Innovatie, Opinie, Markt
8 mei 2017

Groen gas en waterstof even hard nodig als windmolens en warmtenetten

Anton Buijs, GasTerra: "Gassector kiest voor relevantie op lange termijn"

Kortgeleden was ik in Amersfoort op het jubileumcongres van het Klimaatverbond. We (Gasunie en GasTerra) hadden deze bijeenkomst, die in het teken stond van het aardgasloos maken van woonwijken, gesponsord. Waarom, zou een geïnteresseerde buitenstaander kunnen denken. Bedrijven streven in het algemeen naar omzet- en winstmaximalisatie. Ze proberen zoveel mogelijk product(en) tegen een zo hoog mogelijke prijs te verkopen. Is de gasindustrie hierop een uitzondering? En hoe geloofwaardig is dit? Wie neemt een slager serieus die zegt dat we minder vlees moeten eten?

Het antwoord hierop is eenvoudig: maatschappelijke verantwoordelijkheid én welbegrepen eigenbelang. De gassector staat voor een keuze. Wil zij zoveel mogelijk inkomsten op korte termijn of blijvende relevantie op lange termijn? Kiezen zij voor het laatste, dan moeten gasbedrijven actief meewerken aan de noodzakelijke transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening en deze, wegens de urgentie, zelfs helpen versnellen. Werkt de industrie daar niet aan mee, dan zal zij door steeds meer mensen terecht worden gezien als onderdeel van het probleem in plaats van de oplossing. Uiteindelijk zal dat onvermijdelijk leiden tot het verlies van de maatschappelijke licence to operate en, dus, het verlies van continuïteit.

Sommigen zouden zo'n ontwikkeling begroeten als een zegen, maar deze overtuiging miskent dat de betrokken bedrijven nog decennia lang onmisbaar zijn voor onze energievoorziening. Voor de vergroening van de energiemix ook trouwens. Fossiele energiedragers als aardgas, benzine en diesel kunnen we immers (deels) vervangen door hernieuwbare brandstoffen zoals groen gas en waterstof. Die duurzame producten zullen we even hard nodig hebben als windparken, windmolens en warmtenetten om de ambitieuze emissiereductiedoelstellingen te halen die voortvloeien uit het klimaatakkoord van Parijs. Net als de expertise en middelen van de energiebedrijven die deze producten maken, vermarkten en distribueren. Niet toevallig zijn dit voornamelijk dezelfde ondernemingen die nu nog het meeste geld met fossiele energie verdienen. Om hun in staat te stellen de transitie naar schone moleculen te versnellen, moeten ze uiteraard financieel gezond blijven en in staat zijn door te gaan met investeren, ook in fossiele energiedragers zolang dit voor de voorzieningszekerheid noodzakelijk is.
“Zet aardgas in waar duurzame alternatieven om uiteenlopende redenen vooralsnog niet of minder aantrekkelijk zijn”

Dit is met name in de wat idealistischer delen van de duurzaamheidsbeweging geen populair standpunt. Het is de tragiek van principiële wereldverbeteraars: de gedachte dat je de duivel als het ware moet uitdrijven met beëlzebub door te blijven investeren in de productie van aardgas, met name in de kleine velden in de Noordzee en de infrastructuur, is hun een gruwel. Toch is dat de enige manier om vooruitgang te boeken. Gooi je oude schoenen nooit weg voordat je nieuwe hebt en, zou ik eraan toe willen voegen, blijf ze goed poetsen.

De gassector, verenigd in de KVGN, heeft dit besef omgezet in een nieuw aanbod aan de samenleving: gas-op-maat. Het houdt onder meer in dat we aardgas blijven inzetten op die plaatsen waar duurzame alternatieven om uiteenlopende redenen vooralsnog niet of minder aantrekkelijk zijn. Het uitgangspunt van deze propositie is de noodzakelijke vermindering van CO2-emissies. Want daar gaat het uiteindelijk om: welke middelen leveren op korte en middellange termijn het meeste op om de emissies zo sterk terug te brengen dat de gemiddelde temperatuurstijging op aarde tot anderhalve graad beperkt blijft.

Het jubileumcongres was in dit opzicht een succes. Het bleek een geslaagde oefening in zowel idealistisch als pragmatisch denken en handelen. Want ambities zijn mooi, maar je moet ze ook waar kunnen maken. De opgave om Nederlandse gebouwen aardgasvrij te maken is enorm. De complexiteit en kosten ervan worden door menigeen onderschat. Sommigen zeggen: in de jaren zestig hebben we in tien jaar tijd het gasnet aangelegd, dus kunnen we in tien jaar tijd het gas ook weer uit de wijken halen. Dat is een misvatting. De sociale, demografische, culturele en economische veranderingen die we sindsdien hebben doorgemaakt, hebben van Nederland een compleet ander land gemaakt. Er zijn meer dan twee maal zoveel huishoudens, moeder is niet altijd thuis en er hangt geen touwtje uit de brievenbus. Het is voor een verantwoord klimaatbeleid ook niet nodig en zelfs niet wenselijk. Zeker, een volledig duurzame energievoorziening is het einddoel, maar hernieuwbare bronnen zijn voorlopig vooral een middel. Een middel dat de komende jaren snel belangrijker zal worden, ten koste van fossiele energie, dat wel.

 

Anton Buijs is Chief Communication Officer bij GasTerra