Innovatie, Opinie, Politiek, Klimaat
20 november 2017

Wat wil de autorijder?

Bert Tieben, SEO: "Politiek wensdenken rond emissieloze auto's"
De politiek wil meer duurzaam, dus weg met die brandstofslurpers op de weg. Het verkeer moet emissieloos. Maar hoe krijg je dat voor elkaar? Simpel: je formuleert een doelstelling en hoopt dat de samenleving zich daarbij aansluit. Wensdenken in optima forma.

Het is populair in beleidskringen om het einde van de brandstofauto aan te kondigen. Noorwegen had de primeur. In 2025 mag een nieuwe auto daar geen koolstof meer uitstoten. Frankrijk en Engeland volgden snel met een verbod op auto's die op benzine of diesel rijden in 2040. Nederland kon niet achterblijven. Vorig jaar stemde een meerderheid van de Tweede Kamer voor een verbod. Het regeerakkoord kondigt aan dat nieuwe auto's in 2030 emissieloos moeten zijn.

Ambities zijn goed en kunnen richting geven aan beleid. Het klassieke voorbeeld is de uitspraak van president Kennedy in 1961 om voor het einde van het decennium te landen op de maan. Dat lukte met de vlucht van Apollo 11 in 1969. Het was de kroon op een project dat circa 100 miljard dollar heeft gekost en naar schatting 400.000 mensen en 20.000 bedrijven aan het werk heeft gehouden.

Tegen de achtergrond van deze historische prestatie, moet het vervangen van de krachtbron van de auto een peulenschil zijn. Er is één belangrijk verschil: de chauffeur. Neil Armstrong en Buzz Aldrin waren in overheidsdienst. Voor volk en vaderland vlogen zij naar de maan. De stuurknuppel van de auto bedienen wij allen. Hoe krijgt de overheid miljoenen aan motorgeraas verslaafde automobilisten zo ver dat zij hun geld besteden aan een door accu's aangedreven alternatief? Dit is geen vraag voor ingenieurs die met kennis van de fysica een raket in een baan om de aarde kunnen sturen, maar voor economen die iets weten over de omgang van consumenten met schaarse middelen zoals geld.
“autorijders hebben een negatieve waardering voor elektrische auto’s, zelfs wanneer ze qua prijs en prestatie vergelijkbaar zouden zijn met auto’s op benzine of diesel”

Een stukje psychologie kan ook geen kwaad. Freud riep in wanhoop "Was will das Weib?" omdat zijn psychoanalyse geen vat kreeg op de diepere zielenroerselen van vrouwen. Economen beschikken gelukkig tegenwoordig over geavanceerde technieken die ons meer vertellen over de voorkeuren van mensen als het gaat om zaken als elektrisch vervoer. We noemen deze technieken geavanceerd omdat ze de vergelijking tussen alternatieven zoals brandstofauto's en elektrische auto's mogelijk maken en bovendien zicht geven op het belang van specifieke kenmerken van deze transportmiddelen zoals actieradius, oplaadtijd, duurzaamheid en brandstofkosten. De methoden drukken deze voorkeuren ook nog eens in euro's uit zodat een vergelijking met de kosten mogelijk is: loont het om de meerkosten van een elektrische auto te betalen?

De resultaten van deze consumentenstudies in het elektrisch vervoer zijn geen goed nieuws voor de ambities van Rutte III. Uit onderzoek van het Planbureau van de Leefomgeving (PBL) onder 3.000 autorijders bleek vorig jaar dat Nederlanders een "intrinsiek negatieve waardering" hebben voor elektrische auto's. Daarmee bedoelt het PBL dat autorijders een negatieve waardering hebben voor elektrische auto's zelfs wanneer ze qua prijs en prestatie vergelijkbaar zouden zijn met auto's op benzine of diesel. Dit negatieve oordeel is gemeten voor zowel zakelijke als particuliere rijders en geldt sterker voor de laatste groep. Dit betekent dat elektrische auto's fors goedkoper zouden moeten zijn dan het vervuilende alternatief als we rekening houden met de kleinere actieradius en de langere duur van de tankbeurt die consumenten negatief waarderen. De werkelijkheid is dat elektrische auto's nog lange tijd duurder zullen zijn dan brandstofauto's.

Dit negatieve resultaat is niet uniek voor Nederland. Buitenlandse studies komen tot vergelijkbare resultaten. De betalingsbereidheid van consumenten voor elektrische auto's is lager dan voor brandstofauto's en in de vergelijking staat de volledig elektrische auto onderaan.

Onderzoeksbureau CE Delft heeft op basis van de PBL cijfers uitgerekend wat het effect is van mogelijke stimuleringsmaatregelen. Een aanschafsubsidie van € 3.750 per voertuig zou tot 2020 maximaal 3.500 tot 4.800 extra elektrische auto's opleveren. Andere stimuleringsvarianten, zoals subsidie op het laadtegoed, hebben nog veel minder effect. Ook cadeautjes voor de berijder van een elektrisch voertuig zoals overal gratis parkeren, gratis snelladen langs de snelweg en een hogere maximumsnelheid exclusief voor elektrische auto's doen weinig om de "intrinsiek negatieve waardering" van consumenten voor EV om te zetten in iets positiefs.

Je kunt om politieke redenen ook de ambitie formuleren om roodgekleurde auto's uit het verkeer te weren. Deze ambitie zal sneuvelen zolang autorijders een sterke voorkeur hebben voor deze kleur en er geen compensatie wordt geboden voor het opgeven van de wens om in een rode auto over 's lands wegen te reizen. Het nieuwe kabinet laat de ambitie voor emissieloze nieuwe auto's in 2030 volgen door de opmerking dat "de uitfasering van de fiscale stimulering van emissieloze auto's in lijn [wordt] gebracht met deze ambitie." Uitfasering? Een kabinet met enig economisch besef moet zich realiseren dat de betalingsbereidheid van consumenten voorlopig nog onvoldoende sterk is om de emissieloze auto een kans van slagen te geven, ook al zullen de prijzen van accu's en volledig elektrische auto's naar verwachting gaan dalen. Het kabinet moet de portemonnee trekken of draconische maatregelen nemen zoals een echt verbod op brandstofauto's. Gebeurt dat niet, dan hebben we hier te maken met een klassiek geval van politiek wensdenken.

Bert Tieben is hoofd van het cluster Marktwerking en Duurzaamheid van SEO Economisch Onderzoek