Energie en onderwijs
28 februari 2017

Parijs zorgt voor goedbedoelde ruis in debat over emissiehandel

Jos Cozijnsen: Hoe brengen we de CO2-prijs omhoog?

De hoogte van de CO2-prijs zou geen onderwerp van discussie hoeven zijn, omdat de CO2-doelen worden gehaald. Als je prijsverhoging specifiek gericht op energietransitie wilt, is een minimum-veilingprijs is het meest kansvol. Dat kan alleen via coördinatie met de EU. Nationale noodgrepen werken contraproductief.

Om een aantal redenen neemt de druk toe in een aantal lidstaten om de CO2-prijs te verhogen:

§  De vrees voor een snelle stijging van de CO2-prijs tegen 2030. De Nederlandse Bank wijst hier op en vindt het van belang dat de prijs geleidelijk stijgt.

§  De behoefte aan snellere energietransitie. Ook al halen wij de huidige CO2-doelen, er is behoefte de energietransitie te versnellen en sneller kolencentrales te sluiten.

§  Nationale aanpak werkt niet, maar is contraproductief. De nationale ingreep in het VK, ‘carbon price floor', is in feite een belastingaftrek bovenop de CO2-prijs bij duurzame investeringen door energiebedrijven en leidt tot minder vraag naar emissierechten en dus prijsverlaging. De Franse CO2-prijs, die tot doel bleek te hebben de kernenergie te bevorderen en stuitte op bezwaren van vakbonden is niet doorgegaan. Het Duitse Klimaatplan voor 2050 verwijst naar een EU-aanpak van de CO2-prijs. En Nederlandse verkiezingsprogramma's noemen geen nationale CO2-prijsmaatregelen, maar gezamenlijke acties met een kopgroep en/of de EU.

 

Welke aanpak werkt wel?

  

1. Vaststellen van een minimum CO2-veilingprijs ten behoeve van energie.
Het overgrote deel van de industrie krijgt de meeste rechten gratis toegewezen middels een benchmark; hoe efficiënter, hoe minder men hoeft bij te kopen. Energiebedrijven krijgen geen gratis rechten meer voor stroomopwekking, men koopt ze op de veiling of de markt. Op grond van de Veilingverordening wordt telkens voorafgaand aan de tweewekelijkse veiling de minimale veilingprijs vastgesteld (iets onder marktprijs). Op grond van die verordening zou ook tevoren een minimale veilingprijs afgesproken kunnen worden, zeg oplopend van € 20 in 2021 naar € 30 in 2030. Omdat het via de veilingverordening kan, is amenderen van het emissiehandelssysteem niet nodig. De vrees voor een tegenstem van Polen is onterecht, omdat die na 1 april 2017 geen beroep meer kan doen op een blokkerende minderheid, wat ze de afgelopen jaren steeds deed, maar een gewone meerderheid hiertoe kan besluiten. Ook het emissiehandelssysteem van Californië hanteert een minimum veilingprijs.

§  Voordeel is dat energiebedrijven hun duurzame investeringen kunnen plannen. Deze bedrijven vragen ook om een stabiele, hogere CO2-prijs. De EU heeft immers ook eerder € 30 afgesproken als wenselijke CO2-prijs. Het geeft in elk geval meer investeringsrust.

§  Bijkomend voordeel is ook dat de gratis rechten van de industrie eindelijk een waarde krijgen: men krijgt een prikkel om CO2 te reduceren en vrijkomende rechten aan te bieden net onder de geldende veilingprijs aan de energiebedrijven. Voor industriële sectoren die niet op de zogeheten ‘carbon leakage' lijst staan en op de veiling en markt zijn toegewezen kan een compensatieregel worden afgesproken, betaald uit de fondsen die daarvoor zijn.

§  Ander voordeel is toename van schaarste. De rechten die dan minder op de veiling worden verkocht, blijven in de marktreserve en komen niet automatisch meer op de markt.

2. Minder rechten laten veilen bij sluiting van  kolencentrales
Door een amendement van het Europees Parlement kunnen lidstaten die kolencentrales sluiten afzien van het veilen van een overeenkomstig aantal emissierechten en komen deze in de marktreserve. Daardoor dalen de CO2-prijs en de opbrengst van emissierechten-veiling niet. Dit onderdeel zal een welkom onderdeel zijn van het Kolenplan dat de Nederlandse regering moet opstellen.

3. Aanscherping CO2-doelen voor Parijs kan later en via de mondiale CO2-markt
In het Algemeen Overleg voor de Milieuraad bleek dat Staatssecretaris Sharon Dijksma en de Tweede Kamer het eens zijn: de door het Europees Parlement aangenomen wijzigingen van het emissiehandelssysteem zorgen dat het huidig overschot deels verdwijnt en er geen nieuw overschot meer komt. Maar het is niet voldoende om de Parijse klimaatdoelen te halen. Sommige partijen willen dat nu al regelen. Maar daar hoeft het systeem nu nog niet voor te worden aangepast. In 2018 komt het IPCC met een rapport over of en hoe een maximale gemiddelde 1.5 graden temperatuurstijging haalbaar is. Daarna onderhandelen de partijen bij het Parijs Akkoord over aanscherping van de CO2-doelen voor 2030 en lange termijn doelen.

 

Het is belangrijk internationale onderhandelingen af te wachten omdat een gezamenlijke aanpak nodig is en anders het momentum verdwijnt. Verder is het mogelijk een deel van de aangescherpte CO2-doelen van 2030 en 2050 te halen met gebruikmaking van de mondiale CO2-markt. Ook landen als Zwitserland, Zweden en Noorwegen doen dat. Nederlandse bedrijven kunnen op die manier hun internationale supply chain vergroenen. Milieucommissaris van de EU Cañete heeft gezegd dat als de EU haar CO2-doel voor 2030 aanscherpt dat via internationale CO2-credits kan. Dat zorgt volgens de Wereldbank voor kostenbesparingen van 32% in 2030 tot 54% in 2050! De EU zou voor 2030 een CO2-doel kunnen afspreken van 50% of meer, waarvan 10% via internationale CO2-credits. Denk aan duurzame energie, bosbescherming, duurzame landbouw, of methaanafvang bij afvalstort.

 

Met de geschetste aanpak wordt een hogere CO2-prijs bereikt en ontstaat een echt mondiale en betaalbare aanpak om de klimaatdoelen van de Parijs te halen. De Parijs-doelen zorgen op dit moment voor goedbedoelde maar onnodige ruis in de gesprekken over verbetering van het emissiehandelssysteem.

 

Jos Cozijnsen is zelfstandig adviseur emissierechten. Meer informatie over hem vindt u op www.emissierechten.nl. Op Twitter is hij actief onder @timbales.