Energie en onderwijs
13 maart 2018

Wijze warmtelessen uit Denemarken

Martien Visser: erken dat warmtenetten monopolies zijn en zorg voor stabiele regels

In Denemarken is de helft van de gebouwen aangesloten op een warmtenet. In Nederland is dat vijf procent. In Denemarken wordt driftig verder gebouwd. In Nederland is er kommer en kwel. Hoe kan dat?

 

Op de Hanzehogeschool Groningen ben ik samen met collega's en partners bezig op Entrance (Energy Transition Centre) het ‘Dutch Heat Centre' in het leven te roepen. Doel van dit centrum is warmtesystemen aantrekkelijker te maken voor consumenten. Uiteraard kijken we dan naar Denemarken. Op mijn zoektocht naar het geheim van het Deense succes stuitte ik op wijze lessen, maar ook op verrassingen.

 

Zo blijken de Deense warmtenetten voor het grootste deel al voor 1970 gebouwd te zijn. De geleverde hoeveelheid warmte in 1970 is ongeveer gelijk aan die van vandaag. Wel is sindsdien het aantal aansluitingen op warmtenetten in het land met vijftig procent gegroeid. De Deense gebouwen zijn echter veel energiezuiniger geworden.

 

De Deense warmtenetten zijn oorspronkelijk ontworpen voor benutting van de restwarmte van elektriciteitsproductie door olie en steenkool. Vanaf de jaren '80 werden deze energievormen geleidelijk vervangen door aardgas en biomassa. Aardgas werd omstreeks 1985 in Denemarken gevonden. Het Deense aardgas raakt echter op en daarom wordt deze energiebron nu weer afgebouwd. Momenteel bestaat de Deense brandstofmix in warmtenetten uit twintig procent steenkool, twintig procent aardgas en zestigprocent biomassa, waaronder afvalverbranding.

 

In Denemarken is per inwoner driemaal zoveel landoppervlak beschikbaar als in Nederland. Dat maakt biomassa een aantrekkelijke optie. Daarnaast importeert Denemarken sinds 2008 steeds meer houtpellets. Ondertussen zijn die pellets goed voor een derde van de Deense biomassa en tien procent van het totale Deense energiegebruik. Denemarken is zelfs na de UK de grootste importeur van houtpellets ter wereld. Best mogelijk dus dat de houtpellets uit de beruchte Zembla uitzending eigenlijk voor de Deense markt bestemd waren.

Belangrijk element in Deense warmtewet is dat warmtebedrijf kosten mag terugverdienen, maar verder non-profit moet zijn

Fossiele energie voor Deense warmtenetten wordt verplicht in WKK-eenheden gebruikt. Vaak gebeurt dat in combinatie met kortdurende warmteopslag, zodat ingespeeld kan worden op verschillen in het dagelijkse vraagpatroon van elektriciteit en warmte. Deze WKK-eenheden krijgen in Denemarken subsidie, zodat ze ook bij lage elektriciteitsprijzen open kunnen blijven. Binnenkort worden de WKK-subsidies beëindigd, wat naar verwachting tot een versnelde uitfasering van steenkool en aardgas uit de warmtenetten zal leiden.

 

Denemarken heeft daarnaast grote plannen om overschotten aan windenergie via warmtepompen aan de warmtenetten toe te voeren. Ook geothermie en zonnewarmte zijn in opkomst. De Denen beseffen dat ze op termijn moeten stoppen met het gebruik van biomassa in hun warmtenetten.

 

De Deense warmtewet op basis waarvan de uitbouw van warmtenetten plaats vindt, stamt uit 1979. In Nederland zijn we al vijftien jaar bezig een vergelijkbare Warmtewet te maken. Zojuist is er weer een nieuwe versie de Tweede Kamer gepasseerd, waarbij werd opgemerkt dat er in 2019 een nieuwe komt. Niet leuk voor investeerders. Belangrijk element in de Deense warmtewet is dat warmtebedrijven hun kosten mogen terugverdienen, maar verder non-profit moeten zijn. Dat verklaart waarom in Denemarken lokale overheden en coöperaties eigenaar zijn van deze netten. En omdat dezelfde lokale overheid bepaalt welke woonwijken worden aangesloten op een warmtenet, is slechts een partij verantwoordelijk voor de besluitvorming over uitbreidingen.

 

De Denen begrijpen terdege dat warmtenetten een natuurlijk monopolie vormen. De liberalisatie van de Europese energiemarkt is aan de Deense warmtenetten voorbijgegaan en Deense warmteprijzen zijn gereguleerd. De Denen doen dat niet met de Nederlandse Niet-Meer-Dan-Anders (NMDA) methodiek, maar op basis van de kosten van het lokale warmtesysteem. Dat betekent dat er verschillen zijn in lokale warmteprijzen. In Nederland vinden we dat oneerlijk. Vreemd: we accepteren wel forse verschillen tussen huizenprijzen, energielabels en OZB, afhankelijk waar je woont.

De goedkoopste Deense warmtenetten brengen per huishouden voor warmte 1500 euro per jaar in rekening, de duurste 7500 euro. Het gemiddelde bedraagt 2000 euro per jaar. Ter vergelijking: een Nederlands huishouden is inclusief energiebelastingen en netwerkkosten thans 1150 euro per jaar kwijt aan warmte. In Denemarken is de energiebelasting op aardgas een stuk hoger en met die belasting zou de rekening in Nederland 1500 euro bedragen. Dus in Denemarken is warmte vanuit een warmtenet vaak duurder dan vanuit een gasnet. Burgers hebben echter geen keus; de lokale overheid beslist of woonwijken aan een warmtenetwerk worden aangesloten, of niet.

 

Belangrijk is dat door de wijze van reguleren Deense warmteleveranciers er geen belang bij hebben om zoveel mogelijk warmte te verkopen. Dit leidt ertoe dat ze zelfs actief zijn om de warmtevraag per huishouden terug te dringen. In Nederland is het voor warmteleveranciers juist heel aantrekkelijk zoveel mogelijk warmte per huishouden te verkopen. Dat voedt het wantrouwen van potentiële warmteconsumenten. Een regelmatig gehoorde klacht in Nederland is dat woonwijken met een warmtenet worden gediscrimineerd waar het isolatie en woningverbetering betreft.

De Deense warmtelessen voor Nederland zijn niet heel moeilijk. Zorg voor stabiele wet- en regelgeving. Erken dat warmtenetten monopolies zijn. Reguleer zodanig dat de kosten van elk warmtenetwerk verdeeld worden over de aan dat warmtenetwerk aangesloten consumenten. Stop dus met de NMDA-methodiek. En laat gemeenten beslissen in welke wijken warmtesystemen komen en waar niet. Er zijn in dit ‘Deense' model geen subsidies nodig, noch is sprake van socialisatie van kosten. Investeerders in een warmtenet hebben zekerheid dat ze hun kosten kunnen terugverdienen. Een hogere gasprijs helpt, maar maakt niet het grote verschil.

 

Daarnaast moeten we een besluit nemen over het gebruik van biomassa en houtpellets voor warmtenetten. De Denen willen er op termijn mee stoppen. Zou Nederland dan niet meteen moeten kiezen voor een CO2-arme combinatie van geothermie, warmtepompen en restwarmte met CCS?

Martien Visser is lector energietransitie & netintegratie, Hanzehogeschool Groningen en Senior Advisor International Business bij Gasunie. Op twitter is hij actief onder @BM_Visser Hij schrijft zijn column op persoonlijke titel. Zijn mening komt niet noodzakelijkerwijs overeen met die van de Hanzehogeschool of Gasunie.