Innovatie, Opinie, Politiek, Markt, Klimaat
24 oktober 2018

CEO Tennet: Klimaatakkoord …. Denk ook aan 2050

Manon van Beek: "Maak in eerste instantie voor de energie-intensieve industrie eindbeelden van de transitie, waarbij ook wordt gekeken naar de invulling van de energievraag voor de lucht- en scheepvaart"

Begin juli is door Ed Nijpels, de voorzitter van het Klimaatberaad, het voorstel met de hoofdlijnen van het Klimaatakkoord aangeboden aan minister Wiebes. Op basis van berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving zullen overheid en politiek straks keuzes gaan maken over de invulling van de energietransitie voor de komende tien jaar. TenneT vindt het van belang om bij de uitwerking van het akkoord ook een integraal-sectorale doorkijk naar 2050 te ontwikkelen. Zo kan zeker worden gesteld dat miljarden investeringen in infrastructuur optimaal nut hebben.  

 

Uit een studie die CE-Delft voor de gezamenlijke netbeheerders heeft uitgevoerd, is naar voren gekomen dat bij keuze voor een transitieroute gedomineerd door grootschalige import van duurzame energie of door gebruik van fossiele bronnen en toepassing van CO2-afvang en opslag er een heel andere energievoorziening zal ontstaan dan wanneer er gekozen wordt voor een energiesysteem dat bijna volledig gebaseerd is op eigen duurzame bronnen. Voor de laatste situatie is bepaald dat er bijvoorbeeld tussen de 60 en 75 Gigawatt aan elektrolysecapaciteit nodig zal zijn om in de vraag naar groene waterstof te voorzien. De geproduceerde duurzame waterstof zal voor een groot deel in de energie-intensieve industrie worden ingezet. Het gaat hierbij om grote hoeveelheden waterstof die gebruikt worden voor de productie van bijvoorbeeld kunstmest, plastics en basischemicaliën. Ook voor de productie van de benodigde hoge temperatuur warmte voor de procesindustrie is waterstof nog steeds dé optie om aardgas te vervangen. Samen met de andere vormen van elektriciteitsverbruik (inclusief elektrisch vervoer en elektrisch verwarmen van gebouwen) en elektriciteitsopslag kan de vraag naar waterstof leiden tot een belasting van het elektriciteitstransportnet die vijf keer hoger kan zijn dan de huidige piekbelasting.  

 

Kijkend naar kosten en de kwesties die TenneT nu al tegen komt bij de aanleg van hoogspanningsverbindingen, betekent dit dat voor de opbouw van de elektrolysecapaciteit in Nederland ook een systeemanalyse moet worden uitgevoerd. In samenhang met het gastransportnet van Gasunie Transport Services (GTS) moeten de meest geschikte locaties voor de elektrolyse-installaties worden bepaald. Bouw van elektrolyse-installaties in de buurt van de locaties voor duurzame elektriciteit ligt hierbij voor de hand om de consequenties voor de elektriciteitsinfrastructuur behapbaar te houden. GTS en TenneT zijn met een verkennende studie gestart om de consequenties van de scenario's uit de CE-Delft studie voor de gas- en elektriciteitstransportinfrastructuur in Nederland en Duitsland in beeld te brengen.

Import synthetische brandstoffen kan vanuit economisch oogpunt een interessante optie worden

Ander belangrijk aandachtspunt voor de doorkijk naar 2050 is het in beeld brengen van de mix van zon- en windvermogen waarmee in 2050 de elektriciteitsbehoefte jaarrond het meest efficiënt kan worden gedekt. Dit met als doel om overinvesteringen in productievermogen en elektriciteitsnetten te voorkomen. Zonvermogen kent namelijk een heel duidelijk seizoenspatroon met een piekproductie in de zomer en (bijna) verwaarloosbare levering in de winter. Daarnaast is ook de jaaropbrengst van het geïnstalleerde vermogen een factor drie tot vijf lager dan van windvermogen. Het aanbod van windvermogen loopt verder ook meer synchroon met het verbruikspatroon van elektriciteit dat een piekperiode in de winter kent die in de toekomst door toepassing van elektrische ruimteverwarming nog aanzienlijk zal toenemen.  

 

Om reden dat de CO2-emissies voor internationaal transport volgens de berekeningsmethodiek van het IPCC niet onder de nationale emissies vallen, is in de twee autonomiescenario's van CE-Delft geen rekening gehouden met de hoeveelheid brandstoffen die in ons land wordt gebunkerd door vliegtuigen en zeeschepen. Het gaat hierbij om energiehoeveelheden die significant zijn in vergelijking met onze nationale energiebehoefte. Zo werd door de zeescheepvaart in 2016 in Nederlandse havens een hoeveelheid olie gebunkerd, die energetisch het nationale elektriciteitsverbruik oversteeg! Voor vliegtuigen werd op onze luchthavens een hoeveelheid kerosine gebunkerd die omgerekend ongeveer een derde van het elektriciteitsverbruik bedroeg. 

 

Defossiliseren van beide verbruiksvormen door het overstappen op synthetische brandstoffen gemaakt door reactie van kooldioxide met groene waterstof zou kunnen leiden tot een extra behoefte aan offshore windvermogen van meer dan 100 GW. Een hoeveelheid waarvoor in de Nederlandse Exclusieve Economische Zone op de Noordzee onvoldoende ruimte beschikbaar is. Dat beperkingen in ruimte voor duurzame elektriciteitsopwekking op de Noordzee niet alleen voor Nederland een thema kunnen worden, blijkt ook uit een recente scenariostudie van de Deutsche Energie-Agentur. Volgens deze studie zal Duitsland om een 95 procent CO2-emissiereductie in 2050 te bereiken tussen de 15 en 30 procent van haar energiebehoefte moeten importeren. 

 

Zoals verschillende studies laten zien, kan import van synthetische brandstoffen vanuit economisch oogpunt echter een interessante optie worden. Productie van de benodigde waterstof met elektriciteit uit zonnepanelen in bijvoorbeeld Afrika, Australië, Zuid- en Noord-Amerika en zou op termijn voldoende financiële ruimte moeten bieden om op grote schaal zonnebrandstoffen naar Europa te exporteren. Daarnaast is er in deze regio's en ook elders in de wereld voldoende (woestijn)ruimte beschikbaar om deze optie mondiaal uit te rollen. 

 

Terugkerend naar het Klimaatakkoord-in-wording verdient de aanbeveling dat er in eerste instantie voor de energie-intensieve industrie eindbeelden van de transitie worden gemaakt, waarbij ook wordt gekeken naar de invulling van de energievraag voor de lucht- en scheepvaart. Gelet op het aandeel in het nationaal energieverbruik kunnen transitiekeuzes voor de industrie ook impact hebben op de andere sectoren. Op basis van de kaders die door de overheid ook al richting 2050 moeten worden gezet, zal de energiemarkt, industrie en andere sectoren incluis, keuzes gaan maken. Dan zal blijken hoe de totale toekomstige energiebehoefte wordt ingevuld: zoveel mogelijk met eigen bronnen of ook met een groot aandeel import? Met dergelijk kaders wordt het voor betrokken partijen en zeker voor netbeheerders makkelijker om toekomst vaste investeringen te doen ten behoeve van het tussendoel in 2030, wat het Klimaatakkoord is.  

 

Manon van Beek is per 1 september 2018 de nieuwe voorzitter van de Raad van Bestuur van TenneT Holding B.V., de hoogspanningsnetbeheerder in Nederland en een groot deel van Duitsland. Van Beek is in deze functie de opvolger van Mel Kroon.