Markt, Klimaat
4 augustus 2016

“Wat mij betreft mag Gasunie zich ‘Warmte-unie’ gaan noemen”

Teun Bokhoven (NVDE): "In flexibele energiesysteem speelt gas een cruciale rol"

Gas zal in de transitie naar een duurzame energievoorziening in de komende 2 decennia nog zeker een rol spelen, onder meer als back-up van het flexibele aanbod van wind en zon. Dat zegt Teun Bokhoven, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE). Hij pleit voor een einde aan het gedwongen onderscheid tussen een aansluiting voor elektriciteit, gas of warmte.

Het is een goede zaak dat de gassector met een ‘open mind' nadenkt over haar eigen rol in de duurzame energievoorziening, aldus Bokhoven. "In de top van de gasbedrijven is er inmiddels wel een omslag in het denken in de richting van duurzaam. Zo is er ook het besef dat de rol van aardgas in de gebouwde omgeving op termijn - en dan praten we over de periode 2035-2050 - eindig is. Dat lijkt ver weg, maar dat betekent dat er nu al investeringsbeslissingen moeten worden genomen over alternatieven voor de aanleg of vervanging van gasnetten. Daar moeten we heel kritisch op zijn en heel goed een integrale afweging maken: wat is voor de lange termijn de beste optie voor verwarming van de gebouwde omgeving.

“Het gedwongen onderscheid tussen een aansluiting voor elektriciteit, gas of warmte is te beperkend”
Bokhoven pleit voor een helder afwegingskader om per regio de juiste keuze te maken. "In sommige gevallen is het mogelijk om in een gebied collectieve duurzame warmte te realiseren, in andere gevallen is elektrificatie de beste optie. Stoken en koken op gas behoort dan tot de verleden tijd, maar dat betekent niet dat de rol van gas geheel is uitgespeeld. Je kunt bijvoorbeeld denken aan kleinschalige gasgestookte wkk-centrales aan de rand van een wijk of stad, die voor flexibele back-up kunnen zorgen van wind en zon. Die rol past uitstekend bij gas: back up-vermogen heeft een hogere economische waarde dan baseload, dus daar heeft iedereen baat bij."

De NVDE-voorzitter ziet een veranderende rol voor de gassector weggelegd in het aanbieden van warmte. "Wat mij betreft, mag Gasunie zich voortaan ‘Warmte-unie' gaan noemen. Het is een logische stap dat zij bijvoorbeeld ook betrokken gaan raken bij warmte-infrastructuur. Het gedwongen onderscheid tussen een aansluiting voor elektriciteit, gas of warmte is te beperkend. In de toekomst kunnen we beter spreken over een energieaansluiting, ongeacht de bron."

Een belangrijke opgave ligt er om de consument voor te bereiden op de nieuwe ontwikkelingen. "Toen we in de jaren 60 overgingen van kolen naar gas werd iedereen er beter van. Dat voordeel is voor consumenten nu een stuk minder evident. In sommige gevallen zal er simpelweg ook financiële compensatie moeten komen, bijvoorbeeld voor mensen die net hun cv-ketel hebben vervangen en dan horen dat hun gasaansluiting verdwijnt. Het zal soms ook nodig zijn om in de overgangsfase die we ingaan gas- en warmte-infrastructuur naast elkaar te laten bestaan. Maatschappelijke acceptatie is een cruciale factor."


De gassector, verenigd in de KVGN, organiseerde voor de Energiedialoog een serie dialoogsessies met stakeholders over de energietransitie en de veranderende rol van gas daarin. Elke bijeenkomst ging over één van de vier energiefuncties zoals beschreven in het RLI-advies en het Energierapport: ruimteverwarming, proceswarmte in de industrie, elektriciteit en mobiliteit. Teun Bokhoven was een van de deelnemers van de bijeenkomst.