plaats van naar Amsterdam? Kunnen we op Ypenburg geen geothermie gaan ontwikkelen? In plaats daarvan dansen vele belanghebbenden, met allemaal een eigen agenda, rond de warmtepot, in de hoop dat die zodanig met subsidie wordt gevuld, dat er kan worden uitgedeeld.

De Energieagenda gaat helaas verder op het ingeslagen pad en kondigt aan dat warmtenetten net zoals elektriciteit- en gasnetten gereguleerd gaan worden. Dat betekent een flink risico voor de huidige investeerders. Stel dat warmtesystemen in de toekomst efficiënter kunnen worden aangelegd. Laten we dat hopen. Gaat de warmteregulator dan de bestaande netten benchmarken? En volgen er dan strafkortingen voor de huidige investeerders?

Het slagveld overziende is het best bijzonder dat er plannen voor warmtesystemen worden ontwikkeld. Tegelijk zien we veel initiatieven sneuvelen, of tenminste forse vertraging oplopen. Zelfs de duurzaamheid dreigt in het gedrang te komen. In de warmteplannen van Amsterdam wordt de CO2-uitstoot met slechts de helft gereduceerd ten opzichte van normale Hr-ketels. Dat moet echt beter.

Warmtenetten. Ondanks mijn jeugdtrauma heb ik medelijden. Beleidsmatig is het hosanna, in de praktijk kommer en kwel. Willen we ze eigenlijk wel? Zijn we soms stiekem bezig met onzichtbare hand deze technologie de nek om te draaien? Want waarom doen we toch zo moeilijk?

Als we het echt willen, dan zouden we een voorbeeld aan de ontwikkeling van aardgas in Nederland moeten nemen. Vergeet dan die malle marktwerking! Kies voor landelijke regie, met integrale afweging, heldere besluitvorming en lokale uitvoering. Laten we dan werk gaan maken van kostenreductie. En laten we voor geothermie een "kleine-velden-beleid" introduceren, waardoor die techniek en tegen aantrekkelijk voorwaarden, waaronder een minimum afnamegarantie, tot grote bloei kan komen.

Martien Visser is lector energietransitie & netintegratie, Hanzehogeschool Groningen en Senior Advisor International Business bij Gasunie. Hij schrijft zijn column op persoonlijke titel.