Klimaat, Wetenschap
16 mei 2017

Geen woorden maar daden

Martien Visser over de Rotterdamse aanpak van de energietransitie
Feyenoord is kampioen. Rotterdam is hot. De haven bloeit. Architectonisch hoogstandjes worden gerealiseerd. Toeristen stromen toe. Rotterdam heeft de laatste jaren veel bereikt. Ze doet haar naam als "werkstad" eer aan. Al in 1991 schreef Evert Hartman een boek met de titel: ‘Niemand houdt mij tegen'. Het verhaal speelt zich af in het jaar 2136. West-Nederland is vanwege de stijging van de zeespiegel onder water gelopen. Alleen Rotterdam bestaat nog, want daar wist men van aanpakken en zijn tijdig hoge dijken gebouwd. De rest van de Randstad is gevlucht.

Wij Nederlanders kunnen fraaie plannen maken en die heel mooi verkopen. Internationaal scoren we daar goed mee. Dankzij onze goede voornemens belanden hoog op allerlei duurzame ranglijsten. Maar wanneer het op onze daden aankomt, wordt het een stuk minder. Op de Europese ranglijst met gerealiseerde hernieuwbare energie bungelen we achteraan. En de plechtig beloofde 14% duurzaam in 2020 gaan we ook niet halen.

In 2007 besluit Amsterdam dat haar CO2-emissie in 2025 40% lager zal zijn dan in 1990. Onder de titel "Amsterdam Duurzaam aan de Top" verschijnen diverse mooie rapporten en een heuse glossy. Op grond van deze beleidsvoornemens belandt Amsterdam in 2015 op plaats 4 van de 50 duurzaamste steden in de wereld. Maar hoe gaat het echt? We zijn nu in 2017, 10 jaar verder. We zouden flink op weg moeten zijn. Maar helaas. De CO2-emissie van Amsterdam is nu 30% hoger dan in 1990. En anno 2017 wonen mijn zoon en zijn vriendin in een doorsnee slecht geïsoleerde Amsterdamse huurwoning met enkel glas.

Over de campagne "Amsterdam Duurzaam naar de Top" hoor je weinig meer. Eind vorig jaar lanceerde Amsterdam een nieuwe campagne. Nu met de wervende titel: ‘Naar een Stad zonder Aardgas'. Fraaie scores op internet waren het resultaat. Het doel is nu 50% CO2-vermindering in 2050. Wat denkt u, gaat Amsterdam dat wel halen?
“Projectontwikkelaars zoals het Rotterdamse Havenbedrijf worden node gemist bij de uitvoering van de energietransitie”

Rotterdam scoort trouwens vergelijkbaar slecht. De beleidsvoornemens in het "Rotterdam Climate Initiative" (RCI) uit 2006 leverden de stad een 5e plaats op de eerder genoemde ranglijst met duurzame wereldsteden. In het RCI werd voor 2025 50% minder CO2 dan in 1990 beloofd. De actuele CO2-emissie is 25% hoger dan in 1990. Ach...

Maar daar gaat nu verandering in komen. Het Rotterdamse Havenbedrijf heeft namelijk haar nek uitgestoken en aangeboden de rol van projectontwikkelaar op zich te nemen voor een CO2-afvang infrastructuur in de haven. Ook is het Havenbedrijf, samen met Gasunie, toegetreden tot de Warmtealliantie Zuid-Holland, die aan de slag gaat om restwarmte uit de haven te leveren aan inwoners van Zuid-Holland. Dat is goed nieuws want het Havenbedrijf weet wat er regionaal speelt, kent de meeste belanghebbenden en heeft, evenals Gasunie, veel ervaring met het ontwikkelen en (laten) realiseren van complexe projecten ‘buiten haar hekwerk'. Bovendien is de gemeente Rotterdam grotendeels eigenaar van het Havenbedrijf. Dat vergemakkelijkt de uitwisseling van business informatie en de besluitvorming binnen het Havenbedrijf en in de gemeente.

Projectontwikkelaars zoals het Rotterdamse Havenbedrijf worden node gemist bij de uitvoering van de energietransitie. Partijen die in staat zijn het traject van visie naar realiteit, van woord naar daad, te organiseren en succesvol te laten verlopen.

Tot de belangrijke taken van de projectontwikkelaar behoren het bij elkaar brengen van de belanghebbenden. Het samen met hen definiëren van deelprojecten, inclusief tussenstappen. Het opstellen van functionele eisen en randvoorwaarden. De projectontwikkelaar schrijft tenders uit, op basis waarvan bouwondernemingen worden uitgenodigd in concurrentie offertes in te dienen. Hij zorgt voor de benodigde vergunningen en is verantwoordelijk voor het maatschappelijk draagvlak. En uiteraard dienen er business cases te worden ontwikkeld, inclusief financiering, zodanig dat de verwachte inkomsten in een reële verhouding staan tot de te maken kosten, inclusief een opslag voor de risico's. Gewoonlijk draagt een projectontwikkelaar tenminste een deel van de projectrisico's.

De rol van projectontwikkelaar in de energietransitie is complex omdat er zoveel facetten spelen en belanghebbenden zijn. Het gehele energiesysteem gaat immers op de schop. Dit vraagt gedegen planning en sturing, en bijsturing indien de omstandigheden veranderen. In een dynamisch proces zoals de energietransitie is dat laatste onontkoombaar. Dit vraagt van een organisatie met de rol van projectontwikkelaar een gedegen kennis en competenties waaronder flexibiliteit, besluitvaardigheid en doorzettingsvermogen.

Natuurlijk best interessant wanneer steden en dorpen zich uitroepen tot energieneutraal in 2030, 2040 of 2050. Maar zo'n claim wordt pas serieus wanneer er een gedegen plan is om dat doel te bereiken. Zouden we in de Klimaatwet kunnen regelen dat we in het vervolg bij visies en plannen rondom de energietransitie gaan aangeven welke organisatie de verantwoordelijkheid heeft om van deze visie en plannen een realiteit te maken? Met als doel dat we in het vervolg als Nederlanders niet alleen mooie woorden spreken, maar die ook effectief om gaan zetten in daden?

Martien Visser is lector energietransitie & netintegratie, Hanzehogeschool Groningen en Manager Corporate Strategy bij Gasunie

Hij schrijft zijn column op persoonlijke titel. Op Twitter is hij actief onder @BM_Visser