Energietransitie vraagt ook om slim aanpassen van wat er al is

Coby van der Linde: "Fijnmazig gasnet enorme opsteker voor het ontwikkelen van nieuwe gas-technologie"

De term smart wordt veel gebezigd in het hedendaagse energiediscours, zo veel dat je gedwongen wordt na te denken over de betekenis. Zelf heb ik me ook weleens aan die term bezondigd in het kader van het Europees energiebeleid en weet daarom dat het woord in het Nederlands vooral in de betekenis van slim/handig, wordt gebruikt, maar dat het, bij naslag in het Engels-Nederlands woordenboek, ook chic, vinnig of stekend kan betekenen.

 

Tegenwoordig wordt smart in het energiediscours meestal gebruikt om bestaande systemen beter te benutten door toepassing van elektronica met als resultaat minder investeringen. Er van uit gaande dat het koolstofarm maken van de energie-economie een pad door de tijd beschrijft, is het belangrijk om voor het hele energiesysteem te streven naar dergelijke smart oplossingen met het oog op het garanderen van maatschappelijk draagvlak.

 

Niet gek

Natuurlijk leveren nieuwe energie-technologieën en/of toepassingen veel meer aandacht op dan het beter benutten van het bestaande. Toch is het laatste net zo belangrijk voor het slagen van de energietransitie. Al was het maar om de maatschappelijke kosten te beheersen en over de tijd uit te smeren. Nederland beschikt bovendien over uitstekende netwerken voor gas en elektriciteit. Ook is er ervaring met het vervoer van CO2. Dan is de vraag niet zo gek hoe bijvoorbeeld deze bestaande netwerken uit te baten in de gang naar een koolstofarme economie.

“Slim gebruik van bestaande assets geeft juist ruimte aan nieuwe technologieën”

Het gasnetwerk is verfijnder dan in veel andere landen en ook de verbindingen met het buitenland zijn uitgebreid. Kunnen die netten mee ontwikkelen met de veranderingen in de energie-economie?  Kunnen  zij ook nieuwe energiedragers vervoeren en/of kunnen zij gebruikt worden om vraag en aanbod in de toekomst ook met elkaar in balans te brengen door als opslag te fungeren? Zo maar een paar vragen die van groot belang zijn voor het investeren in de toekomst.

 

Inschuiven

Door de verschillende soorten vraag naar energie (mobiliteit, warmte, licht en apparaten) als uitgangspunt te kiezen, worden ze ook leidend voor de oplossingsrichting. Deze benadering geeft ruimte aan het innovatief inschuiven van nieuwe energietechnologieën en het zoeken naar lokale optimalisatie mogelijkheden. De komende jaren zal een substantieel deel van de totale energievraag nog ruimschoots bediend blijven door traditionele bronnen. Maar deze bronnen zullen, al dan niet gestimuleerd door het overheidsbeleid, steeds meer de vraag/markt moeten delen met de nieuwe energie-technologieën. Het slim gebruiken van bestaande assets geeft juist ruimte aan die nieuwe technologieën.

 

Het fijnmazige gasnet is een enorme opsteker voor het ontwikkelen van nieuwe gas-technologie. De verwarming met gas is comfortabel en efficiënt. Veel bestaande huizen zijn zo ingericht dat het verwarmingssysteem precies past in de ruimte voor de HR-ketel, maar een warmtepomp past dan net weer niet. In nieuwe huizen kan daar rekening gehouden worden, maar in bestaande bouw is dat wat anders.
“Daar het draagvlak voor CCS op land niet groot is, zou begonnen kunnen worden met opslag op zee in lege gasvelden”

Vergroening van het gas, door vergisting of vergassing zodat gas een CO2-neutrale energiedrager wordt, maakt optimaal gebruikt van de al aanwezige infrastructuur en kan helpen de maatschappelijke kosten van transitie te beheersen. Tegelijkertijd zou voor de industrie en de elektriciteitsopwekking gewerkt moeten worden aan de opvang en opslag van CO2 (CCS), zodat ook in deze sectoren sneller voortgang geboekt kan worden met het koolstofarm maken van het energiegebruik. De gassector kan hierdoor een belangrijke bijdrage leveren aan de energietransitie en van vermeend struikelblok veranderen in een hulpmotor.

 

Opslag

We krijgen bovendien meer energie per opgeslagen CO2 dan bij CCS met andere fossiele bronnen.  Daar het draagvlak voor CCS op land niet zo groot is en de technologie nog volop in ontwikkeling, zou begonnen kunnen worden met opslag op zee in lege gasvelden.  Maar dan moeten we wel toegang houden tot de kleine gasvelden op zee. Hier dreigt het op korte termijn mis te gaan omdat de gasinfrastructuur op zee bestaat bij de gratie van productie.

 

Door de lage gasprijzen op internationale markten hebben de gasproducenten het enorm moeilijk om hun investeringsprogramma's op peil te houden. Momenteel wordt de beslissing om een gasveld te sluiten bij deze gasprijzen snel naar voren gehaald, waardoor dergelijke opties voor gasproducenten of anderen worden afgesloten. Daarmee kan een belangrijk stukje van de transitiepuzzel uit vizier raken. Want dicht is dicht en niet smart.

 

Slome duikelaar

Nu de transitie van het stadium ‘of' naar ‘hoe' is verschoven is het zaak om ‘smart' in alle opzichten ruim baan te geven. In plaats van sector voor sector nieuwe energie-technologieën in te passen, moet er meer aandacht komen voor wat er is, en hoe we het slim kunnen aanpassen aan de nieuwe eisen. Nederland mag dan afgeschilderd worden door sommigen als een slome duikelaar op het gebied van energie-innovatie, maar eenmaal op gang gekomen zullen pragmatische keuzes en slimme combinaties kunnen leiden tot een versnelling in het koolstof armer maken van de Nederlandse economie. Smart is én én.

 

Coby van der Linde is directeur van het Clingendael International Energy Programme (CIEP)