Opinie, Politiek, Klimaat
12 oktober 2017

Akkoorden worden niet per decreet gesloten

Greenpeace krabt zich achter de oren over nieuw Energieakkoord

Het is niet echt de ‘talk of the town', maar in Energieland wordt al minstens een jaar lang druk gespeculeerd over de levensvatbaarheid van een nieuw Energieakkoord. De breed gedragen conclusie van de tussenevaluatie van het huidige akkoord, dat behoudens de ambitie voor wind op zee tot 2020 loopt, was immers redelijk positief: Door het bieden van meer lange termijn zekerheid over het beleid, is de broodnodige investeringszekerheid geboden aan burgers en bedrijven. Hoewel we de doelen nog niet helemaal halen, zijn we verder gekomen met schone energie en besparing dan zonder akkoord.

Gemopper op het Energieakkoord was er de afgelopen jaren ook. Met name uit de Kamer en niet in de laatste plaats van D66, de partij die het meest trots zegt te zijn op de klimaat- en energieparagraaf uit het regeerakkoord. Stientje van Veldhoven èn Alexander Pechtold hebben meer dan eens gezegd, dat de Kamer door dat akkoord te weinig invloed had op het energiebeleid. Ik heb dat altijd een beetje curieus Calimero-verwijt gevonden, want uiteindelijk heeft de Kamer altijd het laatste woord.

Motie Samsom/Verburg

Dat Energieakkoord vond haar oorsprong in de breed gedeelde ergernis over het zwabberende energiebeleid van de afgelopen decennia. Al in 2011 verzocht de Kamer via de motie Samsom/Verburg "alle hoofdrolspelers" om een "langjarig energietransitieakkoord". Dat verzoek kreeg concrete vorm in het vorige regeerakkoord, waarin de wens (letterlijk "wij willen") werd uitgesproken voor stabiel en ambitieus energiebeleid, met een breed draagvlak in parlement en samenleving. Die wens vertaalde zich in een verzoek aan de SER, om te proberen zo'n akkoord te smeden.
“Kan er bijvoorbeeld nog afgesproken worden om kolencentrales eerder dan in 2030 te sluiten? Of om de overspannen verwachtingen rond CO2-opslag te temperen?”

Anders dan de vorige, weet de nieuwe regering het al zeker: "Er komt een nationaal Klimaat- en energieakkoord". Kennelijk heeft D66 haar reserves laten varen, maar slaan de sociaal-liberalen en hun coalitiepartners hier niet een beetje door? Het is natuurlijk fijn dat de overheid de noodzaak inziet van de steun van derden bij het energiebeleid, maar maatschappelijke akkoorden hebben de neiging zich niet per decreet te laten sluiten. Een akkoord heeft immers pas kans van slagen, als partijen die meedoen er het nut van inzien. Laten we wel wezen: je committeert je pas aan overheidsbeleid, als het naar jouw smaak iets oplevert, wat je zonder die steun niet gekregen had.

Dichtgetimmerd

Een maatschappelijk akkoord is pas interessant als je samen verder kunt komen, dan alle delen afzonderlijk. Dat kan lukken, zoals in het vorige akkoord rond wind op zee, maar wordt juist lastiger naarmate de politiek de keuzeruimte verder dicht timmert. Zeker, veel van de plannen moeten nog verder uitgewerkt worden. Maar kan er bijvoorbeeld nog afgesproken worden om kolencentrales eerder dan in 2030 te sluiten? Of om de overspannen verwachtingen rond CO2-opslag te temperen? En de ambities voor schone energie op te schroeven? En is elke onderhandelende partij dan gelijkwaardig, of zijn sommige dieren op de boerderij net wat gelijker dan anderen, om met George Orwell te spreken? De zinsnede over de kolenexit dat ‘met de sector afspraken zullen worden gemaakt over het tijdspad' stelt daarbij niet gerust.

Tekenen bij het kruisje

De uitnodiging is nog niet binnen, maar wij bij Greenpeace zullen ons flink achter de oren krabben of de strijd tegen klimaatverandering baat heeft bij een akkoord dat qua contouren kennelijk al af is. Grote vraag daarbij is ook wat nu precies de ambitie is. 49% reductie is immers niet genoeg voor het halen van de doelen van Parijs. 55% komt al dichter in de buurt. Hoe dan ook, in tekenen bij het kruisje zijn wij niet zo erg in geïnteresseerd.

Joris Wijnhoven is Campagneleider klimaat en energie bij Greenpeace. Op Twitter is hij actief onder @JorisW_GP